Lage volatiliteit is funest voor de voorspelbaarheid van rendementen in financiële markten. Dat is een van de conclusies van drie onderzoekers verbonden aan de Federal Reserve naar de vraag of de invloed van financiële en macro-economische cijfers op rendementen - en dus de voorspelbaarheid daarvan - nog wel zo groot is.
Het lijkt een actueel onderzoek in een periode waarin lage volatiliteit het gesprek van de dag is, maar de onderzoekers richten zich op een heel andere periode: van begin jaren zestig tot 2008. Want, zo schrijven ze: was er tussen 1961 en 1982 sprake van een grote voorspelbaarheid van de rendementen van de onderzochte asset classes; tussen 1982 en 2008 was die ver te zoeken.
De oorzaak voor die afgenomen voorspelbaarheid leggen ze onder meer bij de toename van beleidsmatige stappen destijds. Die drukte op de volatiliteit, aldus de onderzoekers. Terug naar de huidige periode. Het onderzoek werpt de vraag op of de huidige manier waarop centrale banken actief beleid voeren om heftige bewegingen in de markt te kunnen sturen een drijver is van de lage volatiliteit.
Centrale banken
Lukas Daalder, cio van Robeco, ziet het centralebankenbeleid wel degelijk als een van de argumenten voor de afnemende volatiliteit. ‘Centrale banken lijken steeds meer iedere golf plat te slaan, waardoor normale marktreacties worden afgevlakt, bijvoorbeeld bij tegenvallende macrocijfers.’
Een - aanpalend - argument voor de lage volatiliteit legt Daalder overigens bij de marktpartijen zelf. ‘Die nemen geen enkel politiek risico nog serieus, doordat het hedgen van dit soort risico’s zich de afgelopen vijf jaar zelden uitbetaalde. Dat gaat een keer fout.’ De strateeg noemt het risico op lange periodes van ‘schijnbaar omhoog kabbelen’, met daarna ‘pijnlijke flashcrash-achtige gebeurtenissen’. ‘Dat kan met venijnige uitschieters gepaard gaan.’
Bedrijfscijfers
Het is precies die periode van lage volatiliteit gevolgd door mogelijke uitschieters die volgens de beleggingsstrateeg de voorspelbaarheid van rendementen moeilijker maakt, aansluitend op het Amerikaanse onderzoek.
Toch is die toegenomen moeilijkheid iets wat volgens Daalder los van volatiliteit al veel langer aan de hand is. ‘Vroeger spoot een aandeel omhoog na goede bedrijfscijfers. Tegenwoordig is dat niet meer zo zwart-wit. Heeft een bedrijf een bedrijfswinst geboekt van 20 miljoen, kan dat - ook al is het een goede prestatie voor het bedrijf - een daling van het aandeel betekenen doordat analisten vooraf op bijvoorbeeld 25 miljoen hadden gerekend.’