Het coöperatieve ondernemingsmodel wint in deze crisis aan populariteit. De gedachte is dat een onderneming toebehoort aan alle belanghebbenden en niet alleen aan een selecte groep kapitaalverschaffers.
Als alleen aandeelhouders het voor het zeggen hebben, regeert de kilte van koerswinst en dividend. In het coöperatieve ondernemingsmodel gaat het om consensus tussen alle belanghebbenden.
Dat heeft een warme klank. Rechtsvormen met een in aandelen verdeeld kapitaal zoals de NV en de BV raken uit de gratie. Bij een coöperatie is de verplichting om de onderneming te voeren ten behoeve van de leden in de wet verankerd. Dat geeft klanten en beleggers een veilig gevoel. De vraag is of dat terecht is.
De coöperatieve ondernemingsvorm wordt vaak gekozen in fiscaal gedreven beleggingsvehikels. De coöperatieve filosofie is hier ver te zoeken. Niks veilig gevoel en warme klanken, maar fiscale optimalisatie!
Winstuitkering
Over winstuitkering door de coöperatie is immers geen dividendbelasting verschuldigd. Wat telt is de fiscale behandeling van de coöperatie en haar leden; de coöperatieve doelstelling en bijbehorende rechtsvorm is juridische bijkomstigheid. Rechtsgeleerden en politici hebben zich zelfs afgevraagd of dit type coöperaties wel voldoen aan de verplichting een bedrijf uit te oefenen.
Deze discussie is echter verstomd en het gebruik van de coöperatie voor houdster- en beleggingsactiviteiten wordt nu algemeen aanvaard.
Coöperaties zijn omgeven door een aura van gezonde groei en duurzaamheid. Tegenwoordig spreekt dat meer aan dan de druk van aandeelhouders op rendement op korte termijn in een NV of BV. Maar waar het uiteindelijk om gaat is wat de onderneming doet. Er zijn genoeg NV’s en BV’s met een verantwoord beleid op lange termijn.
Omgekeerd biedt de rechtsvorm coöperatie geen garanties op gedrag volgens de hoogste normen. Ook een coöperatie kan kunstmatig worden geconstrueerd en gebruikt om klanten of beleggers te misleiden. Ga dus niet af op de warme klank van het woord ‘coöperatie’ alleen.
Geen cashpomp
In het coöperatieve ondernemingsmodel is breed lidmaatschap belangrijk. Ledenraden en cliëntenraden moeten dan wel goed functioneren. Als dat niet het geval is vervreemden bestuurders van de oorspronkelijke belanghebbenden. Dat hebben we bij de zorginstelling Philadelphia kunnen zien. Hoewel betrokkenheid van de achterban belangrijk is, zijn het in de eerste plaats de commissarissen die toezicht moeten houden. Daarin verschilt een coöperatie met een raad van commissarissen niet wezenlijk van een NV of een BV.
In het coöperatieve model moet winst worden gebruikt voor ontwikkeling en groei en niet onbeperkt worden uitgekeerd. Hierin ligt de kracht van coöperatieve banken. Zij zijn geen ‘cashpomp’ voor de aandeelhouders maar rentmeesters van kapitaal dat is bijeengebracht door de leden.
Juiste prikkels
De keerzijde is dat opgepot vermogen in de dode hand lui maakt. Coöperaties moeten prikkels voelen om actief te blijven ondernemen. Een goed functionerende ledenraad kan daarbij helpen, net als actieve aandeelhouders dat kunnen bij een NV of BV.
Het gaat bovendien niet alleen om voldoende prikkels, maar vooral ook om de juiste prikkels. Het najagen van koerswinsten alleen in het commerciële model bleek uiteindelijk niet in het belang van klanten en beleggers. Aan louter warme klanken kleven ook risico’s. Voor de belegger is de coöperatie geen betrouwbaarder partner dan welke andere rechtsvorm ook.
Paul Quist is notaris en lid van Stibbe’s Investment Management team.