Met de Nederlandse parlementsverkiezingen komt de Europese verkiezingscaroussel in beweging. Het electoraat staat op een kruispunt: wordt het evolutie of revolutie? Als beleggers het voor het zeggen hebben, kiezen ze voor het eerste en krijgen ze een aandelenrally cadeau.
De stembusgang in Nederland krijgt veel aandacht van buitenlandse media en beleggers. Slaat Europa de weg in van populisme of krijgen de traditionele partijen het toch weer voor het zeggen? Wordt het Geert Wilders of Mark Rutte?
Wie van de Koning ook de uitnodiging krijgt tot de vorming van een coalitie, zeker is dat het een Gordiaanse knoop wordt: Want Rutte wil niet met de PVV, de SP wil niet met Rutte en de linkse partijen willen weer eens met elkaar maar krijgen daarvoor waarschijnlijk geen kamermeerderheid, zodat men lonkt naar een vooralsnog afwijzend CDA.
Polderdemocratie voorkomt radicalisering
Nu, twee weken vóór de verkiezingen, beloven de lijsttrekkers hun prospects nog van alles, maar na de uitslag zingt men weer verplicht het bekende refrein van de polderdemocratie. Want het gegeven dat iedereen slechts een minderheid vertegenwoordigt, dwingt om veel water bij de wijn te moeten doen om op het pluche van de macht te mogen plaatsnemen.
Blijkens de laatste peilingen neemt de kans toe dat de VVD van Mark Rutte als grootste partij uit deze verkiezingen komt. Veel kiezers zullen geneigd zijn uiteindelijk in het stemhokje voor zekerheid kiezen. Want van chaos houdt de Nederlander niet. Een eclatante overwinning van Geert Wilders is waarschijnlijk ook te veel van het goede. Veel mensen in Nederland staan wel achter zijn verwoordde kritiek, maar dat wil niet zeggen dat zij ook de maatregelen zouden steunen die hij daarbij in petto heeft. Het electoraat heeft waarschijnlijk liever de evolutie van Rutte, dan de revolutie van Wilders.
Frankrijk en het Wilders-effect
De betekenis van deze Nederlandse parlementsverkiezingen ligt dan ook vooral in het signaleringseffect voor de rest van Europa. Een zege voor Wilders zal waarschijnlijk kunnen bijdragen aan het momentum voor Marine le Pen bij de presidentsverkiezingen in Frankrijk. Maar al ligt zij momenteel in de peilingen in aanloop naar de eerste ronde in april aan kop, het is vooralsnog niet te verwachten dat zij ook de tweede beslissende ronde in mei wint. Haar kansen op de eindzege zijn echter wel aanzienlijk groter dan die van haar geloofsgenoten in Nederland en Duitsland. Dat is gevaarlijk, want een zege van Le Pen betekent waarschijnlijk het einde van de euro.
Belangrijk is dat zowel In Nederland als in Europa als geheel het op dit moment macro-economisch veel beter gaat dan de gevoelstemperatuur ons wil doen geloven. In eigen land zijn de groeicijfers positief, daalt de werkloosheid gestaag en is er zelfs sprake van een begrotingsoverschot. Ook in Frankrijk gaat het beter dan je op basis van de verkiezingscampagne zou denken.
Het zijn niet de economische, maar de politieke vooruitzichten die de markten overschaduwen. Asset allocatiespecialisten kijken vooralsnog dan ook de kat uit de boom. In hun regio-voorkeuren staat de eurozone in de consensus op ‘neutraal’, terwijl VS en Japan nog het advies ‘overwogen’ hebben meegekregen.
Als een extreme verkiezingsuitkomst in Nederland, Frankrijk en Duitsland echter uitblijft, dan ligt een aandelenrally in de eurozone binnen handbereik. Zo zijn de aandelenkoersen sinds het dieptepunt in maart 2009 in de VS veel forser gestegen dan in de eurozone (291 procent vs 145 procent). Hierdoor zijn de waarderingen van Europese aandelen aantrekkelijk.
Voor wie gelooft in ‘reversion to the mean’ - een terugkeer naar het historisch gemiddelde -, zoals ze bij de Amerikaanse asset manager GMO doen, zijn Europese aandelen op dit moment op relatieve basis zo goedkoop dat een koersstijging praktisch onvermijdelijk is als een ‘keuze voor evolutie’ wordt bevestigd.
Koers/winstverhouding (CAPE) Amerikaanse vs Europese aandelen Bron: Robeco):
Volgens T. Rowe Price staan Europese aandelen in verhouding tot de Amerikaanse S&P 500 aandelen op het laagste punt sinds 1996, waar het om een sector-aangepaste price to book gaat.
Maar gelet op de risico’s is het volgens aandelenstrategen wel verstandig selectief te zijn. Niet alleen het landenrisico is dit jaar aanzienlijk, ook zijn er sommige, historisch gezien stabiele sectoren in Europa in de periode 2008-2016 zéér zware klappen hebben gehad.
Dat geldt bij voorbeeld voor de energiesector die in de onderhavige periode de winstbijdrage aan de MSCI EU index met 26 procent zag dalen, voor materialen was dat 11 procent en voor financials 13 procent.
Winstbijdrage sectoren aan MSCI EU Index, +/- (Bron: T. Rowe Price):
Het valt moeilijk te zeggen of de winst in deze sectoren weer snel verbetert nu de Europese economie aantrekt. Bij energie is er een direct verband met de afgelopen jaren fors gedaalde olieprijs, waarvan betwijfeld wordt of deze zich de komende tijd kan herstellen nu er sprake is van een ruim aanbod (VS) en alternatieve technologische veranderingen doorkomen.
De verwachtingen zijn wel gunstig voor Europese financials, die van het verwachte proces van reflatie, met een stijgende rente en aantrekkende economische groei, sterk kunnen profiteren. Dat wordt ook bevestigd door het herstel van de Euro Stoxx Bank index. Deze is op twaalfmaandsbasis al met meer dan 10 procent gestegen; year to date is er wel sprake van een lichte daling: het gebonk van Wilders c.s. op de poorten van de regeringsmacht stemt beleggers duidelijk onzeker.
Meer geopolitieke analyses en de gevolgen voor beleggingen:
- Analyse: Marine le Pen, bommentapijt onder de euro
- Analyse: ‘America First’, recept voor conflict en oorlog
- Analyse: De komende strijd tussen Trump en Apple c.s.
Hoofdredacteur Cees van Lotringen schrijft op Fondsnieuws tweewekelijks een analyse over geopolitiek en de invloed op financiële markten en beleggingscategorieën.