Beleggers zijn zich steeds meer bewust van de mogelijke voordelen van factorstrategieën, maar weten vaak niet goed hoe ze deze moeten toepassen.
Vooral het bepalen van de mate waarin factorbeleggen deel zou moeten uitmaken van de beleggingsportefeuille, vormt een uitdaging.
Maar het antwoord daarop is volgens Robeco niet eenvoudig. Volgens de Rotterdamse asset manager, een pionier op het gebied van factorbeleggen, zouden beleggers om te beginnen zichzelf de vraag moeten stellen of ze geloven in de toegevoegde waarde van traditioneel actief management.
Is het antwoord daarop ‘ja’, dan is een toewijzing van één derde van de portefeuille aan actieve strategieën, één derde aan passieve strategieën en één derde aan factorproducten een populaire aanpak.
Zo kent in Nederland Rabobank een dergelijke core-factor-satellite benadering.
Een allocatie van ten minste een derde van de portefeuille naar factoren is volgens Robeco ook vereist om een betekenisvolle impact te hebben.
Enhanced indexing
Voor degene die (marktgewogen) passief belegt, maar die toch willen profiteren van factor ‘tilts’, kunnen ‘enhanced indexing’ overwegen.
Deze strategieën zijn ontworpen om marktrendement zeker te stellen en daarnaast toegang te bieden tot bekende factorpremies. ‘In dit geval zou een passieve portefeuille volledig kunnen worden geheralloceerd naar enhanced indexing, terwijl de tracking error op een zeer laag niveau van rond de 1 procent blijft.’
Combineren
Tussen deze twee verschillende benaderingen in, bestaat volgens Robeco nog een oneindig aantal andere mogelijkheden.
‘Verschillende op factor-gebaseerde oplossingen kunnen worden gecombineerd, maar werken ook goed in combinatie met traditionele fundamentele strategieën. Zo gaan bijvoorbeeld low volatility strategieën prima samen met indexproducten of hoogdividend fondsen, zodat diversificatievoordelen kunnen worden gegenereerd als gevolg van hun minder volatiele rendementspatroon.’
Maar welke benadering beleggers ook kiezen, zo besluit Robeco, beleggers moeten nooit vergeten om hun totale factor exposure goed te monitoren, zowel voor als na de allocatie naar factorpremies.
Als er bijvoorbeeld al een onbedoelde tilt naar een bepaalde factor in de portefeuille aanwezig is, dan zou een factor strategie die een lagere weging naar die specifieke factor nastreeft mogelijk de beste keuze kunnen zijn.’
Download hier het gehele rapport.