Beleggers onderschatten de toenemende problemen die China veroorzaakt door de bulk aan verstrekte kredieten. Alleen radicale oplossingen kunnen voorkomen dat de kredietzeepbel knapt. Een bankencrisis dient zich aan.
Dat schrijft senior investment analyst Paul Smillie van Columbia Threadneedle in een marktrapport getiteld ‘Time is running out to solve China’s debt bubble’.
Beleggers kijken heus met argusogen naar China, schrijft de analist. Hij vraagt zich alleen af of ze de blik niet op het verkeerde thema richten. De focus ligt immers bij de gevolgen van de politieke handelsretoriek, nu de Amerikaanse president Donald Trump heeft aangekondigd de volgende tranche aan handelstarieven in te voeren.
‘Een handelsoorlog is zeker een punt van zorg. Maar wij zijn van mening dat markten een potentieel groter systeemrisico voor de Chinese economie onderwaarderen: De snelle, zorgwekkende expansie van krediet in de afgelopen jaren’, aldus de strateeg.
Kredietkraan
De groei hapert in China en is gedaald van meer dan 14 procent vóór de financiële crisis tot minder dan 7 procent nu, een belangrijke krimp voor de op een na grootste economie ter wereld. De Chinese autoriteiten hebben gereageerd door de kredietkraan open te zetten en de economie te stimuleren via meer leningen.
Het probleem daarvan is volgens Smillie dat hoe meer krediet verstrekt wordt, hoe minder effectief die strategie is. ‘In 2008 bedroeg het rendement op krediet nog ongeveer 0,75, waarbij elke CNY van een lening, 0,75 CNY van het BBP genereerde. Sinds 2014 is die verhouding ongeveer 0.25.
Staartrisico’s
Nog zorgwekkender vindt hij de stijgende staartrisico’s van de economie. ‘Hoe je het ook bekijkt, de enorme kredietuitbreiding van China in de afgelopen jaren, zouden alarmbellen moeten doen rinkelen. De expansie is niet alleen onhoudbaar, maar zal ook leiden tot een aanzienlijke toename van niet-renderende leningen. Uiteindelijk volgt een grote negatieve impact op Chinese obligatie- en aandelenmarkten.’
De Chinese bankensector zit al in de crisiscategorie, concludeert Smillie op basis van de hoogte van de credit-to-GDP-graadmeter, het kredietniveau in verhouding tot de omvang van de eocnomie. ‘Sommigen schatten in dat deze is gegroeid van 150 procent tot ongeveer 300 procent sinds de financiële crisis. (…) Elke keer dat het krediet met meer dan 30 basispunten groeide over een periode van vijf jaar vanaf een basis van meer dan 100 procent, is slecht geëindigd.’
Voorbereiden op wanbetalingen
De optelsom van dat gegeven, met de groei van de credit-to-GDP-kloof tot 20 procent, maakt dat de strateeg waarschuwt voor een komende bankencrisis. Beleggers in China moeten zich voorbereiding op een hogere hoeveelheid wanbetalingen. ‘Officiële gegevens spreken over een percentage van 2 procent aan niet-renderende leningen, maar de geschiedenis vertelt ons dat als de kredietgroei van een orde van grootte is van die in China, dat percentage eerder rond de 20 procent zal komen te liggen.’
Volgens Smillie zullen die on-inbare leningen vooral te vinden zijn tussen leningen van de lokale overheid bestemd voor infrastructuurprojecten, de off-balance sheet exposure van banken en de leningen van kleinere Chinese banken. ‘Het buitenbalansleningenboek alleen in China wordt geschat op zo’n 4,5 duizend miljard, groter dan het totale leningenboek van de vier grootste banken.’
Radicale maatregelen zijn nodig, aldus de Columbia-analist. Hetzij door ‘vakkundige schuldafbouw en lagere groei’, hetzij door devaluatie van de valuta of (dure) herkapitalisatie van de bankensector.
Het risico van een abrupte en pijnlijke uitbarsting van de Chinese kredietzeepbel, met ernstige gevolgen voor de wereldwijde groei vanwege het belang ervan in de wereldeconomie, kan echter niet worden uitgesloten, vindt hij. Beleggers kunnen heftigere bewegingen op de aandelen- en obligatiemarkten verwachten dan de bewegingen als gevolg van de heersende angsten voor een handelsoorlog tussen de VS en China.