IO placeholder
IO Placeholder

Een recent onderzoeksrapport van Lipper FMI (onderdeel Thomson Reuters) laat zien dat de in- en uitstroom voor Europese beleggingsfondsen veel meer wordt beïnvloed door korte termijn performance (1-jaars) dan door langere perioden.

Voor het onderzoek gebruikte men zogenaamde ‘peer group rankings’. Fondsen worden hierbij in vier kwartielen ingedeeld.

De 25 procent best presterende fondsen over een bepaalde periode worden ingedeeld in het eerste kwartiel, de volgende 25 procent ingedeeld in het tweede kwartiel etc.

Netto uitstroom
De kwartaalgemiddelden over de periode 2002 tot en met 2010 laten voor Europese aandelenfondsen zien dat de fondsen met een 1-jaars performance in het eerste kwartiel ongeveer 1,6 euro miljard aan nieuw vermogen aantrokken.

Voor de fondsen in het tweede kwartiel was dat nog geen 100 miljoen euro. De fondsen in het derde kwartiel verloren 600 miljoen euro en de laatste categorie zelfs 1,1 miljard euro.

Gemeten over perioden van 5 jaar, laten dezelfde gemiddelden zien dat er in alle kwartielen netto uitstroom was.

Rijdende trein
Met andere woorden: de ‘buy the winner’-strategie wordt al snel weer verlaten als de performance van het fonds tussentijds wegzakt, ondanks dat later blijkt dat deze fondsen na 5 jaar toch tot de topperformers behoren.

De fondsindustrie speelt handig in op het feit dat beleggers graag op een rijdende trein springen. Zij weet als geen ander hoe belangrijk de 1-jaars performance voor de vermogensgroei van een fonds is.

Men brengt daarom graag fondsen onder de aandacht die het de afgelopen maanden goed presteerden en versterkt hiermee wellicht de korte termijn voorkeur van beleggers.

Ook op lange termijn dips
Het tussentijds achterblijven, komt bij de beste fundmanagers voor. Sterker nog, een fundmanager die een consistente koers vaart moet wel perioden van underperformance doormaken.

Een onderzoek van Davis Advisors uit 2008 laat dit zien. Maar liefst 98 procent van de best presterende aandelenmanagers gemeten over een 10-jaars periode komt tussentijds voor tenminste één 3-jaars periode in de onderste helft van de kwartielen terecht.

Vier van de 10 topmanagers behoorden tussentijds zelfs gedurende een periode van 3-jaar tot de 10 procent slechtst presterende fundmanagers van het universum.

Meer onderzoek nodig
De beslissing om op dat moment deze fondsen te verlaten, had de belegger uiteindelijk fors rendement gekost omdat later een enorme inhaalslag plaats zou gaan vinden en het fonds op basis van 10-jaars performance bij de best presterende blijkt te behoren.

Kortom, als u instapt op basis van korte termijn succes, stap dan niet automatisch uit bij een terugval van uw fundmanager in de ‘peer group’.

Uitstappen enkel op basis van achterblijvende (korte termijn) performance is voor de lange termijnperformance van uw portefeuille vaak geen goed idee.

Er zal meer onderzoek nodig zijn over het waarom van het achterblijven. Pas als dit plaatje compleet is, kan een juiste conclusie worden getrokken.

Rico Bosma is partner bij Wealth Management Partners.

De informatie in deze column dient niet te worden opgevat als beleggingsadvies, beleggingsaanbeveling, aanbod of uitnodiging om effecten te kopen, te verkopen of anderszins te verhandelen.

 

Author(s)
Categories
Access
Limited
Article type
Column
FD Article
No