De grote toestroom van vermogen naar private equity komt deels doordat beleggers zich proberen in te dekken tegen een nieuwe recessie die in het verschiet ligt, zegt David Rubenstein van Carlyle.
De medeoprichter en -ceo van het iconische Amerikaanse private-equitybedrijf sprak donderdag op een groot private-equitycongres in Amsterdam. ‘Mensen denken dat er een nieuwe recessie om de hoek staat. Vandaar dat er juist nu veel geld naar de sector stroomt.’
Op het congres met de veelzeggende naam SuperInvestor liepen de afgelopen twee dagen behalve de 66-jarige Rubenstein ook andere kopstukken uit de private-equitywereld rond, onder meer van de Britse bedrijvenopkopers Permira, Apax en Cinven.
Kapitaalverschaffers
Rubenstein leek zijn betoog evenwel vooral te richten op de aanwezige institutionele beleggers, de belangrijkste kapitaalverschaffers voor durfinvesteerders als Carlyle. ‘De geschiedenis leert dat “limited partners” (de kapitaalverschaffers, red.) die instappen tijdens een correctie, goede resultaten behalen’, aldus Rubenstein, die volgens de rijkenlijst van zakenblad Forbes een geschat vermogen heeft van 2,5 miljard dollar. Ook de Nederlandse pensioenbeleggers APG en PGGM waren aanwezig.
Pruvate equity is momenteel erg in trek bij beleggers, mede dankzij de lage rente waardoor bijvoorbeeld obligaties nauwelijks nog rendement opleveren. Niet eerder hadden de private-equitybedrijven meer geld tot hun beschikking voor overnames als nu, zo blijkt uit recente cijfers van Bain Capital. Wereldwijd gaat het om meer dan 1100 miljard dollar.
Het Amerikaanse Carlyle is opgericht in 1982 en behoort tot de grotere in zijn soort met een beheerd vermogen van ruim 156 miljard dollar. Een fractie daarvan komt van Nederlandse pensioenfondsen. Ook heeft Carlyle een aantal Nederlandse bedrijven in portefeuille, vooral in de energie- en de telecomsector. Carlyle heeft sinds 2012 een beursnotering en moest afgelopen kwartaal een papieren verlies bekendmaken, ook al stroomde er meer geld naar de Carlyle-fondsen.
‘De rendementen van private equity waren tijdens de crisis beter dan die van andere beleggingen’
Onvermijdelijk
Rubenstein begon zijn betoog met de stelling dat een recessie ergens in de komende jaren onvermijdelijk lijkt. Hij beroept zich daarbij op het historische gegeven dat tussen alle recessies sinds de tweede wereldoorlog gemiddeld een gat van zeven jaar zit. Die termijn van zeven jaar is inmiddels bijna verstreken sinds het einde van de vorige recessie in 2009.
‘Veel mensen schreven private equity in 2007 af toen de grote recessie uitbrak. Er zouden zich grote faillissementen voordoen onder de bedrijven die wij beheren en sommige fondsen zouden het helemaal begeven’, zegt Rubenstein. ‘Veel van die voorspellingen zijn niet uitgekomen. Er waren juist relatief weinig faillissementen, zowel bij de bedrijven onder beheer als onder de private-equityfirma’s. Ook vielen er tijdens de crisis minder ontslagen bij bedrijven in handen van private equity dan bij beursgenoteerde bedrijven. De rendementen in de sector tijdens de recessiejaren waren beter dan die van andere beleggingscategorieën.’
Goedkoop
Dit ‘anti-cyclische’ karakter van private equity, verklaart volgens de Carlyle-baas vooral de huidige populariteit. ‘Nu denken sommige mensen dat er een nieuwe recessie om de hoek staat, vandaar dat er nu juist veel geld naar de sector stroomt.’
Wat daarbij volgens Rubenstein helpt is dat er veel en goedkoop geld geleend kan worden, tegen losse voorwaarden. Hij verwacht dat de rente bovendien lange tijd laag blijft, ook al begint de Amerikaanse centrale bank waarschijnlijk eind dit jaar met het verhogen van de rente.
Copyright: Het Financieele Dagblad, 18 november 2015