Er is een stevige kans dat de voedselprijzen op korte termijn wereldwijd stijgen. De eerste signalen in die richting zijn de consequenties van de enorme epidemie van Afrikaanse varkenspest in China, de ontwrichtende bosbranden in Australië en de exploderende uienprijzen in India.
Zo’n nieuwe mondiale schokgolf van stijgende voedselprijzen heeft ‘disproportioneel grotere gevolgen dan eerdere prijsstijgingen uit het verleden’, waarschuwt de Japanse bank Nomura. Dat komt door het toegenomen protectionisme in de wereld, de groei van speculatieve beleggingen en de snel ‘tot gevaarlijke hoogte gestegen en deels verborgen schuldenlast’ van de meest kwetsbare landen.
Sinds de laatste golf van voedselprijsstijgingen in 2010 is de wereld ten onrechte weer in slaap gesust door acht jaar dalende prijzen, aldus Nomura-analisten Rob Subbaraman, Michael Loo en Sonal Varma in hun woensdag verschenen rapport Prepare for the next surge in food prices.
Kleinste areaal tarwe
De keerzijde van die prijsdaling is volgens de gealarmeerde analisten dat investeringen in de landbouw wereldwijd minder aantrekkelijk werden voor particuliere investeerders. Zo daalden in de Verenigde Staten de agrarische investeringen tot het laagste niveau van deze eeuw. Amerikaanse tarweboeren zaaiden deze herfst het kleinste winterareaal van de afgelopen 110 jaar in.
De vraag naar voedsel is ondertussen fors gestegen, waarbij de groei van de wereldbevolking is geconcentreerd in landen in Afrika, het Midden-Oosten en Centraal-Azië. Toevallig ook bijna allemaal landen die volgens Nomura de hardste klappen krijgen als de grondstoffenprijzen stijgen. In de vijftig kwetsbaarste landen woont 59 procent van de wereldbevolking.
Albanië en Montenegro
Nomura schaart ook Albanië en Montenegro tot de top-10 landen op de wereld die het hardst getroffen worden door wereldwijde stijgingen van de voedselprijzen. Het goede nieuws, voor zover van goed nieuws kan worden gesproken in het Nomura-scenario van voedselrellen en hongersnoden, is dat Nederland tot de tien landen hoort die het meest profiteren van exploderende voedselprijzen, vanwege de grote export van landbouwproducten.
Overheden in de kwetsbare landen hebben volgens de Nomura-analisten bovendien weinig ruimte om levensmiddelen te subsidiëren of te investeren in de eigen landbouw. Onder meer doordat ze zich de laatste jaren zwaar, en voor $200 mrd in het verborgene, in de schulden hebben gestoken bij China. De landen in deze ‘schuldenval’ zijn ook vaak de landen die het gevoeligst zijn voor klimaatverandering. ‘Double trouble,’ aldus Nomura.
El Niño en La Niña
Een schoksgewijze stijging van de voedselprijzen kan volgens Nomura makkelijker dan voorheen in gang worden gezet door bijvoorbeeld natuurrampen, zoals de periodiek optredende verstorende zeestromingen El Niño en La Niña. Economisch kwetsbare landen zijn volgens de analisten ook gevoeliger geworden voor de effecten van klimaatverandering, zoals woestijnvorming of overstromingen. De Japanse bank wijst erop dat de schade in de VS als gevolg van natuurrampen een recordhoogte nadert.
Een andere vonk in het kruitvat kan volgens Nomura een snelle waardedaling zijn van de volgens de Japanners nu relatief hoge Amerikaanse dollar. Maar ook een stijging van de olieprijzen kan deze ketenreactie op gang brengen. Dat is allesbehalve een denkbeeldig scenario, stelt Nomura, onder verwijzing naar de oplopende spanningen in het Midden-Oosten, bijvoorbeeld tussen Iran en Saoedi-Arabië, met de VS op het vinkentouw.
Tandem
Historisch lopen voedselprijzen vaak gelijk op met de olieprijs. Als zo’n tandem van dubbele prijsstijging vaart maakt heeft daar nog maar één land in de wereld baat bij volgens Nomura, en dat is Noorwegen. Dat zal het land te danken hebben aan de rijkdom aan olie en vis.
Dit zijn volgens Nomura geen gratuite denkoefeningen. De bank ziet in de uitbraak van de Afrikaanse varkenspest in China een mogelijke detonatie van de gevreesde ketenreactie. China fokte 58% van de varkens op de wereld, maar is nu de helft kwijt. Varkensvlees was in China vorige maand 101,3 procent duurder dan een jaar eerder. Volgens Nomura verspreidt die prijsstijging zich al over andere markten.
Nederland eet goedkoop
Nederlanders hoeven zich voorlopig nog geen zorgen te maken. Hier besteedt een huishouden volgens Nomura 11,7 procent van het inkomen aan voeding. Weinig landen eten goedkoper. Zorgelijker vooruitzichten hebben de elf landen in Afrika en Azië waar huishoudens meer dan de helft van hun inkomen besteden aan voeding.
Copyright: Het Financieele Dagblad, 22 november 2019