De keuze van Nederlandse particuliere beleggers om vermogen te beleggen in een actief beleggingsfonds, leverde de Nederlandse economie vorig jaar netto 524 miljoen euro op.
Keer op keer komt uit onderzoek naar voren dat de overgrote meerderheid van de actieve beleggingsfondsen achter blijft bij de benchmark die zij willen verslaan. Waarom zou je dus nog betalen voor actief beheer? Beleggers zijn veel beter af met goedkope passieve indextrackers, zou je kunnen denken. Maar is dit zo?
Het antwoord hangt natuurlijk af van in welk actief fonds je belegt. Om te kijken hoe dit in de praktijk uitpakt, heeft consultancy bureau AF Advisors gekeken hoeveel geld van Nederlandse retailbeleggers in welke beleggingsfondsen zit en of deze fondsen vorig jaar hun benchmark verslagen hebben of niet. Voor dit onderzoek is gekeken naar de fondsen die in het bezit zijn van Nederlandse retailbeleggers, inclusief de fondsen die gebruikt worden in beleggingshypotheken en verzekeringsproducten.
In totaal was deze markt eind vorig jaar 169 miljard euro groot, 134 miljard hiervan zat in actieve beleggingsfondsen. Van 81 procent van dit vermogen heeft AF Advisors kunnen achterhalen of de benchmark verslagen was en wat het relatieve rendement ten opzichte van de benchmark was. Dit geld was eind vorig jaar belegd in bijna 1700 beleggingsfondsen. Voor het onderzoek is de consultant ervan uitgegaan dat dit geld het hele jaar in deze fondsen heeft gezeten.
De fondsen die het beter deden dan hun index leverden totaal 1,5 miljard euro meer aan vermogen op voor hun beleggers. Aan de andere kant staan beleggers in actieve fondsen die achter bleven bij hun benchmark. Deze verloren ongeveer 1 miljard euro aan rendement. Netto stonden de actieve beleggers op deze manier dus relatief 524 miljoen euro in de plus. Dit komt, volgens Jasper Haak van AF Advisors, neer op een outperformance na fondskosten van 48 basispunten voor actieve beleggers, ofwel: de benchmarks rendeerden gemiddeld 7,17 procent en de actieve fondsen 7,65 procent.
‘Dat is misschien niet heel veel’, zegt hij, ‘maar het is in 2017 meer dan beleggen in passieve fondsen opleverde. Obligatietrackers leveren over het algemeen de benchmark minus hun kosten op. Bij aandelen komt daar vervolgens vaak nog wel iets bij in verband met teruggaaf van dividendbelasting en zit je dus zo’n beetje op het benchmark-rendement.’
Het verschil met passieve fondsen zou volgens Haak echter groter kunnen zijn, als de kosten van actieve fondsen omlaag zouden gaan. Daar is volgens hem ruimte voor. Volgens Boston Consulting Group is de gemiddelde marge van assetmanagers nog altijd op hetzelfde niveau als voor de financiële crisis. ‘Dat kan dus best nog wel wat omlaag. Veel andere volwassen sectoren hebben veel lager marges.’
Haak heeft ook gekeken welke individuele beleggingsfondsen de grootste relatieve bijdrage hebben geleverd aan de Nederlandse economie. Om in de top 3 te komen, moet een fonds groot zijn - er moet veel vermogen in zitten - en er moet sprake zijn van een flinke outperformance.
Robeco Global Stars Equities
Zo bekeken leverde wereldaandelenfonds Robeco Global Stars Equities, het voormalige Robeco-fonds, de grootste relatieve bijdrage aan de Nederlandse economie vorig jaar. Nederlandse retailbeleggers hadden eind vorig jaar een groot bedrag belegd in dit fonds en de strategie behaalde vorig jaar een outperformance van ongeveer 5 procent.
Robeco Global Consumer Trends staat op de tweede plaats. Voor het onderzoek is in principe steeds gekeken of een fonds beter gepresteerd had dan debenchmark die het zelf hanteert. Dit fonds is echter een sectorfonds dat belegt in consumentengoederen, maar in plaats van tegen een consumentengoederen-index zet het het eigen rendement af tegen de MSCI All Country Index, een wereldaandelenindex. ‘Dit is dus eigenlijk niet helemaal eerlijk, echter ook ten opzichte de consumentengoederen-index is het rendement nog steeds erg goed’, zegt Haak
Wereldaandelenfonds BNP Paribas Obam behaalde door een outperformance van bijna 6 procent te behalen, de derde plaats.
Zowel Robeco Global Stars Equities als BNP Paribas Obam zijn fondsen met een lange historie. Ze behoren tot de oudste fondsen van Nederland en hebben niet altijd goede rendementen laten zien. BNP Paribas Obam kampte als gevolg daarvan lange tijd met uitstroom. Maar de laatste jaren gaat het weer beter en er zit nog altijd veel geld in deze fondsen. Robeco doopte zijn Robeco-fonds eind 2016 om tot Robeco Global Stars Equities en halveerde tegelijkertijd het aantal posities in de portefeuille, waardoor de portefeuille veel geconcentreerder werd.
De top 3 van fondsen met de grootste negatieve bijdrage aan de economie werd vorig jaar ook aangevoerd door een fonds van Robeco: Robeco Emerging Conservative Equity. Dit fonds bleef vorig jaar maar liefst ruim 8 procent achter bij zijn benchmark. Op de tweede plaats het ASR Nederland-fonds met een achterblijvend rendement van ruim 7 procent en op de derde plaats wederom een geplaagd opkomende marktenfonds deze keer van Standard Life Aberdeen.
Maar goed, over de hele linie pakte de keuze voor actief beleggingsfondsen dus goed uit. Tenminste vorig jaar. Om echt iets te kunnen zeggen, is het natuurlijk beter om naar een langere periode te kijken, maar dat is nu nog niet gebeurd. Haak: ’We hebben data liggen tot vijf jaar terug, maar het is nogal wat werk deze te analyseren.’
Ook moet niet vergeten worden dat de meeste beleggers beleggingsfondsen aankopen via een bank of beleggingsplatform die ook kosten voor hun dienstverlening in rekening brengen. Deze kosten zijn nog niet van het rendement afgehaald omdat deze geen impact hebben op het verschil tussen actief en passief. Bij passieve fondsen is dit immers ook het geval. Voor het uiteindelijke absolute rendement van retailbeleggers zijn ook deze kosten echter wel degelijk relevant.