Stibbe_S. Buijn_028.jpg

Staatssecretaris Jan Kees de Jager van Financiën ziet het als zijn missie om Nederlandse zwartspaarders in het gareel te krijgen. Op 11 september tekende hij nog een akkoord met de Britse Maagdeneilanden over fiscale informatie-uitwisseling.

Het beleid van De Jager tegen zwartspaarders rust op drie pijlers.

Ruimhartige inkeerregeling
De eerste is een ruimhartige inkeerregeling. Spijtoptanten die hun tegoeden vrijwillig alsnog opgeven bij de Belastingdienst krijgen geen straf. Eind augustus opende de staatssecretaris zelfs een speciale “inkeerlijn”.

De tweede pijler is zwaardere sancties voor hardleerse zwartspaarders. Vanaf 1 juli jongstleden is de maximum fiscale boete voor zwartspaarders verhoogd van 100% tot 300% van de niet betaalde belasting. Ook wordt de termijn voor inkeer verkort. Tot 1 januari 2010 kunnen zwartspaarders onbeperkt inkeren zonder boete. Maar na 1 januari 2010 geldt een verkorte inkeertermijn van twee jaar.
 
De derde pijler is dat met zoveel mogelijk belastingparadijzen afspraken worden gemaakt over uitwisseling van fiscaal relevante informatie over tegoeden van Nederlandse belastingplichtigen. Dit jaar maakte de De Jager al afspraken over fiscale informatie-uitwisseling met onder meer België, Luxemburg, Singapore en Oostenrijk. Een akkoord met Zwitserland wacht nog op ondertekening.

Succes voor fiscus?
De inspanningen hebben effect. Eind augustus meldde het ministerie van Financiën dat dit jaar al meer dan 2100 spijtoptanten gebruik hebben gemaakt van de inkeerregeling. Daarbij kwam 463 miljoen euro aan spaartegoeden boven water (de grootste vis gaf 22 miljoen euro aan).

Een groot succes voor de fiscus dus? Dat lijkt wat voorbarig. Zo moet bijvoorbeeld worden afgewacht hoe effectief de afspraken met belastingparadijzen over informatie-uitwisseling in de praktijk zullen zijn. Toch is duidelijk dat het steeds moeilijker wordt om geld uit Nederland te laten verdwijnen en dat voor veel potentiële zwartspaarders de kosten en het boeterisico niet langer opwegen tegen de baten.

Kansen voor fondsensector
Het Nederlandse beleid deint mee op een internationale golf van maatregelen gericht tegen het bankgeheim. De ministers van Financiën van de G20 hebben eerder deze maand een ultimatum gesteld: als de belastingparadijzen in maart 2010 nog steeds niet willen meewerken aan informatie-uitwisseling, dan volgen tegenmaatregelen.

De belastingparadijzen en zwartspaarders liggen onder vuur. De Nederlandse fondsensector moet daarvan kunnen profiteren. Er liggen kansen om vermogen aan te trekken van Nederlandse investeerders die voortaan afzien van een gang naar Luxemburg. En ook het wegvallen van concurrentievoordelen in landen die hun financiële sector afschermden biedt mogelijkheden. Voor de Nederlandse fondsen is het zaak om zich juist nu beter te te positioneren op de markt van internationale beleggers. 

Michael Molenaars is advocaat-belastingdeskundige en lid van Stibbe’s Investment Management Groep.

Author(s)
Categories
Access
Limited
Article type
Column
FD Article
No