Econoom en hoogleraar Barbara Baarsma van PWC schetst een somber toekomstperspectief voor de Nederlandse economie. Op de Investment Officer New Year’s Perspectives 2026 in Amsterdam vorige week, legde ze de vinger op de zere plek: Nederland heeft zijn economische dividenden opgemaakt.
De Nederlandse economie kampt volgens Barbara Baarsma met een structureel probleem, dat decennialang de levensstandaard zal bepalen. Structurele economische groei rust op twee variabelen: arbeidsaanbod en arbeidsproductiviteit. In de afgelopen tien jaar was 80 procent van de groei in Nederland een gevolg van het arbeidsaanbod, de verhoging van de AOW-leeftijd en door arbeidsmigratie.
Met de vergrijzingspiek in 2040 zal het arbeidsaanbod – ondanks migratie – volgens Baarsma op zijn best constant blijven. ‘Dat betekent dat alle groei moet komen uit arbeidsproductiviteitsgroei. En die was de afgelopen tien jaar gemiddeld 0,4 procent per jaar.’
Vier uitgeputte dividenden
Baarsma onderscheidt vier economische dividenden die Nederland’s welvaart in het verleden hebben gebouwd, maar volgens haar nu zijn opgedroogd - en zelfs kosten met zich meebrengen: het vredesdividend, het gasdividend, het demografische dividend en het globaliseringsdividend.
Het vredesdividend dankte Nederland aan het overschrijden van de NAVO-norm van 2 procent BBP. Dat leverde ‘ons’ meer dan 100 miljard euro op, geld dat kon worden besteed aan sociale voorzieningen en andere publieke taken. ‘Maar nu moeten we naar 3,5 procent of zelfs 5 procent. Dus wordt het echt een kost’, aldus Baarsma.
De cumulatieve Groningse gasbaten tot 2018 bedroegen intussen 420 miljard euro, een aardig ‘gasdividend’. ‘Daar is onze sociale zekerheid op gebouwd’, legt Baarsma uit. ‘Waar gaan we de AOW van betalen, die nu al voor meer dan de helft uit de schatkist komt?’
Op gebied van demografie heeft Nederland in 2000 een keerpunt bereikt, toen het aandeel werkende bevolking op een hoogtepunt kwam. Baarsma wijst op de dramatische verschuiving die sindsdien gaande is: ‘In 2075 is 75 procent van de beroepsbevolking in Azië (zonder China) of Afrika.’
Dat tenslotte ook het globaliseringsdividend is opgedroogd, komt doordat de groei in goederenhandel sinds de financiële crisis vrijwel stilstaat, terwijl handel juist een belangrijke aanjager is van arbeidsproductiviteitsgroei. Deze motor van economische vooruitgang draait niet langer op volle toeren.
Twee resterende kansen
Hoewel de econoom tegenover haar publiek beaamde dat het beeld niet rooskleurig was, eindigde ze haar betoog in Amsterdam hoopvol. Baarsma ziet namelijk wel twee potentiële dividenden: Ten eerste de Europese interne markt. Non-tarifaire barrières tussen EU-lidstaten komen neer op een tarief van 45 procent voor goederen en 110 procent voor diensten. ‘Dan is die 15 procent van Trump… ik wil niet zeggen peanuts, maar valt daar wel bij in het niet. Daar ligt het beste antwoord op isolationisme.’
Het tweede is AI, maar daar is Baarsma voorzichtig: ‘Tot nu toe zie je AI op macroniveau nog absoluut niet in productiviteitsstatistieken. We moeten AI gebruiken om iets nieuws te doen. Om klimaatoplossingen te bedenken, om nieuwe medicijnen te ontwikkelen. Als we dat niet doen, dan wordt het wel een bubbel.’
De aanwezige vermogensbeheerders adviseerde Baarsma: ‘We moeten geen toeschouwers meer zijn, maar makers.’ Oftewel investeren in Europese autonomie, of toekijken hoe anderen de winst pakken. Moeilijke keuzes beginnen bij de allocatie.