Bedrijven in Azië hoeven helemaal geen wereldmerken in te lijven om succesvol te zijn. De meesten kunnen in voldoende mate groeien in hun eigen land of in de regio.’
Dat zegt William Yuen, fondsmanager van het Invesco Asian Consumer Demand Fund, tegenover Fondsnieuws.
Yuen reageert op een opmerking van oud-topman Jack Welch van General Electric die meent dat China wel duizend merken als Apple nodig heeft om voldoende innoverend in de toekomst te kunnen zijn.
Wereldmerk
De fondsmanager meent dat het slechts voor enkele tientallen bedrijven in Azië en China relevant is om een westers wereldmerk over te nemen. Het hangt er volgens hem ook vanaf in welk marksegment een onderneming actief is.
Hij denkt dat het voor ondernemingen die voor het topsegment actief zijn, zoals luxemerken, het hebben van de know how en de operationele excellentie relevant is.
Middenklasse
‘Maar dat is anders voor, bij voorbeeld, voedsel- en drankbedrijven. Zo houden ze in het Westen houden ze van chocolade, hier van rijstcrackers. Belangrijk is dat de groei in Azië en China zich nu vooral voltrekt in de middenklasse.’
Hij wijst erop dat China streeft naar een versnelde groei van de binnenlandse consumptie nu er sprake is van een lage groei in het Westen, waar tot dusver het grootste deel van de export heen ging.
Critici zeggen dat de binnenlandse economie niet snel genoeg groeit, maar Yuen is het daar niet mee eens.
‘In 1981-1990 ging het om 3 procent, 1991-2000 was dat 18 procent en de laatste tien jaar is dat 24 procent geweest. De regering wil echt overschakelen van een exportgedreven economie op die het accent legt op de binnenlandse consumptie.’
Binnenlandse consumptie
In China was de binnenlandse consumptie in 2010 in totaal 2.000 miljard dollar, terwijl dat voor Azië ex Japan 5.000 miljard dollar was. Alleen in Japan is de consumptie thans nog groter.
Vanwege die explosieve groei heeft Yuen een voorkeur voor lokale bedrijven die 100 procent van hun omzet uit Azië halen. Zij zouden op den duur een alternatief kunnen zijn voor wereldmerken als Apple, Google, Coca Cola, Nestlé, BMW etc.
Zo belegt hij in bedrijven als Hyundai, Samsung, Gom Electrical, Tencent en de Bank of China.
Koers/winstverhoudingen
Bovendien speelt voor Yuen mee dat de koers/winstverhoudingen in Azië thans aantrekkelijk zijn: ondanks de sterke winstcijfers en de gezonde balansen, wordt nu voor financials een winst per aandeel betaald van minder dan 10, evenals voor informatietechnologie ook onder 10.
Voor telecom is de k/w 12 en voor gezondheidszorg minder dan 19. In alle gevallen is dat onder het historisch gemiddelde.
Kwaliteitsaandelen
Yuen zegt dat hij de klap - ook op de Aziatische beurzen - van augustus gebruikt om kwaliteitsaandelen te kopen. Daarbij meent hij dat de vooruitzichten gunstig zijn, omdat de inflatiedruk is verminderd en de grondstoffenprijzen dalen.
Dat de Aziatische beurzen ondanks de sterke fundamentals ook te kampen hebben van fors lagere koersen, komt volgens Yuen omdat westerse beleggers nog altijd de muziek maken op de markten - ook in Azië.
‘Zo snel zij problemen zien, trekken ze hun geld terug. Dat treft de markt en zal niet snel veranderen, denken wij.’
Het Invesco Asia Consumer Demand Fund a ACC heeft de afgelopen twaalf maanden een rendement geboekt van 20,4 procent. In 2009 bedroeg het rendement 73,6 procent en in 2010 was dat bijna 21 procent.
Rendement
Het fonds heeft sinds de lancering in maart 2008 een jaarlijks rendement behaald van 9,3 procent. Daarbij is meer dan 40 procent van de portefeuille belegd in China en Hongkong, hetgeen ongeveer 15 procent meer is dan de benchmark, de MSCI AC Asia Pacific ex Japan ND.
Het fonds heeft ruim 1,1 miljard dollar onder beheer. De tracking error bedraagt 5,74 procent.