Indexbeleggen kost minder en levert meer op. In zijn nieuwe boek bespreekt Jacques Wintermans, directeur van Meesman Index Investment, meer voordelen.
‘Het voorspellen van de beurskoersen is een illusie. Toen ik dat eenmaal doorhad, vielen de schellen van mijn ogen’, begint Jacques Wintermans zijn betoog.
De 61-jarige Wintermans schreef het boek De schitterende eenvoud van indexbeleggen, waarin hij het onderwerp begrijpelijk en toepasbaar wilde maken. ‘Toen ik begon met schrijven, had ik als doel beleggen te ontdoen van alle mystiek.’
Want als experts over beleggen praten, denken de meeste mensen al vlug dat je zoiets zelf niet kunt en zij het allemaal wel weten, zegt Wintermans.
John Bogle
‘Maar diep in hun hart weten deze experts best dat beleggen veel eenvoudiger is dan ze willen toegeven.’ Wintermans adviseerde als consultant van Boer & Croon Strategy and Management Group banken, pensioenfondsen en verzekeraars. Vijf jaar geleden kwam hij via Hendrik Meesman van Meesman Index Investments voor het eerst in aanraking met indexbeleggen.
‘Ik vond het een fascinerend fenomeen. Vervolgens heb ik veel Amerikaanse literatuur tot me genomen en was verbaasd over de eenvoud ervan. Met name het boek Common Sense on Mutual Funds van John Bogle maakte diepe indruk op me. Ik kwam erachter dat je bij deze vorm van beleggen geen adviseurs nodig hebt en de mooiste bonus is nog wel dat het doorgaans meer oplevert dan traditioneel beleggen.’
Risico’s dempen
Bovendien geeft indexbeleggen rust. ‘Als belegger moet je goed naar je risicoverhouding kijken. Kun je niet tegen de wetenschap dat je vermogen met 50 procent kan dalen, zoals vorig jaar met aandelen gebeurde, dan moet je goed kijken naar de verhouding tussen aandelen en obligaties in je portefeuille.’
‘Maar let op, als je in obligaties belegt om het risico te dempen, neem dan ook obligaties met zo min mogelijk risico. Het meest geschikt zijn kortlopende staatsobligaties. De kredietcrisis heeft laten zien dat veel andere soorten obligaties niet overeind blijven als het echt stormt op de beurs .’
‘Kun je wel tegen een tijdelijk verlies van 25 procent, dan is een portefeuille van 50 procent aandelen en 50 procent aan kortlopende staatsobligaties een prima verhouding.’
Wintermans heeft een voorkeur voor kortlopend schatkistpapier, omdat dit tijdens de crisis samen met goud en spaargeld overeind bleef. ‘Je moet de portefeuille zo modelleren dat als er weer een crisis komt, je een daling kunt opvangen waarvan je niet schrikt en niet wakker ligt. Het vaststellen van de beleggingsmix is de meest cruciale beslissing bij beleggen.’
Buy and hold
Het basisidee van indexbeleggen is dat beleggers hogere rendementen halen als zij investeren in een beleggingsfonds dat lage kosten heeft en dat het liefst zo min mogelijk aan- en verkooptransacties doet. Deze strategie, in jargon beter bekend als ‘buy and hold’, wordt ook aangehangen door superbelegger Warren Buffett.
Door weinig of niet te handelen gaan de kosten fors omlaag. Wintermans: ‘Er zijn talloze onderzoeken die aantonen dat actieve beleggers het slechter doen dan passieve beleggers. Met actief beleggen heb je een kans van 20 procent dat je de index verslaat. Met indexbeleggen laat je die kleine kans van 20 procent op overrendement liggen. Daar staat tegenover dat je een kans van 80 procent op onderrendement uitsluit.’
Grote klapper
Wintermans beseft dat sommige beleggers op deze manier de mogelijke ‘grote klapper’ aan zich voorbij zien gaan. ‘Inderdaad is er geen kans van een uitschieter naar boven, maar naar beneden toe ook niet. Actief beleggen heeft een enorme aantrekkingskracht, maar indexbeleggen is aantrekkelijker.’
In het boek verwijst Wintermans naar de uitkomsten van een aantal studies. Daaruit blijkt onder meer dat beleggers die in negentien aandelenmarkten sinds 1973 een ‘buy and hold-strategie’ hanteerden, per jaar 1,5 procent meer rendement behaalden. ‘Stilzitten als iedereen om je heen opspringt is dus goud waard.’
Kosten beleggingsfondsen
Wintermans ergert zich in hoge mate aan Nederlandse beleggingsfondsen en de kosten die beleggers moeten betalen. ‘Het is vlees noch vis en daarom blijven ze vaak achter bij de markt’, stelt hij.
Indexbeleggen
‘De belegger die de afgelopen jaren zijn geld bijvoorbeeld in een fonds van Robeco had gestopt, was beter af geweest als hij de index had gevolgd.’ Indexbeleggen is volgens Wintermans onbekend bij het grote publiek, omdat banken en vermogensbeheerders er een rookgordijn omheen leggen.
Wintermans: ‘Banken kunnen aan indexbeleggen weinig verdienen, dus daarom hangen ze het niet aan de grote klok.’ Ook meent hij dat er een gebrek is aan onafhankelijk advies. ‘Iedere bank verkoopt en prijst zijn eigen fondsen aan. Dan krijg je: wij van wc-eend, adviseren wc-eend.’
Bovendien zijn de banken niet helder genoeg over de kosten. ‘Fondsen vermelden wel de beheerkosten en zijn verplicht om de Total Expense Ratio te publiceren maar eigenlijk is dit de Partial Expense Ratio, omdat de transactiekosten die het fonds zelf maakt, er niet in zitten. Maar dat is vaak onbekend bij de klant.’
Verborgen kosten
Deze verborgen kosten gaan ten koste van het rendement, zeker als het om de lange termijn gaat, zegt Wintermans. ‘Iemand die 25 jaar belegt in een indexfonds heeft een 40 procent hogere opbrengst dan iemand die belegt in een fonds dat actief wordt beheerd. Dat komt alleen door de beheer- en verborgen kosten.’
Om zijn stelling kracht bij te zetten geeft Wintermans een fictief rekenvoorbeeld.
‘Een belegger die van zijn 25ste tot en met zijn 65ste iedere maand 300 euro in een indexbeleggingsfonds stopt, heeft na 40 jaar een opbrengst van euro 800.000. Ik spreek liever in termen van koopkracht. Dat is na 40 jaar 0,5 miljoen euro, terwijl na 40 jaar beleggen in een actief fonds dit een koopkracht oplevert van euro 350.000. Dat zijn enorme verschillen.’
In het boek staat ook een overzicht van Europese beleggingsfondsen en de prestaties van deze fondsen tegenover de MSCI Europe herbeleggingsindex. Van 1999 tot en met 2007 wist 18 procent van de fondsen beter te presteren dan de index. Bij Europese beleggingsfondsen die in staatsobligaties beleggen, is het resultaat nog slechter. Slechts 3 procent van alle fondsen deed het beter dan de benchmark.
Casino
Indexbeleggen is volgens Wintermans vooral geschikt voor beleggers die niet van actief beleggen houden en er weinig tijd aan willen besteden.
‘Als je actief handelen leuk vindt en beleggen je hobby is, dan is indexbeleggen geen geschikte strategie. De beurs is het grootste casino ter wereld en sommige mensen houden nu eenmaal van casino’s. Als je naar het casino gaat, heb je een leuke avond gehad, maar ga je over het algemeen wel met minder geld naar huis.’
Volgens Wintermans zijn er veel meer beleggers die niet van beleggen houden, maar bij de huidige lage rentestanden wat anders willen dan sparen. ‘Ook deze mensen hebben gezien dat de beurzen zijn opgeveerd en willen daarvan profiteren.’
Ofschoon indexbeleggen eenvoudig is, wil dit nog niet zeggen dat het ook makkelijk is. IJzeren discipline is een vereiste, want wie zich laat leiden door de waan van de dag, incasseert verliezen.
Particuliere beleggers presteren over het algemeen slechter dan beleggingsfondsen doordat zij vaak vlak voor het hoogste punt van de beurzen instappen en omgekeerd juist voor een herstel uit de markt stappen.
Wintermans schrijft dit gedrag toe aan media en financiële instellingen, die vaak een beroep doen op emotie. Met name in tijden van beursmalaises en euforische markten stimuleert die de hebzucht en angst en deze zit diepgeworteld in de mens.
In zijn boek verwijst Wintermans daarom naar een uitspraak van Paul Samuelson, Nobelprijswinnaar economie in 1970: ‘Beleggen moet saai zijn, alsof je verf ziet drogen of gras ziet groeien. Als je opwinding wil, pak 800 dollar en ga naar Las Vegas.’
Basisportefeuilles:
Alle manieren van beleggen beginnen met het bepalen van de portefeuillemix. Zes variaties.
1 Zeer defensief: 100% obligaties. Voor beleggers die niet van risico houden en voor wie het rendement een ondergeschikte rol speelt.
2 Defensief: 80% obligaties en 20% aandelen. Voor beleggers die rust verkiezen boven rendement.
3 Gematigd defensief: 60% obligaties en 40% aandelen. Voor beleggers die rustig een bescheiden rendement willen maken.
4 Gematigd offensief: 40% obligaties en 60% aandelen. Voor langetermijnbeleggers die groei nastreven, maar niet te veel risico’s willen nemen.
5 Offensief: 20% obligaties en 80% aandelen. Voor langtermijnbeleggers die groei nastreven en grote schommelingen van de aandelenmarkten kunnen incasseren.
6 Zeer offensief: 100% aandelen. Alleen voor langetermijnbeleggers die maximale groei nastreven en zonder problemen de schommelingen van de aandelenmarkt kunnen incasseren.
De schitterende eenvoud van indexbeleggen, Wat de banken u niet vertellen, Jacques Wintermans, Pearson Education, 222 blz., euro 24,95.
Copyright: Het Financieele Dagblad, 4 oktober 2009.