Mercurius
i-TBwpNBv-L.jpg

Moeten pensioenbeleggers meer in Nederland beleggen? Nee, vinden ze zelf. Het past niet in hun opvatting van een brede portefeuillebenadering. Wetenschappers spreken dat tegen aan de hand van nieuw onderzoek.

Nederlandse pensioenbeleggers zijn zeer terughoudend met het beleggen in AEX-bedrijven. Ze alloceren er slechts 1,4 procent van hun vermogen naar. ‘Dat is wel héél extreem’, vinden Dirk Schoenmaker en Giovanni Carfi van de Erasmus Universiteit. Zij wijzen erop dat deze beleggers in geen enkel land de portefeuilletheorie zo slaafs volgen als hier. De wetenschappers vinden het helemaal niet nodig dat Nederlandse institutionele beleggers met zo’n grote boog om bedrijven uit eigen land heen lopen, want deze ondernemingen halen gemiddeld slechts 10 procent van hun omzet uit eigen land. 

Onder de pensioenbeleggers zijn wel uitzonderingen op de regel te vinden. Neem Pensioenfonds Metaal & Techniek (PMT), dat in de afgelopen twee jaar de allocatie naar Nederlandse aandelen heeft verhoogd van 1,8 naar 2,7 procent. Aanleiding was een nieuwe strategische aandelenportefeuille waarin het uitgangspunt een eigen set van financiële en principiële criteria was. 

‘Wij vinden het belangrijk dat wij een portefeuille hebben met bedrijven waar we echt achter staan. Dit betekende concreet dat we van 1.600 naar 800 aandelen zijn gegaan en dat de verhoudingen veranderd zijn’, zegt  Hartwig Liersch, directeur beleggingen bij het bestuursbureau van PMT. ‘Zo is er nu meer in Europa belegd, omdat Europese bedrijven op ESG-vlak beter presteren dan Amerikaanse. Daarnaast zijn we meer in Nederlandse bedrijven gaan beleggen.’

Het verkleinen van het universum was een bewuste keuze. Met verwijzing naar de ‘overdreven diversificatiedrang’, zegt Liersch: ‘We hebben onszelf de vraag gesteld, hoeveel aandelen heb je nodig in een portefeuille? We kwamen tot een conclusie die in lijn ligt met die van Schoenmaker.’ Hij concludeerde op basis van onderzoek dat een portefeuille met 100 tot 200 aandelen uit verschillende regio’s en sectoren groot genoeg is.

Vrees voor home bias

Corné van Zeijl, analist en strateeg bij Actiam, is het hiermee eens. Volgens hem speelt vrees voor een home bias mee. ‘Ten onrechte. Zweedse pensioenfondsen laten zien dat de home bias wel degelijk loont. Het voordeel van een flink belang van grote financiële partijen in lokale beursgenoteerde partijen is dat het de governance bij deze bedrijven kan stimuleren en dat levert goede winstgroei op. Bovendien kunnen bedrijven met grote stabiele aandeelhouders zich daardoor meer op de lange termijn richten.’ 

Volgens Van Zeijl verklaart dit waarom de Zweedse beurs al decennialang een outperformance laat zien. De Zweedse pensioenfondsen profiteren hiervan. ‘In Nederland is er goede corporate governance, maar we zien steeds meer kortetermijnfocus, vooral onder invloed van private equity en activistische aandeelhouders, meestal uit Angelsaksische hoek. Een groter belang van Nederlandse pensioenfondsen kan die langetermijnfocus terugbrengen. Dat is goed voor de Nederlandse bedrijven en voor de beleggingsrendementen van de pensioenfondsen.’

Naast rendement speelt maatschappelijke impact een belangrijk rol in het beleid van PMT om te beleggen in Nederland. Een beleid dat zich bovendien ook meer richt op directe investeringen en minder op beursgenoteerde aandelen. Lars van Dort, client manager fiduciair advies bij MN voor PMT, vertelt: ‘Bij het bepalen van dit beleid hebben we ons hardop afgevraagd waar we de meeste impact kunnen maken. Wij geloven niet dat dit minder is bij beursgenoteerde aandelen of obligaties.’

Drie thema’s

Volgens Liersch en Van Dort zijn er drie thema’s bepalend voor de selectie van beleggingen. ‘De klimaattransitie heeft een grote invloed op de bedrijfstak metaal en techniek en daarmee op het huidige en toekomstige werk van deelnemers. Wij zijn daarnaast een zogenoemd maaksector-pensioenfonds. We vinden het belangrijk om zichtbaar en relevant te zijn voor de sector.’ 

Het derde thema is zichtbaar investeren in de nationale economie. ‘Onze deelnemers wonen en werken in Nederland. Zij zijn afhankelijk van het voortbestaan van Nederlandse bedrijven en zijn gebaat bij een gezonde economie’, legt Liersch uit. Toch is dit ook de reden waarom DNB eerder juist opriep voorzichtig te zijn met beleggen in Nederland. In 2018 sprak de toenmalige divisiedirecteur Toezicht Pensioenfondsen Gisella van Vollenhoven zich kritisch uit over de pensioenfondsen die meer in Nederland wilden beleggen vanwege een dreigende ‘‘triple whammy’’. ‘Als het slecht gaat met Nederland, raken deelnemers hun baan kwijt, hun huis staat onder water en de pensioenpremies stijgen of het pensioen daalt’, waarschuwde Van Vollenhoven. 

PMT belegt momenteel zo’n 15 procent van het vermogen in Nederland, vooral in hypotheken, vastgoed en staatsobligaties. Mede vanwege de diversificatie over categorieën maakt Liersch zich daarover geen zorgen: ‘Als het heel slecht gaat in Nederland dan zou het wel kunnen dat dit deel van de portefeuille er iets meer last van heeft. De vraag is of dat echt uitmaakt op het totaalniveau, want Nederland is een open economie.’ Van Dort vult aan dat er wel een bovengrens is: ‘We zitten nu op 15 procent en we hebben geen ambitie om dat veel verder te verhogen.’ 

Meer achtergronden op Fondsnieuws:

Author(s)
Categories
Target Audiences
Access
Limited
Article type
Article
FD Article
No