De beleggingswereld is vol met mooie afkortingen en benamingen, maar er is een aantal zaken dat zinvol is om te onthouden, al is het maar om de zin of onzin ervan te kunnen beoordelen.
Zo kan men in een betoog over de kwaliteit van een gestructureerd product of (hedge)fonds nog wel eens termen horen als Alpha en Beta.
Wat houden deze termen in en in welke mate dragen ze bij aan het begrip van het aangeboden product?
Actief versus passief
Alpha is de term die wordt gebruikt om aan te duiden wel gedeelte van het rendement het resultaat is van behendigheid en actief beheer. In kwantitatieve zin wordt het omschreven als het verschil tussen het rendement van een actief beheerde portefeuille ten opzicht van een passieve portefeuille.
Beta daarentegen is de mate waarop een belegging in de pas loopt met een andere belegging. Vaak wordt dit anders gebruikt en vertaalt men dit als het rendement dat inherent is aan het beleggen in een bepaalde markt, maar niet wordt toegeschreven aan actief beheer.
Behaalt een beleggingsfonds dat belegt in wereldwijde aandelenmarkten bijvoorbeeld een rendement van 10 procent, terwijl de MSCI World index maar 8 procent opbrengt, dan bedraagt de Alpha 2 procent.
Scheiden van Alpha en Beta
Door aanschaf van een actieve portfolio en een simultane verkoop van een passieve portfoliobench door middel van middels futures of een andersoortig instrument kan men de Alpha trachten isoleren.
Wat je overhoudt is dan in theorie het oorspronkelijke investeringsbedrag plus de Alpha van het desbetreffende fonds. Het initieel geïnvesteerde bedrag kan dan worden uitgezet op rente of worden gebruikt voor de aanschaf van bijvoorbeeld een index of fonds naar keuze.
Dit wordt in de industrie ‘Alpha & beta segregation’ genoemd en het resultaat ervan heet heel mooi ‘Portable Alpha’.
Verlaging risico
In theorie kan dit leiden tot een verlaging van het totale risico in het nieuw gecreëerde portfolio. Wordt er immers verlies geleden op de passieve portfolio, dan wordt de pijn verzacht door de niet gecorreleerde Alpha-component en vice versa.
Gaat men uit van de mogelijkheid dat een manager grotendeels positieve Alpha levert, dan zou dit tot een betere balans tussen risico en rendement moeten leiden.
Een ander voordeel is dat een investeerder bijvoorbeeld uit hoofde van asset allocatie in een bepaalde markt moet of wil beleggen, maar daar geen geschikte manager voor kan vinden.
Nadelen van Alpha
De nadelen van Alpha zijn dat er vaak kosten zijn verbonden aan het splitsen van de Alpha en Beta. Daarnaast moeten uiteraard beheerkosten worden betaald voor het actieve beheer die volledig ten laste komen van de Alpha. Rekent een fonds een vaste beheervergoeding van 2 procent en zijn de kosten van het shorten van de passieve portefeuille 0,25 procent, dan moet er gemiddeld dus meer dan 2,25 procent voor Alpha worden behaald.
Het kan ook zijn dat de gekozen passieve portefeuille niet de juiste bleek te zijn. Dit laatste is zeker bij goede absolute return fondsen niet altijd even duidelijk; juist omdat ze niet gecorreleerd zijn. De kosten kunnen dus aardig oplopen en er moet dus aardig wat Alpha in het koffertje zitten om dit soort constructies aantrekkelijk te maken.