robeco_ang_andrew.jpg

Factorbeleggen is een beheerstijl waarbij risico’s waarvoor beleggers extra compensatie kunnen verwachten actief worden opgezocht, terwijl blootstelling waarvoor dit niet geldt zo veel mogelijk wordt gemeden.

‘Factoren zijn als voedingsstoffen’, zegt Andrew Ang van de Columbia University uit New York City tijdens zijn lezing op het Robeco-seminar Factor Investing, afgelopen vrijdag in Rotterdam.

‘Verschillende beleggers hebben verschillende factoren nodig in de voor hen optimale mix.’

Verzekeringspremie
Bij het samenstellen van een optimale portefeuille, moet de individuele belegger weten in de mate hij blootgesteld wil worden aan diverse bronnen van risico in de markt. Hierbij moet hij ten aanzien van elk risico de afweging maken of hij kan verwachten er redelijk voor gecompenseerd te worden.

Risicobronnen waar volgens Ang aan te denken valt zijn bijvoorbeeld inflatie, economische groei, politieke omstandigheden en financiële stabiliteit. Daarbij vraagt hij zich direct af of de laatste risicobron te vangen is met een begrip als koersfluctuatie, ofwel ‘volatiliteit’. Kredietrisico is een andere bekende.

Ook tijd speelt een rol. Een redelijke premie voor risico betekent niet altijd winst. Ang: ‘Het is als een verzekeringspremie. De reden voor het extra rendement op lange termijn is dat je op korte termijn gedwongen kan worden te lijden.’

Beleggingshorizon
Dit is waar zo gangbaar geworden diversificatie-strategieën in tijden van crisis niet bleken te werken. De factoren waarnaar beleggers massaal gealloceerd hadden ‘faalden simultaan‘, brengt Ang de krach van 2008 in herinnering. Veel beleggers konden niet omgaan met de verliezen. ‘Iedereen wilde tegelijkertijd zijn volatiliteit terugbrengen.’

Over meerdere beleggingshorizonnen bezien, bleven daarbij maar enkele factoren overeind als waarde toevoegend. De voornaamste zijn volgens Ang de factoren ‘waarde’ en ‘moment’. Daarnaast is er empirisch bewijs voor het bestaan van factoren als ‘smallcap’ en ‘volatiliteit’.

Bij aandelenselectie wordt de eerste categorie vaak gedefinieerd als fondsen met een lage prijs-boekwaarde. Bij de tweede en derde worden winnaars over de voorgaande periode en bedrijven met geringe marktkapitalisatie geselecteerd. En bij de laatste wordt gezocht naar lage koersvariatie.

Noors staatsfonds
Ang deed, met Goetzmann en Schaeffer, onderzoek voor het Noorse staatsfonds Norges Bank Investment Management (NBIM). Uit de studie bleek dat het fonds waarde toevoegde door actief af te wijken van de benchmark, ofwel marktportefeuille. Echter, het voornaamste deel van de outperformance, zo toonden de wetenschappers aan, was toe te schrijven aan factor-exposures.

Het fonds, dat oliebaten van het land beheert en een vermogen heeft van zo’n 590 miljard euro, besloot hierop het beleggingsproces om te draaien en volledig op factor-exposures te gaan sturen. Deze keuze leidde er onder meer toe dat het fonds na de krach direct bijkocht. ‘Ze bleven bij hun oorspronkelijke portefeuillewegingen in 2008/2009 en sloegen hun slag’, aldus Ang.

Toekomst
Ang trekt de parallel met de ontwikkeling van indexfondsen sinds de jaren zeventig. Wells Fargo zette in 1971 het eerste fonds op met het oogmerk kostenefficiënt te beleggen in de marktportefeuille. Pas in 1975 vond dit navolging met de oprichting van Vanguard, de aanbieder die er echt mee doorbrak. Toch duurde het tot 1998 tot het vermogen onder beheer de 1 miljard dollar overtrof.

‘Er zijn nog geen goedkope factorfondsen’, zegt Ang. Hij hoopt dat hier verandering in komt. ‘De voordelen zouden enorm zijn.’

Robeco factorfondsen
Robeco biedt onder de noemer ‘quant’ een aantal aandelenfondsen aan, die middels actief management blootstellingen aan de factoren moment, lage volatiliteit en waarde zoeken. De factorfondsen hebben nu een vermogen onder beheer van rond de 8 miljard euro. 

Uit eigen onderzoek van Robeco bleek dat de verschillende fondsen het over verschillende periodes goed deden. Robeco’s kwantitatieve aandelenonderzoeker Joop Huij heeft gekeken naar spreiding over de verschillende factoren, maar vond geen overtuigend bewijs voor een optimale verdeling.  

Zijn teamlid Pim van Vliet voegt eraan toe dat waardebeleggen het meest geaccepteerd is, gevolgd door lage volatiliteit. De stijl gericht op moment is het meest ‘innovatief’, aldus de onderzoeker.

De Robeco-fondsen zijn evenwel zo opgezet ‘dat als je in een factor belegt, je niet tegen de andere twee ingaat’, aldus Van Vliet. 

Meer achtergronden op Fondsnieuws:
‘Met relatief weinig risico kun je veel winnen’
‘Factor-premies bepalend voor rendement’

 

Categories
Access
Limited
Article type
Article
FD Article
No