Staatsfondsen en centrale banken maken zich op voor mindere tijden en verhogen de allocatie naar vastrentende waarden, infrastructuur, vastgoed en private equity. China is een van de weinige landen waar de beleggers positief over zijn.
Dit blijkt uit het jaarlijkse Invesco Global Sovereign Asset Management Study. Voor de studie werden begin 2019 gesprekken gevoerd met 71 centrale banken en 68 staatsfondsen over de hele wereld, die samen ruim 20.000 miljard Amerikaanse dollar aan activa vertegenwoordigen.
‘Mondiale staatsfondsen en centrale banken bereiden zich voor op het einde van de huidige economische cyclus binnen nu en twee jaar, waardoor ze defensiever en gediversifieerder zijn in hun portefeuilles’, licht Alex Millar, hoofd EMEA Institutional Distribution Sales bij Invesco, toe.
Zo houdt 89 procent van de ondervraagde staatsfondsen rekening met het einde van de hoogconjunctuur binnen nu en twee jaar. In combinatie met zorgen over volatiliteit en het vooruitzicht van negatieve rendementen op aandelen heeft dit geleid tot een hogere allocatie naar vastrentende waarden en meer diversificatie qua infrastructuur, vastgoed en private equity.
Vastrentende waarden grootste beleggingscategorie
Vastrentende waarden zijn nu de grootste beleggingscategorie in de portefeuilles van staatsfondsen, het gewicht nam toe van 30 procent van het belegd vermogen in 2018 tot 33 procent in 2019. Dit ging ten koste van de allocatie naar aandelen, die juist daalde van 33 naar 30 procent.
Ook centrale banken geloven dat het einde van de hoogconjunctuur aanbreekt. Deze zal echter niet worden gekarakteriseerd door een economische crisis, maar door een geleidelijke vertraging. Centrale banken kiezen voor veiligheid door meer geld te alloceren naar deposito’s en goud.
Centrale banken kochten 651,5 ton goud in 2018. Dit is de op een na hoogste aankoop ooit en circa 74 procent meer dan vorig jaar. Meer dan een derde (35 procent) van de centrale banken verhoogde de allocaties naar goud de afgelopen drie jaar. Circa 32 procent verwacht dit de komende drie jaar verder te verhogen.
Europa uit de gratie
Qua regio’s vinden beleggers van staatsfondsen en managers van centrale banken Europa steeds minder aantrekkelijk. 64 procent van de respondenten geeft aan dat de Brexit beleggingsbeslissingen beïnvloedt. Voor 46 procent speelt ook het opkomend populisme in grote Europese economieën als Duitsland en Italië een rol.
Europa is uit de gratie geraakt, waarbij bijna een derde van de staatsfondsen de allocatie aan Europa in 2018 heeft verlaagd en eenzelfde deel heeft de intentie om dit verder af te bouwen in 2019. Slechts 13 procent van de staatsfondsen is van plan dit jaar de exposure naar Europa te verhogen, in vergelijking met 40 procent voor Azië en 36 procent voor opkomende landen.
China wordt sinds 2017 door steeds meer staatsfondsen gezien als een aantrekkelijke regio. Hoewel 82 procent van de respondenten aangeeft dat de handelsspanningen invloed hebben gehad op de beleggingskeuzes, beoordelen staatsfondsen China als beleggingsbestemming met een gemiddelde van 6,1 uit 10, dit ten opzichte van een 5,2 in 2017. Hiermee is China een van de weinige landen waar deze beoordeling dit jaar steeg.
‘Allocatie naar Chinese obligaties zal ook stijgen’
Aandelen zijn de meest genoemde beleggingscategorie in China. Ongeveer 90 procent van de staatsfondsen met exposure naar China, bezit Chinese aandelen. De allocatie naar vastrentende waarden zal waarschijnlijk toenemen doordat China wordt opgenomen in belangrijke obligatie-indices. Daarnaast geven initiatieven als Bond Connect buitenlandse beleggers toegang tot de lokale obligatiemarkt.
Het gebrek aan transparantie blijft een belangrijke belemmering voor het verhogen van de blootstelling aan China voor staatsfondsen. De ondervraagden die nog niet beleggen in China zien beleggingsbeperkingen en valutarisico’s als de belangrijkste belemmeringen.
Toch is de verwachting dat de Chinese renminbi de meest favoriete valuta van het komende jaar wordt. Centrale banken bouwden de allocatie naar Amerikaanse dollars af en hier profiteerde de renminbi van. Tussen 2017 en 2018 passeerde de allocatie naar de Chinese valuta de Australische en Canadese dollar. 43 procent van de centrale banken houdt de munt nu in portefeuille.
Meer dan een kwart van de centrale banken verwacht de renminbireserves te blijven verhogen in 2019. Deze aankopen zullen ten koste gaan van de Amerikaanse dollar, de euro en het Britse pond. Hoewel de dollar de dominante reservemunteenheid blijft, bereikte de weging een laagste punt in 5 jaar door te dalen van 62,7 naar 61,7 procent.