Francesc Balcells, Pimco
i-BCRvxwz.jpg

Chinese leningen aan opkomende landen vormen een gevaar voor de financiële stabiliteit in deze markten en dus voor beleggers. Het verzwakt bovendien de doeltreffendheid van financieringsprogramma’s van het Internationaal Monetair Fonds (IMF).

Dit concluderen Francesc Balcells (foto) en Brian Holmes, portfoliomanagers opkomende markten bij Pimco.   

Het IMF was jarenlang het vangnet voor opkomende landen die in financiële moeilijkheden verkeerden, maar steeds vaker zijn buitenlandse overheden bereid om leningen te verstrekken. Anders dan het IMF, verbinden deze kredietverstrekkers minder specifieke voorwaarden aan hun leningen.

Invloed vergroten 

Zo vragen zij leners niet om financiële doelstellingen te behalen die economische stabiliteit bevorderen. De beweegredenen van deze landen verschillen bovendien ook van die van het IMF. Het betreft hier namelijk financiële ondersteuning om hun invloed buiten hun landsgrenzen te vergroten.

De drempel voor minder kredietwaardige overheden om leningen aan te gaan wordt hiermee lager en het risico op een onverantwoorde schuldpositie groter. Het ondermijnt bovendien de doeltreffendheid van financieringsprogramma’s van het IMF.

De Pakistaanse regering bedankte onlangs  voor een IMF-programma toen andere gelden beschikbaar kwamen. In Libanon en Bahrein is er ook sprake van onhoudbare schuldpraktijken in de hoop dat er geld uit de Golfregio of China beschikbaar komt.

Belt and Road-initiatief

Bovenaan aan de lijst van kredietverstrekkers staat China. De Chinese financiering in opkomende markten kreeg een vlucht met de lancering van het Belt and Road-initiatief in 2013 en evenaart nu die van het IMF. Peking trekt voor de Nieuwe Zijderoute zo’n 1.000 miljard Amerikaanse dollar uit.

Landen in het zuiden en oosten van Europa staan in de rij om mee te doen. Recent sloot het niet zozeer opkomende, maar wel kwetsbare, Italië zich aan bij het initiatief. Griekenland, Portugal en Malta zetten eerder al hun handtekening. Elf oostelijke lidstaten, waaronder Hongarije, Bulgarije, Roemenië en Kroatië, overleggen samen met vijf Balkanlanden al sinds 2012 met China over samenwerking.

Ook andere landen met overvloedige buitenlandse valutareserves volgen het voorbeeld van China door financiële hulp te bieden in het Midden-Oosten, Azië en (Noord-)Afrika.

Een ander voorbeeld is Rusland, dat lange tijd financiële hulp bood aan landen die deel uitmaakten van de voormalige Sovjet-Unie, met name Wit-Rusland en Oekraïne.

Gevolgen voor beleggers

Op korte termijn is het hebben van meer kredietverstrekkers een steun voor opkomende landen. Dit is ook wat veel landen over de streep trekt. Na verloop van tijd leidt het volgens Balcells en Holmes echter tot een lagere kredietwaardigheid voor het het meer risicovolle deel van de EM-markt. Dergelijke leningen hebben daarmee ook gevolgen voor beleggers in opkomende markten. Ze vergroten de schulden en risico’s van al zwakke landen, terwijl het geld soms wordt gebruikt om onrendabele projecten te financieren.

Ook voor bestaande kredietverstrekkers heeft het gevolgen. Want nu meer geldschieters bereid zijn om financiering te bieden voor politiek gewin, worden bestaande officiële schuldeisers flexibeler met betrekking tot herstructurering. In geval van wanbetaling vreest Pimco bovendien dat er minder valt terug te winnen voor bestaande kredietverstrekkers, gezien het grote aantal betrokken partijen die elk hun eigen leenvoorwaarden hebben afgesproken.

 

Author(s)
Categories
Target Audiences
Access
Limited
Article type
Article
FD Article
No