Stibbe_S. Buijn_028.jpg

De internationale gemeenschap heeft het vuur geopend op belastingparadijzen. Dit keer lijkt het menens. In de slotverklaring van de G-20 top, die vorige week in Londen plaatsvond, wordt opgemerkt dat ‘het tijdperk van het bankgeheim voorbij is’.

Luxemburg heeft het meest te duchten. Voor Nederland biedt het internationale offensief een uitgelezen kans om zich verder op de kaart te zetten als vestigingsland voor internationaal opererende beleggingsfondsen.

Tax havens
Fiscale informatie-uitwisseling staat hoog op de agenda van de regeringsleiders. Fiscale transparantie maakt deel uit van een grondige herstructurering van de financiële sector en wordt daarom als randvoorwaarde gezien om de economische crisis het hoofd te bieden. In aanloop naar de top hebben Frankrijk en Duitsland de OESO gevraagd een lijst op te stellen van niet-meewerkende landen met een (gedeeltelijk) bankgeheim.

Op  deze lijst staan  klassieke tax havens als de Kaaimaneilanden, de Bahamas, Liechtenstein, maar ook Europese landen als België, Zwitserland, Oostenrijk en Luxemburg komen op de lijst voor. Nederland wordt genoemd als een land dat juist wèl aan de internationale fiscale voorwaarden voldoet.

Ook op nationaal niveau wordt de vlucht naar fiscale paradijzen aangepakt. Ik noem hier het wetsvoorstel van de Amerikaanse senator Carl Levin met de niet mis te verstane titel Stop Tax Haven Abuse Act 2009, waarvoor US Treasury Secretary Geithner al zijn steun uitsprak.  Luxemburg en Zwitserland worden genoemd op de Amerikaanse zwarte lijst.

Inkeerregeling
In Nederland voert staatssecretaris De Jager van Financiën de druk op. De Jager kondigde onlangs aan de boete van 100 procent op niet aangegeven inkomsten op buitenlandse tegoeden te willen verhogen naar 300 procent, waarbij overigens een wettelijke basis voor een dergelijke verhoging nog lijkt te ontbreken.

De FIOD en de Belastingdienst zetten extra capaciteit in om de verwachte stroom van fiscale informatie uit landen als Luxemburg, België en Zwitserland te kunnen verwerken.
Ook overweegt De Jager om de inkeerregeling op termijn af te schaffen. Deze regeling maakt het mogelijk om met verhoging maar zonder boete of strafrechtelijke vervolging verzwegen inkomsten alsnog aan te geven.

Onder invloed van de internationale druk en de toenemende aandacht van Financiën is het aantal “inkeerders” toegenomen. In de eerste drie maanden van dit jaar hebben 317 mensen zich gemeld en zo’n 70 miljoen euro aangegeven. Ik vermoed dat dit met name “kleine vissen” zijn en dat “grote vissen” nog blijven rondzwemmen, wetende dat ze nog wel even de tijd hebben voordat de woorden in daden worden omgezet en het net echt wordt aangetrokken. 

De belastingparadijzen intussen kiezen eieren voor hun geld. Het ene na het andere financiële centrum  kondigt aan zich te zullen conformeren aan de OESO standaarden voor fiscale informatie-uitwisseling, waaronder Hong Kong, Singapore, Zwitserland en Luxemburg.

Informatie-uitwisseling
De Luxemburgse minister van Financiën Frieden spoedde zich onlangs naar Washington om zijn Amerikaanse collega Geithner ervan te overtuigen dat Luxemburg niet thuishoort op zwarte lijsten voor belastingparadijzen en niet-meewerkende landen.

België heeft reeds aan 48 verdragslanden geschreven de informatie-uitwisseling bepaling in haar belastingverdragen te willen aanpassen. Ook Luxemburg, Oostenrijk en Zwitserland zijn hiertoe bereid. De daadwerkelijke aanpassing van de regelgeving zal nog wel even duren, maar dat dit gaat gebeuren lijkt nu wel duidelijk.

Luxemburg heeft zich de laatste jaren ontpopt als favoriete vestigingsplaats voor internationaal opererende beleggingsfondsen. De internationale druk om informatie uit te wisselen zet die koploperspositie onder druk. De Luxemburgse fondsenindustrie heeft toch al zwaar te lijden onder de economische crisis.

Investeerders trekken zich terug en een zeer groot deel van de waarde van Luxemburgse fondsen is verdampt. Ook doet het de reputatie van Luxemburg geen goed dat veel deelnemers aan het piramidespel van Madoff investeerden via Luxemburgse feeder fund structuren.

Kansen voor Nederland
Nu belastingparadijzen onder vuur liggen bestaat er een uitgelezen kans voor Nederland om zich als belangrijk vestigingsland voor beleggingsfondsen en asset managers verder op de kaart te zetten. Nu al zien we dat vaker voor Nederland wordt gekozen bij het structureren van internationale (niet-publieke) fondsen.

Zeker als het fonds zich ook richt op gereguleerde institutionele beleggers, die veelal op basis van interne of externe regelgeving niet langer mogen beleggen in “blacklisted offshore jurisdictions” is het opzetten van het fonds in Nederland een beproefd recept. Een Nederlands fonds voor gemene rekening of (fiscaal transparante) commanditaire vennootschap kan dan uitkomst bieden.

Nederland kan zijn sterke punten nog beter benutten en verder uitbouwen. Traditioneel bestaan die sterke punten uit een uitgebreid fiscaal verdragen netwerk en een fiscus die vooraf zekerheid wil geven over de fiscale gevolgen van transacties.

Nederland kan van de gelegenheid gebruik maken door zijn fiscale regelgeving nog wat vriendelijker te maken voor beleggingsfondsen. Dit zou eenvoudig kunnen door bijvoorbeeld de eisen voor fiscale transparantie van commanditaire vennootschappen en fondsen voor gemene rekening verder te versoepelen en in lijn te brengen met internationale normen. 

Michael Molenaars is advocaat-belastingkundige bij Stibbe en co-head van Stibbe’s Investment Management Groep.

 

Author(s)
Categories
Access
Limited
Article type
Column
FD Article
No