Monty Python, Always look at the bright side of life
i-dPJLC4X.png

In de rubriek Actualiteit in beeld deze keer aandacht voor Europa, dat net als de Verenigde Staten wordt geconfronteerd met hogere schulden, lagere groei en met economische gevolgen van Covid-19 die nog lang kunnen naijlen. Maar Europese beleggers hebben besloten zich niet op de schaduw-, maar op de zonzijde van de actualiteit te richten.

Zo is de Euro Stoxx 600, de hoofdgraadmeter van het Europese beursgenoteerde bedrijfsleven, sinds het dieptepunt eind maart met maar liefst een kwart gestegen. Deze stijging is vooral gebaseerd op hoop - namelijk de hoop dat de wereldeconomie snel zal herstellen van het coronavirus en de lockdown die erop volgde en grote delen van de wereld letterlijk tot stilstand heeft gebracht. 

Het aantal besmettingen lijkt nu een piek te hebben bereikt, terwijl de stapsgewijze openstelling van economie en samenleving de verwachting voedt dat in het derde en vierde kwartaal een fors herstel van de economische groei mogelijk is. Financiële markten lopen daar op vooruit en vergeten gemakshalve dat het tweede kwartaal van 2020 nog een diep gapend gat van krimp, ontslagrondes en bedrijfssluitingen in petto heeft. 

Bovendien hebben beleggers besloten dat zij zich niet uit het evenwicht laten brengen door de dramatische economische en politieke situatie in ankerland Amerika, met 40 miljoen werklozen, muiterij in de straten en oplopende spanningen met China, die de rol van nieuwe wereldhegemonie ambieert. Want het uitzonderlijk gunstige fiscale en monetaire beleid, zowel in de VS als in de eurozone, wordt meer gewicht toegekend.

“Always look on the bright side of life”

Zo heeft de zogenoemde “Powell-put”, die staat voor de bodem die president Jerome Powell van de Federal Reserve in maart onder de markten heeft gelegd en in 1987 door voorganger Greenspan is geïntroduceerd, de verwachtingen ruimschoots overtroffen: de S&P is sindsdien met meer dan 35 procent gestegen en is nog maar een dozijn procentpunten van het all time high verwijderd. 

Mario Draghi heeft die put-optie in 2012 overgenomen en in de eurozone met ten minste evenveel succes toegepast. Zijn opvolger, Christine Lagarde, maakte er in maart ook gebruik van met een nieuwe ronde van kwantitatieve verruiming. Ook voor haar is het succes verzekerd. 

Beleggers lusten er dan ook wel pap van, zodat op de wereldwijde financiële markten het lied uit de door Monty Python gemaakte film “Life of Brian” van de gekruisigde Jezus uit volle borst wordt (mee)gezongen: 

Some things in life are bad

They can really make you mad

Other things just make you swear and curse

When you’re chewing on life’s gristle

Don’t grumble, give a whistle

And this’ll help things turn out for the best

And

Always look on the bright side of life

Always look on the light side of life

Maar dat ondersteunende beleid van centrale banken is niet onomstreden. Zij hebben als opdracht om de stabiliteit van het financiële stelsel te waarborgen. Dat doen zij in crisessituaties met hun liquiditeitsinjecties, maar als de ECB zegt dat zij een ‘inclusief beleid’ wil voeren dat alle burgers ten goede komt, dan is het twijfelachtig of die doelstelling wordt gerealiseerd.

Het geld dat centrale banken in de markt pompen - zo luidt de theorie - zou via banken moeten worden doorgegeven aan de reële economie. Dat gebeurt echter maar mondjesmaat, zodat kwantitatieve verruiming vooral tot asset bubbels leidt. In afgeleide vorm betekent dit voor burgers dat het huren of kopen van appartementen of huizen moeilijk(er) wordt, en dat spaartegoeden nagenoeg niets meer opleveren. 

Bron: Europese Commissie, Stoxx. Infographic: Core Digital Strategy

Beleggers vs economen

Onder economen is dan ook veel kritiek te horen over de ontbrekende causaliteit tussen markt en economie. Dat is een terecht punt, maar beleggers en economen komen, zoals men zegt, van Mars of van Venus. De een kijkt vooral tactisch - opportunistisch, zo u wilt: als zich een goede kans voordoet, dan pakt hij deze, zonder veel ethische afweging. De ander is vooral gericht op analyse en op de vertaling daarvan naar beleidsaanpassingen om economie en samenleving in een bepaalde (politiek gedragen) richting te krijgen. 

Als dat het doel is, dan liggen tegen de achtergrond van de huidige fundamentele crisis, die door corona tractie heeft gekregen, op dit moment grote vraagstukken op de tekentafel van de beleidseconomen. 

Zo zijn de staatsschulden van eurolanden sinds de crisis van 2008 geëxplodeerd: de eurozone stond vorig jaar op een totale gemeenschappelijke schuld van 86 procent van het BBP van de eurozone. Dit jaar komt dat, ten gevolge van de coronacrisis, uit op 102 procent om in 2021 weer te dalen tot 98,8 procent. Nederland laat cijfers zien van respectievelijk 48,6, 62 en 57 procent en is daarmee één van de beste leerlingen van de klas. 

Zuideuropese landen zakken daarentegen volledig door hun hoeven: een aantal van hen is technisch failliet, zoals bij voorbeeld Griekenland met een staatsschuld als percentage van het BBP van 196 in 2020 en 182 procent in 2021; Italië volgt met 158 en 153 procent en Frankrijk met 116 en 111 procent. De economische wetenschap zegt dat landen met een staatsschuld van meer dan 100 procent nagenoeg stuurloos zijn geworden. Een stijgende rente kan de doodsteek zijn. 

Reden dat de discussie over eurobonds (omgekat naar coronabonds) weer is opgelaaid en de Europese Commissie onder de Duitse voorzitter von Leyen en bondskanselier Angela Merkel alle remmen heeft losgelaten: net als bij de crisis van 2012 staat andermaal het voortbestaan van de euro, en misschien zelfs wel dat van de Europese Unie, op het spel.

Bijvangst: fiscale unie

Nederland kan bij monde van premier Rutte en minister Hoekstra van Financiën sputteren wat het wil, maar de opties worden zeer gering: stijgende schuldquotes, dalende productiviteit en groei en problemen ‘bij bedrijven die zich kunnen vertalen in verliezen op leningen die door banken zijn verstrekt, met zwakkere kapitaalposities voor banken tot gevolg’, aldus het Centraal Planbureau (CPB) in zijn gisteren gepubliceerde onderzoek ‘Een nieuwe plaag voor de EMU.

Het is dan ook niet vreemd dat de Europese Commissie een vlucht naar voren heeft gemaakt met het 750 miljard euro grote EU Recovery Fund, dat volgens een simulatie van Oxford Economics in het eurogebied tot 1 procent hogere economische groei leidt in 2024 (zie onderstaande grafiek). Dit komt vooral de de facto failliette lidstaten in Zuid-Europa ten goede. Bijvangst: het opent de weg naar een fiscale unie. 

Ongetwijfeld denken de economen ook na over andere beleidsmaatregelen om de gapende Europese wond te stelpen: een belasting van digitaal opererende bedrijven wordt al genoemd, terwijl de rekening voor het expansieve verruimingsbeleid van de ECB met zijn asset bubbels ook binnen afzienbare tijd bezorgd wordt: bij beleggers die ruim hebben geprofiteerd van dat beleid. Dat zal ongetwijfeld gebeuren in de vorm van belasting op (fictieve) rendementen en vermogens. Datum van invoering: 2022.

Eurozone, stijging BBP, EU Recovery Fund

 

Author(s)
Categories
Target Audiences
Access
Limited
Article type
Article
FD Article
No