De inflatie is niet dood. Hij zal onherroepelijk komen. Komt hij dan zal er een sell-off van obligaties plaatsvinden. Toch is uitstappen niet het devies. Nog niet. ‘Er is sprake van een bubbel, maar zolang hij in de opbouwfase is, kun daarvan profiteren.’
Dat kwam naar voren tijdens een paneldiscussie over de outlook voor de wereldwijde markten op een conferentie van Schroders voor internationale journalisten in Londen donderdag.
In het panel zaten multi-assetmanager Remi Olu-Pitan, chief investment officer en co-head of fixed income Philippe Lespinard en Europese aandelenmanager James Sym.
De markt anticipeert niet op inflatie, de yieldcurve vlakt af, zei Lespinard, wat wil zeggen dat het verschil tussen de korte en de lange rente kleiner wordt. De markt anticipeert dus op deflatie. ‘Ik denk dat obligatiebeleggers te zelfgenoegzaam zijn.’
Schroders verwacht dat de centrale banken, met uitzondering van de bank of Japan dan, hun monetaire beleid geleidelijk (verder) zullen gaan verkrappen.
Lespinard: ‘De ECB voegt nog altijd liquiditeit toe, terwijl ze misschien een keer een break zou moeten nemen. Ze koopt zelfs obligaties op van hele grote bedrijven, waardoor die nu tegen negatieve rentes lenen. Dat is gek, heel erg raar zelfs.’
De rente op high yield-obligaties moet in principe hoger zij dan het dividend op aandelen van hetzelfde bedrijf, omdat het risico ook hoger is. ‘Er zijn nu high yield-obligaties met een lagere coupon dan het dividend op de aandelen van hetzelfde bedrijf, dat is irrationeel. Er zijn zelfs coco’s [een speciaal type achtergestelde bankobligaties, red.] met een lagere coupon dan het dividend op het aandeel van die bank.’
Zijn collega Sym wijst erop dat de geschiedenis leert dat iedere schuldencrisis eindigt met inflatie ‘en dan heb ik het niet over 1 of 2 procent, maar over 5, 10 of 20 procent per jaar. Ik zie dit als een groot risico dat momenteel onderschat wordt. In 2008 bevond het episch centrum van de bubbel zich bij aandelen, dit keer zal dat de obligatiemarkt zijn.’
Lespinard merkt op dat iedereen momenteel in bedrijfsobligaties zit. ‘Dus ja, je kunt wel zeggen dat er sprake is van een bubbel, maar het is niet zo dat er veel gespeculeerd wordt ofzo.’
Toch ziet hij wel risico’s. Hij wijst op de liquiditeit van high yield-ETF’s. ‘Mensen denken dat ze hier ieder moment uit kunnen stappen, maar er is in deze markt geen sprake van dagelijkse liquiditeit.’
Hoewel geen van de experts zich comfortabel voelt in de huidige markt, geeft geen van hen beleggers het advies dat ze moeten maken dat ze wegkomen. Nee, je moet pragmatisch blijven, zeggen ze.
‘Het doet altijd pijn als een bubbel knapt. De vraag is nu: wanneer zal hij knappen’, aldus Olu-Pitan. ‘Het lijkt erop dat we momenteel in de meest gehate bull markt uit de geschiedenis zitten. Iedereen is op zijn hoede, maar iedereen heeft rendement nodig, dus moet je belegd blijven. Wat zijn de alternatieven? Cash? Je krijgt er niks voor als je te vroeg voorzichtig bent.’
En bovendien, als er sprake is van bubbelvorming, dan kun je daar zolang de bubbel nog in de opbouwfase is ook van profiteren. Dit neemt niet weg dat je selectief moet zijn in waar je in belegt, aldus het drietal.
Multi-assetmanager Olu-Pitan verkiest nog altijd aandelen boven obligaties. Binnen aandelen heeft ze een voorkeur voor cyclische groei en dus voor opkomende markten en Azië. Binnen obligaties ziet ze nog waarde in emerging market debt.
Fixed income-man Lespinard heeft een voorkeur voor high yields, EMD en asset backed securities.
Europese aandelenmanager Sym erkent dat ook van aandelen de waardering aan de hoge kant zijn. ‘Dividendaandelen als Nestlé zijn zelfs enorm overgewaardeerd.’ Toch zijn er volgens hem ook nog goedkope sectoren te vinden, banken bijvoorbeeld.
Uit risico-overwegingen proberen we zo veel mogelijk buiten de benchmark te beleggen legt Lespinard uit. ‘Ook hebben we voor enkele strategieën de maximum capaciteit teruggebracht. We willen geen extra verkeer richting regionen waar we geen vertrouwen in hebben. Als inflatie terugkomt, zal er een sell-off in obligaties plaats vinden.’