Investeerders staan na de coronacrisis in de rij om kapitaal te steken in de markt voor ‘tweedehands’ private equity. In de eerste helft van dit jaar hebben elf grote wereldwijde fondsen gezamenlijk al 44 miljard dollar bij beleggers opgehaald, bijna het dubbele van het geïnvesteerde vermogen in heel 2019.
De grote vraag bij fondsbeheerders in deze markt: Is dit te veel van het goede, gaan de rendementen van private equity nu echt lijden onder een overaanbod van kapitaal?
De verwachtingen van beleggers in de markt voor ‘tweedehands’ private equity zijn in ieder geval al snel teruggeschroefd. Deze markt bestaat uit de doorverkoop van deelnemingen in beleggingsfondsen in niet-beursgenoteerde bedrijven, van het ene fonds naar het volgende. Zo’n verkoop valt dan in de categorie ‘secondary private equity’.
Onderzoeksbureau Setter interviewde onlangs beleggers in de tweedehands markt en die verwachten het komende halfjaar geen waardestijging van hun portefeuille. Ook zag Setter het aantal succesvolle verkopen door beleggers in tweedehands fondsdeelnemingen de eerste helft van dit jaar met 56% afnemen.
De veel grotere instroom van kapitaal plus de daling van het aantal succesvolle verkopen duidt volgens Marvin de Jong, beheerder van het Kempen European Private Equity Fund, op een sterke onbalans tussen vraag en aanbod. ‘De hele markt is zeer enthousiast over secundair private equity. Iedereen wil het hebben, duikt erop en biedt het aan’, zegt hij.
‘Ook in Nederland zien we dat partijen actief zijn. Zowel IBS Fund Management als Wealth Management Partners zijn geld aan het ophalen voor hun fondsen voor secondary private equity bij Nederlandse klanten. Ook zien we dat Partners Group net €1 mrd heeft opgehaald bij families en institutionele beleggers’, zegt De Jong. Kempen zelf biedt op dit moment alleen fondsen aan die investeren in de eerste financieringsronde, naar eigen zeggen omdat het nu negatief is over de ‘tweedehands’ markt.
Hoge rendementen na een crisis
Beleggers lijken te worden aangetrokken door de hoge rendementen die in het verleden na crises in deze markt werden gemaakt. In 2008 kwam een aanzienlijk gedeelte van de investeerders in niet-beursgenoteerde ondernemingen in de financiële problemen. Zij moesten gedwongen hun fondsparticipaties verkopen, waardoor er ‘koopjes’ op de markt kwamen.
Door goedkoop in te kopen stegen de brutorendementen in de tweedehands fondsenmarkt volgens Setter vervolgens naar 150% cumulatief, gedurende de looptijd van acht tot tien jaar. Voor de komende jaren verwachten investeerders nog maar 50% rendement in dezelfde looptijd.
Snel hersteld van dip in maart
Volgens De Jong komt dat doordat er nauwelijks private-equitypartijen in de problemen zijn gekomen. ‘De publieke aandelenmarkten zijn snel hersteld van de dip in maart. Dat zorgt er ook voor dat private-equityfondsen die willen inkopen weinig onderhandelingsargumenten hebben om een korting te eisen, als ze een fondsparticipatie willen overnemen van een andere partij.’ Zolang de prijzen op de beurs hoog zijn, is er ook minder onderhandelingsruimte bij de aankoop van beleggingen in niet-beursgenoteerde bedrijven, redeneert De Jong.
Ook de banken die in het verleden in deze markt belegden, hoeven nu geen gedwongen verkopen te doen. ‘Die waren onder druk van regelgeving al gestopt met beleggen in deze markt.’ Volgens De Jong hebben pensioenfondsen nu wel meer niet-beursgenoteerde bedrijven op de balans staan. ‘Maar die zullen niet zo snel gedwongen worden om te verkopen. Zonder veel gedwongen verkopen, zijn er ook bijna geen kortingen te bedingen. Dan wordt het heel moeilijk om hoge rendementen te behalen.’
Te vroeg
Volgens Albert van Dedem, directievoorzitter en partner van Wealth Management Partners, is het nog veel te vroeg om te concluderen dat er nauwelijks gedwongen verkopen plaatsvinden. ‘Die transacties moeten misschien nog plaatsvinden.’
Hij signaleert wel dat door de snelle daling van de beurzen in maart, investeerders hun beleggingsportefeuille gaan herwegen. ‘Zo’n daling zorgt ervoor dat hun belang in niet-beursgenoteerde bedrijven, die minder in prijs zijn gedaald, zwaarder weegt ten opzichte van beursgenoteerde bedrijven. Dan besluiten ze misschien halverwege het jaar om die weging aan te passen en private equity te verkopen. Dan beginnen mogelijke onderhandelingen, die ook even duren. Pas in de loop van de tweede helft van dit jaar gaan we daarvan het resultaat zien.’
Dat er veel meer kapitaal klaarstaat om in de ‘tweedehands’ markt te investeren, vindt Van Dedem logisch. ‘Er is in de jaren hiervoor ook veel meer geld in de primaire markt gestroomd. En de secundaire markt, volgt de primaire. Niet meer en niet minder.’
Copyright: Het Financieele Dagblad, 17 augustus 2020