Gewoonlijk vallen politici en centrale bankiers over elkaar heen om te benadrukken dat ze streven naar een sterke munt. Zo kunnen we bijvoorbeeld vrijwel dagelijks beluisteren dat Merkel en Sarkozy de euro ‘koste wat het kost’ zullen verdedigen. Maar is dat in werkelijkheid ook zo?
De officiële lezing is dat een sterke munt leidt tot een sterke koopkracht, een lage inflatie en -bovenal- een gezond vertrouwen in de desbetreffende economie. Met dat laatste kan de valutakoers feitelijk worden beschouwd als het rapportcijfer van een land of regio.
In weerwil van de retoriek lijkt het er echter sterk op dat thans vrijwel iedere land zijn eigen valuta probeert te devalueren. Japan kwam dit jaar met interventies om de yen te drukken en Zwitserland beloofde de markt ‘ongelimiteerd’ euros te kopen om de frank onder de 1,20 te houden.
Daarnaast kwam het Verenigd Koninkrijk onlangs met een nieuw rondje geld drukken en beginnen de Verenigde Staten een valutaruzie met China met de impliciete beschuldiging dat China de dollar kunstmatig hoog houdt. De oorlogen die nu gevoerd worden zijn valutaoorlogen, maar met het paradoxale doel om juist als verliezer uit de strijd te komen.
Waar komt deze race naar de bodem vandaan? De schuldencrisis van de overheden is hiervan de belangrijkste oorzaak. Via twee kanalen kan namelijk een zwakke valuta uitkomst bieden om van de schuldenberg af te komen.
In de eerste plaats leidt een depreciatie in wezen indirect tot meer sparen en minder consumeren. Door de lage valutakoers verbetert de concurrentiepositie met het buitenland en dit leidt tot hogere export, maar ook duurdere import die weer leidt tot een rem op de consumptie.
In de tweede plaats leidt een zwakke munt tot inflatie en dat is gewoonlijk gunstig voor overheden met schulden. De geldontwaarding zorgt immers tegelijkertijd ook voor een ontwaarding van de schulden. Los van de gevaarlijke bijeffecten van inflatie lijkt devaluatie daarom een tovermiddel voor de schuldencrisis die sinds 2008 woedt.
Het verleden heeft geleerd dat een dergelijk recept bij individuele landen wel degelijk een manier vormde om het schuldenprobleem te verminderen. Deze truc werkt echter niet als iedereen het gaat doen. Zwakke valuta bestaan slechts bij de gratie van sterke valuta. Als iedereen elkaar probeert te overtroeven in het verzwakken van de eigen munt dan valt er niets te halen bij de buren.
Het gevaar dreigt dan dat te veel landen minder gaan consumeren en meer gaan produceren. Dan gebeurt juist het tegengestelde waar de schuldenaren stiekem op hopen: deflatie in plaats van inflatie. Hiermee dreigt de schuldenproblematiek alleen maar groter te worden in plaats van kleiner.
Peter van Doesburg is beleggingsstrateeg bij Wealth Management Partners