Beleggers die er voornamelijk op belust zijn om de koopkracht van hun geld in stand te houden, hebben een probleem met Duits of Nederlands staatspapier. Doordat de rente lager ligt dan de inflatie, verliezen ze immers aan koopkracht.
Hoe kunnen ze aan die zogenaamde financiële repressie ontsnappen?
‘In normale tijden is cash koning’, zegt Michael Story, obligatiestrateeg van fondsbeheerder Pimco bij zijn passage op Schiphol. ‘Maar dit zijn duidelijk geen normale tijden. Nu, meer dan ooit, is diversificatie de oplossing om een voldoende hoog rendement te halen.’
Opmerkelijk genoeg schuwt Story daarbij het schuldpapier van de opkomende landen niet. Sinds Ben Bernanke, de voorzitter van de Amerikaanse Federal Reserve, op 22 mei heeft laten weten dat er medio 2014 een einde komt aan het inkoopprogramma van schuldpapier, zijn die landen het kind van de rekening. Als de Fed minder geld in de markt pompt dan de 85 miljard dollar die hij daar nu nog maandelijks aan spendeert, is dat een vorm van monetaire verkrapping.
Dat maakt de VS op hun beurt weer aantrekkelijker voor beleggers die exotischer oorden hadden opgezocht omdat die meer rendement boden.
Carry trade
Die ‘carry trade’ — het lenen in een laagrentende munt en beleggen in hoogrentende munten — is een lucratieve bezigheid zolang de wisselkoers tussen die valuta stabiel blijft. Als de hoogrentende munt aan waarde verliest, gaat het voordeel van de hogere vergoeding deels verloren. Het kan zelfs gebeuren dat een belegger er flink zijn broek aan scheurt. Het is dus zaak om op tijd de carry trade terug te draaien. ‘Maar als elke belegger op die manier reageert, versterkt dat enkel de uittocht, en ondergraaft het dus verder die munten’, aldus Story.
De Indiase roepie is daar een schoolvoorbeeld van. De munt heeft sinds 22 mei ongeveer 17 procent aan waarde verloren tegenover de dollar, al heeft dat zeker niet enkel te maken met het nakende terugschroeven van het Fed-inkoopprogramma.
India kampt met een toxische cocktail van een verzwakkende groei, een oplopende inflatie en vooral een gapend tekort op de lopende rekening dat buitenlandse beleggers niet langer bereid zijn te financieren. Een magere troost voor India is dat het niet als enige in de hoek zit waar de klappen vallen. Ook de munten van Indonesië en Thailand kregen de voorbije maanden flinke klappen om de oren.
Renteverhogingen
De centrale banken van die landen overwegen renteverhogingen om de kapitaaluitstroom te stelpen en hun roepie, roepia en baht te stutten. Daarbij dreigt wel een gevaar: als renteverhogingen de economische groei torpederen, kan het marktvertrouwen plots helemaal omslaan en de munt op die manier alsnog onderuit halen.
Ook kapitaalcontroles, lang een taboe, behoren opeens weer tot de beleidsopties. Zo beperkte de Indiase regering bijvoorbeeld al de import van goud.
Het is echter kortzichtig om alle opkomende economieën over dezelfde kam te scheren, benadrukt Story. ‘Wij zijn bijvoorbeeld gecharmeerd van landen als Brazilië en Mexico die wel nog in staat zijn een contracyclisch monetair beleid te voeren. Zij kunnen met andere woorden nog de rente verlagen om hun economie te stimuleren.’
Complementaire groep
Beleggers moeten daarom niet al te selectief naar groeilanden kijken, meent de Pimco-strateeg, maar ze meer als een complementaire groep zien met een natuurlijke spreiding. ‘Kijk voor een goede weging in je obligatieportefeuille naar de omvang van de economieën, niet naar de omvang van hun schuld’, tipt Story. ‘Het is een goed idee om ook de geïndustrialiseerde economieën niet uit het oog te verliezen, want opnieuw: spreiding is meer dan ooit het thema.’
Spreiding betekent dat de risico’s redelijk verdeeld worden. Het is daarom beter om niet te kijken naar de marktkapitalisatie van de schulden — verleidelijk want hoe groter, hoe liquider — maar wel naar de omvang van de economie die de schulden moet dragen.
Japan
‘Kijk maar naar Japan dat een schuldenberg heeft die meer dan twee keer zo hoog is dan wat het jaarlijks aan welvaart produceert. Mocht er een land ter wereld zijn waarvan ik nu vrij agressief mijn portefeuille van staatspapier zou verminderen, dan is het Japan wel.’
Hoe het de Aziatische munten de komende maanden en jaren zal vergaan, zal in grote mate afhangen van de koers van de Amerikaanse centrale bank. Daarbij zullen de ogen gericht zijn op de nieuwe voorzitter, die normaal gezien in januari volgend jaar aantreedt.
Of de opvolger van Ben Bernanke huidig ondervoorzitter Janet Yellen of top econoom Larry Summers wordt, maakt volgens Story niet zoveel uit. ‘Als die opvolger maar voor continuïteit zorgt, dat is het belangrijkste.
Copyright: Het Financieele Dagblad, 3 september 2013.