Vanaf 1 juli 2011 wordt de Europese Ucits IV-richtlijn toegepast. De nieuwe richtlijn introduceert een aantal maatregelen om Ucits - in Nederland ook wel Instellingen voor Collectieve Beleggingen in Effecten (ICBE’s) genoemd - efficiënter te laten werken op de Europese interne markt.
Een belangrijk novum is dat Ucits voortaan als feederfonds kunnen fungeren van een Ucit masterfonds dat is gevestigd in een andere EU-lidstaat.
Ucit feederfondsen kunnen onder de nieuwe regels tot 85 procent van hun vermogen investeren in één Ucit masterfonds. Voor feederfondsen biedt asset pooling in een of meer Ucit masterfondsen kansen voor kostenefficiëntie en hogere marges voor zowel investeerders als fondsbeheerders.
De deelname in een masterfonds moet voor het feederfonds en zijn investeerders zoveel mogelijk fiscaal neutraal zijn. Dat wil zeggen dat er op het niveau van het masterfonds per saldo geen (extra) belasting wordt geheven of ingehouden.
Fondsen voor gemene rekening
In de huidige Nederlandse fondsenpraktijk wordt bij asset pooling regelmatig gebruikt gemaakt van fiscaal transparante fondsen voor gemene rekening (FGR). Dergelijke fondsen hebben als voordeel dat ze door de Nederlandse Belastingdienst worden genegeerd waardoor op fondsniveau heffing of inhouding van belasting achterwege kan blijven.
De vormgeving van een (gesloten) FGR is vanuit civielrechtelijk oogpunt flexibel en we zien dan ook dat institutionele investeerders meer en meer belangstelling hebben voor deze fondsvorm.
Ook de Nederlandse regeling voor fiscale beleggingsinstellingen (FBI’s) zou geschikt zijn voor een fiscaal neutraal Ucit masterfonds. Winsten van FBI’s zijn effectief vrijgesteld van Nederlandse vennootschapsbelasting door toepassing van een nultarief.
Dividenduitkeringen door een FBI zijn weliswaar onderworpen aan Nederlandse inhouding van Nederlandse dividendbelasting (tegen een tarief van 15 procent), maar daar staat tegenover dat op deze inhouding Nederlandse en buitenlandse bronbelasting die eerder ten laste van de FBI zelf zijn ingehouden, in beginsel in aftrek kan worden gebracht, zodat de FBI ook op dit punt neutraal kan uitpakken.
Unique selling point
Een unique selling point van Nederlandse FBI’s is dat ze in beginsel recht hebben op de toepassing van verlaagde bronbelastingtarieven in Nederlandse belastingverdragen, bijvoorbeeld op dividenden vanuit de VS, Canada of Australië.
Nederland heeft een zeer concurrerend belastingverdragennetwerk - veel uitgebreider dan dat van bijvoorbeeld Luxemburg. Als de Nederlandse verdragstarieven per saldo lager zijn dan die waarop de feederfondsen of hun investeerders een beroep kunnen doen, dan kan het tussenschuiven van een FBI als masterfonds een fiscaal voordeel opleveren.
Het gaat daarbij niet alleen om dividenden, maar ook om interest. Nederland heeft bijvoorbeeld met Australië en Nieuw-Zeeland belastingverdragen met een verminderd bronbelastingtarief voor interest, terwijl Luxemburg zelfs geen verdrag heeft met deze landen.
Van de door Ucits IV geboden mogelijkheden voor master-feederstructuren, zou Nederland gebruik kunnen maken door de fiscale voordelen die Nederland biedt.
Michael Molenaars is advocaat-belastingkundige bij Stibbe en co-head van Stibbe’s Investment Management Groep.
Meer achtergronden op Fondsnieuws:
Sector focust op master-feederstrucuur
De Jager start wetgeving voor Ucits IV