IO placeholder
IO Placeholder

Zou binnen de Autoriteit Financiële Markten (AFM) de behoefte gegroeid zijn om op 12 september op een Europa-sceptische partij te gaan stemmen?

Dat gevoel is te bespeuren in het persbericht van de beurswaakhond van 26 juli. Daarin wordt melding gemaakt van het gegeven dat ‘Europa’ richtlijnen heeft uitgevaardigd omtrent indextrackers die de eerdere nationale aanbevelingen van de AFM in de wielen rijden. Hoewel de toezichthouder dat laatste ontkent door letterlijk te stellen dat de aanbevelingen “niet strijdig met elkaar” zijn, klinkt hier toch een zekere verdedigingsdrang in door.

Indexswaps
Een angel in de vergelijking is bijvoorbeeld dat de Europese toezichthouder ESMA de preoccupatie van de AFM tegen indextrackers met derivaten (zogenaamde indexswaps) niet laat doorklinken. De richtlijnen van de ESMA impliceren dat zowel ‘gewone’ indextrackers als indexswaps valide kunnen zijn zolang deze maar een gemeenschappelijk gereguleerd raamwerk bevatten dat tegenpartijrisico’s goed in kaart brengt.

De AFM vindt daarentegen in de vermeende complexiteit van indexswaps een afdoende argument om de gehele categorie op voorhand af te wijzen. De Nederlandse toezichthouder geeft hiermee impliciet het advies om te kiezen voor gewone indextrackers waarbij geen derivaten worden gebruikt.

Complexiteit als criterium
De ogenschijnlijke complexiteit of eenvoud als scherprechter gebruiken is echter gevaarlijk aangezien dit de indruk wekt dat een doorsnee consument zonder deskundig advies een gewone indextracker kan doorgronden. Dit is een onterecht uitgangspunt aangezien ook gewone indextrackers tegenpartijrisico’s met zich mee kunnen brengen die voor een niet-professionele belegger onduidelijk zijn.

Wie er ook gelijk heeft, voorop staat dat de discrepantie tussen de Nederlandse en Europese financiële toezichthouder geen goede zaak is. Door niet met één stem te spreken wordt het voor aanbieders van indextrackers en beleggers onduidelijk wat best practice is in Nederland.

Geen afstemming
Het is moeilijk te begrijpen dat de Nederlandse toezichthouder in juni aanbevelingen doet omtrent indextrackers terwijl de Europese toezichthouder een maand later met haar eigen standpunten komt. Hoewel de AFM aangeeft dat beide rapporten een andere achtergrond en doelstelling hebben, wordt de indruk gewekt dat van gezamenlijk optrekken of afstemming geen sprake is geweest.

Dit is des te merkwaardiger aangezien de huidige voorzitter van de ESMA uit de gelederen van de AFM komt. Probleem lijkt hier wederom dat het territorium van de Nederlandse waakhond niet adequaat is gedefinieerd waardoor er een overlapping ontstaat met andere instituties.

De onlangs in deze krant geconstateerde ongewenste botsingen van de AFM met de wetgevende macht is hiervan een ander voorbeeld. De oplossing moet gezocht worden in een meer nauwkeurige afbakening van het mandaat van de AFM en een inbedding van haar activiteiten in een Europese context. Dit werpt vervolgens opnieuw licht op de klassieke vraag: Wie houdt toezicht op de toezichthouder?

Peter van Doesburg is beleggingsstrateeg bij Wealth Management Partners
 

 

 

Author(s)
Categories
Access
Limited
Article type
Column
FD Article
No