iShares leunt voor haar omzet veel sterker op duurder geprijsde ETF’s dan haar grootste rivalen, wat het bedrijf kwetsbaar maakt voor professionele beleggers die overstappen naar lager geprijsde alternatieven.
Dat schrijft Bloomberg op basis van eigen berekeningen.
De ETF-tak van BlackRock haalt bijna de helft van haar omzet uit producten met een expense ratio van 40 basispunten of meer, terwijl deze trackers goed zijn voor slechts een vijfde van het totaal beheerde vermogen.
Bij State Street en Vanguard is juist het omgekeerde het geval. De eerste haalt met SPDR 48 procent van de omzet uit producten die minder dan 20 basispunten kosten, bij Vanguard is dat zelfs meer dan 90 procent.
In het artikel worden twee belangrijke redenen genoemd waarom iShares een relatief forse prijs kan vragen voor een deel van haar ETF’s. De eerste hangt samen met het enorme assortiment. In tegenstelling tot de concurrentie kan in vrijwel elk land of nichemarkt worden belegd.
Russische aandelen bijvoorbeeld. iShares heeft twee trackers op deze markt die beide meer dan 0,6 procent kosten, bij State Street en Vanguard ontbreekt die mogelijkheid.
Verhandelbaarheid
De andere reden is de aanzienlijk hogere liquiditeit van de producten. Ook al is er een lager geprijsd alternatief beschikbaar, dan nog kiezen professionele beleggers zoals hedgefondsen nu nog vaak voor het product van iShares. Of zoals ETF-analist Eric Balchunas van Bloomberg Intelligence het verwoordt: ‘Liquiditeit is het enige dat je immuun maakt voor de prijzenoorlog.’
Maar tegelijkertijd stelt hij dat de goedkoper geprijsde ETF’s het uiteindelijk zullen winnen van de duurdere. Dat zou de omzet van iShares, en daarmee het beursgenoteerde BlackRock, midscheeps kunnen treffen.
Zou iShares haar prijzen over de hele linie in lijn brengen met die van Vanguard, dan kost dat de aanbieder dat tot wel 3 miljard dollar aan omzet per jaar.
‘Geen gratis ETF’s’
Aan de prijzenslag onder ETF-aanbieders lijkt ondertussen geen einde te komen. De concurrentie is nu zo hevig dat er in de VS al gratis trackers zijn. De race naar de bodem lijkt daarmee voltooid, maar een product voor niets weggeven gaat Vanguard te ver.
‘Als dat betekent dat een klant een product van de concurrent neemt: het zij zo’, zegt Jim Norris, die Vanguards internationale tak leidt, in gesprek met het Financieele Dagblad.
Passief beleggen brengt namelijk altijd kosten met zich mee, benadrukt Norris. Zo zijn er licentiekosten voor het gebruik van de indexen die gevolgd worden. ‘Je kunt als vermogensbeheerder besluiten die kosten niet in rekening te brengen. Maar dan zal iemand anders ze moeten betalen, waarschijnlijk afnemers van een ander product dat je aanbiedt.’ Dat is ‘niet fair’, stelt Norris. ‘Als wij groeien profiteert de klant van lagere kosten. Maar wij zullen nooit iets voor nul aanbieden.’