Dagelijks worden de financiële markten overspoeld met macro-economische cijfers en indicatoren die de toekomst en daarmee de beslissingen van professionele en minder professionele beleggers sturen.
Het spel dat daarmee gespeeld wordt is dat zogenoemde experts vooraf een voorspelling maken van een indicator en dat bij publicatie ervan de beurzen omhooggaan als blijkt dat de cijfers beter zijn dan verwacht en vice versa.
Op zich is daar niks mis mee, ware het niet dat zowel de voorspellingen als de uitkomsten vaak onbetrouwbaar en soms zelfs ronduit misleidend zijn.
De voorspelling is vaak niet meer dan een ‘educated guess’ zonder enige rekenkundige onderbouwing, terwijl de uitkomst vaak onderhevig is aan langdurige herzieningen. Kortom, de waan van de dag regeert en de enigen die baat hebben bij deze bewegingen zijn daghandelaren en effectenmakelaars.
Een bijkomende reden om sceptisch te zijn is dat deze indicatoren bijna zonder uitzondering een regionaal karakter hebben in een toenemend globaliserende wereld. De kredietcrisis heeft geleerd dat de wereld meer dan ooit onlosmakelijk economisch verbonden is.
Zo gingen zelfs de financiële markten in de Verenigde Staten onderuit nadat een economisch relatief onbetekenend land aan de Middellandse zee in betalingsproblemen dreigde te raken.
Uit onderzoek van professor Angus Maddison (1926-2010), die 2000 jaar economische geschiedenis heeft bestudeerd, blijkt dat op de lange termijn er twee ultieme drijfveren van economische groei zijn: bevolkingsgroei en menselijke interactie.
Deze interactie bestaat uit samenwerking of uit concurrentie en leidt tot respectievelijk specialisatie en innovatie en daarmee uiteindelijk tot productiviteitsverbeteringen. Het economisch meest tastbare onderdeel van deze interactie — de omvang en groei van de wereldhandel — wordt op maandbasis gemeten door het Centraal Planbureau.
De wereldhandel is daarmee naar mijn mening de belangrijkste economische indicator die er bestaat. Het is dan ook opmerkelijk dat er nauwelijks aandacht aan besteed wordt in de media of op de financiële markten, en dat het CPB deze indicator slechts als enige ter wereld pas in 2005 op maandbasis is gaan meten.
Wellicht is het cijfer wat te saai voor de korte termijn en daarmee ook niet echt commercieel interessant voor de diverse beroepsgroepen. Wat de reden ook is; wie de ontwikkeling van de wereldhandel volgt, kan niet anders dan optimistisch zijn.
Ondanks de voorspellingen van doemprekers en de angst voor protectionisme is de wereldhandel spectaculair hersteld in de afgelopen twaalf maanden en bijna weer terug op het niveau van vóór de kredietcrisis.
Dit had niemand verwacht na de grootste recessie sinds de Tweede Wereldoorlog. De langetermijndrijfveer voor groei-interactie oftewel globalisatie, is hiermee helemaal terug, ondanks de westerse schuldenberg en een mogelijke double dip in de VS.
Peter van Doesburg is beleggingsstrateeg bij Wealth Management Partners.
De informatie in deze column dient niet te worden opgevat als beleggingsadvies, beleggingsaanbeveling, aanbod of uitnodiging om effecten te kopen, te verkopen of anderszins te verhandelen.