Vermogensbeheerders juichen het toe dat de AFM onderzoek gaat doen onder dienstverleners en beleggingsondernemingen die opereren in het ‘nationaal regime’. Goed dat de toezichthouder wil onderzoeken ‘hoe het echt werkt’, zo klinkt het, terwijl er ook hoop is dat dit onderzoek een eerste stap is op weg naar ‘gelijke monniken, gelijke kappen’.
‘Ik begrijp hieruit dat de toezichthouder in gesprek wil komen, echt wil horen hoe partijen te werk gaan. Dat is goed, want er is van alles gaande in het beleggingsadvies en daar kom je niet achter door alleen regels te maken, of met brancheverenigingen te overleggen.’ Dat zegt Robert van Beek, partner bij Bond Capital Partners, die jarenlang werkte als financiële planner. Hij was ook actief in vertegenwoordigende organen in die sector, waarin veel beleggingsadviseurs met een ‘nationaal regime’-vergunning opereren. ‘Een belangrijke sector, want die bedient veel klanten die anders nooit toegang zouden krijgen tot beleggen. Zo worden de drempels naar vermogensbeheer verlaagd.’
Met ‘van alles gaande’ doelt Van Beek bijvoorbeeld op de finfluencers. Daar hield de AFM zich eerder mee bezig. Maar ook het aantal dienstverleners met een nationaal regime-vergunning neemt toe. (Desgevraagd geeft de AFM aan cijfers over die groei niet te kunnen delen.) Deze trend wordt niet overal positief ontvangen. ‘Er zit veel kaf tussen het koren’, zegt bijvoorbeeld Patrick Bontje, mede-directeur van Bloei Vermogen, in antwoord op vragen van Investment Officer. Bontje voegt daar meteen aan toe niet een heel marktsegment te willen diskwalificeren. ‘Er is genoeg kwaliteit, zonder meer, en wij werken ook samen met intermediairs. Maar in een ander verband zie ik af en toe portefeuilles langskomen waarvan ik denk: oei, is dat nu echt een goede oplossing voor deze klant?’
Daarnaast worden ‘nationaal regimers’ af en toe kritisch benaderd omdat het toezicht op hen minder zwaar zou zijn dan op vermogensbeheerders met een volledige Mifid II-vergunning. Dan gaat het dus niet om de formele vereisten - het hele idee van het nationaal regime is juist een verlichting van de Mifid II-eisen - maar om de handhaving.
Andere afdeling
Theo Andringa, directeur van vermogensbeheerder NNEK, was jarenlang voorzitter van de VV&A, en weet zich nog goed te herinneren dat er gesprekken waren met de AFM waarin werd aangedrongen op ‘gelijkwaardig toezicht’. ‘Dat had er vooral mee te maken dat dit toezicht werd uitgevoerd door een andere afdeling dan het toezicht op vermogensbeheerders, meer in het kader van de Wft’, aldus Andringa. ‘Die splitsing leidde dus tot een verschil in de zwaarte van het toezicht.’
Andringa hoopt daarom dat het aangekondigde AFM-onderzoek een opstapje is richting meer gelijkwaardig toezicht. Overigens is hij zich er terdege van bewust dat het onderzoek ook een andere focus kan hebben: vorig jaar publiceerde het FD een artikel over de betaling van advieskosten van klanten rechtstreeks aan intermediairs (waaronder nationaal regimers) via effectenrekeningen en dat proces zou in strijd zijn met het provisieverbod. De AFM liet woensdag weten het onderzoek mede te starten vanwege ‘een stijging van het aantal signalen bij de AFM over niet-naleving van de normen’ die gelden voor het nationaal regime.
Andringa: ‘Ik geloof niet dat dit onderzoek één-twee-drie volgt uit dat artikel. Maar het zou natuurlijk kunnen dat de AFM ook met ons wil praten. Ze zijn van harte welkom. Afgezien daarvan en voor de volledigheid: de betalingen waar het FD over schreef, zijn betalingen van de effectenrekening van de klant rechtstreeks naar de adviseur, zoals dat is opgenomen in contracten tussen de intermediairs en hun klanten. Die hebben niets te maken met het genoemde provisieverbod.’
Transparantie
Ook OAKK, de Rotterdamse vermogensbeheerder die veel pensioenoplossingen aanbiedt via financieel adviseurs, laat weten dat er geen betaalstromen zijn tussen OAKK en die adviseurs, alleen - als de klant daarom heeft gevraagd - van de effectenrekeningen van klanten naar de adviseurs. OAKK werd vorig jaar eveneens in het FD-artikel genoemd. Overigens werkt OAKK niet samen met nationaal regimers, zo laat mede-directeur Willem Johannesma weten. ‘Contact vanuit de AFM is er niet geweest over dit onderzoek en dat verbaast ons dus ook niet.’
Wat de focus van het AFM-onderzoek ook mag zijn - beleggeringsexpertise of de samenwerkingsmodellen met vermogensbeheerders - het zal zonder meer een belangrijke signaalfunctie hebben, denkt Van Beek (Bond Capital): ‘Waar ik het mis zie gaan, betreft het bijna altijd transparantie en de communicatie met de klant. Als jij als nationaal regimer niet goed uitlegt wat je wél kunt doen en wat je níet kunt doen, dan vraag je om problemen. Het is niet voor niks dat men in het kader van deze vergunning alleen over beleggingsfondsen en ETF’s mag adviseren, en niet over andere financiële instrumenten. Daarom is krachtenbundeling met beleggingsondernemingen een goed idee, dat resulteert in een sterker en beter advies.’ Johannesma (OAKK) is het daar grondig mee eens: ‘De financieel adviseur moet wegblijven van het geven van beleggingsadvies in die zin. Schoenmaker, blijf bij je leest.’
Gerelateerd artikel op Investment Officer:
AFM start onderzoek: signalen over schenden normen in beleggingsadvies