President Trump met de Japanse premier Abe
i-mzHTvXS-L.jpg

Het heeft iets van een luguber sprookje: een zandstorm die opsteekt in het kielzog van de komst van een nieuwe president. Dat is wat er gebeurde toen Donald Trump in januari 2017 werd beëdigd tot het nieuwe staatshoofd van de Verenigde Staten. Sindsdien raken vrijwel alle instituties die na de Tweede Wereldoorlog zijn opgebouwd bedekt onder een laag zand.

Trump heeft het multilateralisme afgezworen. Hij gelooft er niet in. ‘I do bilateral’, zegt hij. Niet onbegrijpelijk als je het machtigste land ter wereld vertegenwoordigt, of als je een in het commercieel vastgoed gepokt en gemazelde onderhandelaar bent. Want Trump is een man die maar twee uitslagen kent: winnen of verliezen. Met een win-win situatie, zoals die stamt uit het tijdperk van het multilateralisme, heeft hij niets.

‘Coalitions of the willing’

Het internationale antwoord op Trumps’ bilateralisme heet plurilateralisme. Dat is wat minister Kaag van Buitenlandse Handel betitelt als de ‘coalitions of the willing’. Dat zijn telkens weer nieuwe gelegenheidsallianties, omdat wereldwijde samenwerking in multilaterale organisaties als IMF, Wereldbank en WTO steeds moeilijker wordt.

President Trump voelt zich in zijn element nu de zandstorm hem als een lange cape overal volgt waar hij gaat. De verwarring en de chaos die daarvan het gevolg zijn deren hem niet. Integendeel, hij weet er veel beter mee om te gaan dan wie van zijn opponenten ook. De enige die de macht, de vastberadenheid en de sluwheid lijkt te hebben om de VS en Trump te weerstaan is China. 

Dat Trump het multilateralisme heeft afgezworen, verbaast op zich niet. Als hij het niet had gedaan, dan wel een andere Amerikaanse president. Want het naoorlogse institutionele bestel dat onder Amerikaanse architectuur vorm is gegeven piept en kraakt. De VS beginnen de voordelen van dat systeem te verliezen: het tekort op de lopende rekening en op de handelsbalans neemt niet noemenswaardig af, terwijl de dollar aan kracht verliest doordat opponenten naar alternatieven zoeken, zoals de zogenoemde petrodollars.

Zero sum game

Het wereldbeeld van the zero sum game dat Trump aanhangt, waarin het verlies van de een de winst van de ander is, en dat nu concreet neerslaat in zijn handelsprotectionisme, bewijst volgens het Peterson Institute for International Economics (PIIE) dat de president niet weet waar hij het over heeft. PIIE spreekt van vijf misconcepties. 

Zo zijn handelstekorten of -overschotten slechts een kwestie van uit- en inlenen. De VS kunnen door zijn grote, sterke economie en de historische rol van de dollar goedkoop inlenen en kan zich dus een langdurig handelstekort veroorloven. Daarmee wordt oververhitting van de economie voorkomen. PIIE stelt dat zonder dat tekort de inflatie en de rente in de VS hoger zouden zijn en de hoogconjunctuur niet zo lang zou voortduren. 

Normaal gesproken zouden landen met een handelstekort een hogere rente hebben, maar in ontwikkelde landen als de VS is dat niet het geval, zodat het buitenland het Amerikaanse begrotingstekort, de bedrijven en de infrastructuur financiert. Op de langere termijn is dat echter onhoudbaar, omdat een handelsoverschot juist een reddingsboei is voor een land dat in een recessie beland. Voormalig Fed-president Ben Bernanke gaf in dat kader in 2011 een duivels scenario af: China houdt zijn nationale munt bewust laag om het Amerikaanse handelstekort hoog te houden en diens kwetsbaarheid te laten voortbestaan.

President Trump denkt echter dat het Amerikaanse handelstekort een gevolg is van het feit dat andere landen te hoge importtarieven aanhouden. Onzin, zegt PIIE: Zwitserland en Singapore hebben de laagste handelsbarrières en de hoogste handelsoverschotten. Als de VS de import naar de VS bemoeilijkt, dan heeft dat gevolgen voor de dollar: andere landen verkopen dan minder aan de VS en hebben dus minder dollars om Amerikaanse producten te kopen. Dollarschaarste zorgt voor een hogere dollarkoers en maakt Amerikaanse producten dus minder aantrekkelijk. 

Zo legden de VS in 1930 handelsbelemmeringen op aan 20.000 buitenlandse producten. Andere landen namen vergeldingsmaatregelen, waardoor de Amerikaanse export met 60 procent daalde. Economen zeggen dat deze misstap indertijd bijdroeg aan de Grote Depressie, het populisme en de wereldoorlog die in 1939 uitbrak.

China bindt wel in 

Volgens PIIE is het onzin dat een handelstekort niet verminderd kan worden zonder een handelsoorlog te beginnen. De Amerikaanse regering heeft meerdere instrumenten, die onder internationaal recht zijn toegestaan, zoals fiscaal beleid, valuta-interventies en controle van buitenlandse kapitaal. Maar dat kost tijd en dat heeft een ongeduldig man als president Trump niet. Hij is de man van de actie, zodat hij importtarieven heeft aangekondigd op 1300 Chinese producten, met een exportwaarde van 50 miljard dollar.

De consensus is dat China wel zal inbinden, omdat voor hem meer op het spel staat dan voor de Amerikanen, maar de Wereldhandelsorganisatie ziet het risico dat deze ‘Play Chicken‘ het producentenvertrouwen en de investeringsbereidheid aantast. De WTO heeft al de verwachting ingeboekt dat de groei van de wereldhandel vertraagt: van 4,7 procent in 2017 naar 4,4 procent dit jaar, terwijl de groei van de wereldeconomie door het IMF voor 2018 op 3,9 procent wordt geschat. 

Volgens het IMF is dat voor de helft te danken aan het economisch en fiscaal beleid van Trump. Hiervan is een substantieel deel terug te voeren op de belastingverlagingen die hij beoogt. Maar zonder risico is deze Amerikaanse cocktail van ‘zoet en zuur’ dan ook niet: Trump wil grootschalig investeren. Want het begrotingstekort stijgt naar 5 procent en het tekort op de lopende rekening loopt op.

Strijd om wereldheerschappij 

Achter de toenemende vijandigheid op handelsgebied gaat de echte strijd schuil: de wereldheerschappij. Het verleden laat aan de hand van de suprematie van Groot-Brittannië (en de Nederlandse Republiek in de 17e eeuw) zien hoe de wisseling van de wacht doorgaans gaat: een land verovert een dominante handelspositie, die behalve met een handelsoverschot ook met een spaaroverschot gepaard gaat. 

Daaruit komt een dominant financieel centrum voort, met een sterke valuta, die voor politieke macht zorgt, zo luidt het bewezen recept van de “new kid on the block”, schrijven de auteurs van de studie ‘Power and Plenty’.

Doorgaans gaat het haasje-over niet zonder slag of stoot. Vaak, zo stelt de historische econoom Jan Luiten van Zanden, gaat daar een fase van oplopende spanning aan vooraf: globalisering slaat om in deglobalisering en protectionisme, zoals in de negentiende eeuw tussen Europa en de VS het geval was en in de 17e eeuw de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden fataal werd. Het was een gelegenheidsverbond, een ‘coalition of the willing’ zoals minister Kaag zou zeggen, die met een invasie in 1672 de suprematie van de Hollanders in de knop zou breken.

Dit artikel maakt onderdeel uit van het themagedeelte over protectionisme dat op 9 mei bij het Fondsnieuws-magazine verschijnt. 

Author(s)
Categories
Documents
Access
Limited
Article type
Article
FD Article
No