Een goede kennis, gepokt en gemazeld in investment banking, had zijn beleggingsportefeuille tot het laatste aandeel verkocht vlak vóór de crash die vanaf 17 februari inzette. Een tikkeltje triomfantelijk keek hij vanaf de bergtop naar het slagveld dat beleggers daar beneden aanrichtten. Toen op 23 maart het keerpunt kwam, maakte hij echter een ‘fatale’ fout.
Hij liet na weer in de markt te stappen en onderschatte daarmee het effect van de bazooka die centrale banken als ECB en Fed razensnel hebben ingezet om de markten te ondersteunen. ‘Daar heb ik echt spijt van’, zegt hij met de wijsheid van achteraf. ‘Ik had weer moeten durven instappen. Dat heb in niet gedaan en daardoor heb ik het herstel compleet gemist.’
In deze wekelijkse rubriek ‘Actualiteit in beeld’ dit keer aandacht voor de “early adaptors”, maar dan niet de mensen die op tijd op de locomotief van technologische innovatie stappen, maar op hen die het marktsentiment feilloos aanvoelen en weten uit te stappen als het moet, maar nalaten in te stappen als het kan.
Een onderzoek van Columbia Threadneedle Investments, getiteld Looking Ahead, laat met meedogenloze duidelijkheid de prijs zien van dergelijk beleggersgedrag.
Niets doen, maakt je rijk
Zo heeft de in 1926 gelanceerde S&P500 in zijn 94-jarige track record elf keer vanaf een all-time high een zware koersval gekend van meer dan 20 procent. De ene keer kwam de aandelenmarkt moeilijker uit deze bearmarket dan de andere keer, maar in alle gevallen kwam er herstel. Om u een indruk te geven van wat (permanent) uitstappen u kan kosten: het gemiddelde jaarrendement is sinds 1926 voor de S&P 10 procent. Met andere woorden: je wordt het rijkst van niets doen, en alleen naar het vergezicht van jezelf gestelde horizon kijken.
Columbia Threadneedle probeert in zijn white paper wat lessen te trekken uit recente berenmarkten (1987, 2001-2002 en 2008-2009). Het eerste is dat defensieve aandelen na een herstel achterblijven en cyclische aandelen aan kop gaan. Zo was de gemiddelde sectorperformance één jaar na 1987, 2002 en 2009 als volgt: financials +28 procent, consumer discretionary +15 procent, informatietechnologie +12 procent. De verliezers zijn health care met -13 procent, consumer staples -12 procent en energie -12 procent.

Bron: Columbia Threadneedle. Infographic: Core Digital Strategy
Bij de beoordeling van factorpremies, stellen de analisten van Columbia Threadneedle dat bij een herstel uit een berenmarkt waarde het zeer goed doet (+28 procent), terwijl prijs momentum. winstpotentieel en groei achterblijven - zelfs tot meer dan -25 procent.
De vitaliteit van “doom” sectoren
Een ander opvallende “learning” is dat beleggers bij beursherstel de neiging hebben sectoren te vermijden die het hardst onderuit zijn gegaan. Een voorbeeld uit de drie bovengenoemde berenmarkten is die van 2007- 2009. De S&P leverde tussen 10 augustus 2007 en 3 maart 2009 56,8 procent in, voor de drie slechtst presterende sectoren - financials, vastgoed en industrials - was dat 70,7 procent.
De Amerikaanse hoofdgraadmeter herstelde tussen 3 september 2009 en 3 september 2010 met 68,6 procent. De drie bovengenoemde “Doom” sectoren schreven in die periode gemiddeld 122 procent bij!
Een vierde “learning” die het Amerikaans-Britse huis meegeeft, is dat het niet zo is dat als een sector het goed of slecht doet, dat voor alle aandelen in die sector geldt - integendeel. De beste sector heeft meestal ook het grootste aantal goed presterende beursgenoteerde bedrijven, maar bij de slechtst presterende sector is dat niet zo. Advies van Columbia Threadneedle: met actief beleggen kan je wel degelijk waarde toevoegen.
Obligaties nader bekeken
De vijfde en zesde “learnings” zijn dat Amerikaanse staatsobligaties het in een berenmarkt zeer goed doen, met rendementen van meer dan 20 procent, maar dat bij herstel in de eerste twaalf maanden Amerikaanse high yields het Eldorado zijn met een rendement van bijna 50 procent. In de fase van de berenmarkt hebben ze daarentegen nog de rode lantaarndrager gedragen met een verlies van ongeveer 18 procent. Voor Treasuries geldt hetzelfde, die bakken er in het eerste hersteljaar niets van.
Voor wat betreft volatiliteit is het ook oppassen geblazen. Zo was er in 2008, in de periode september tot en met november, sprake van hevige volatiliteit. Daarna neemt het af, maar de naschokken duren nog wel tot een jaar na dato voort. Voor beleggers als mijn goede bovengenoemde kennis worden dergelijke naschokken mogelijk groter ingeschat dan ze daadwerkelijk zijn. En daar betaal je dan een aanzienlijke prijs voor, in termen van gemist rendement.
Meer artikelen in de serie ‘Actualiteit in beeld’ lezen? Click hier