Smallcaps zijn de afgelopen tien jaar achtergebleven bij largecaps, door de prestaties van techbedrijven, lage rentes en een zwakke dollar. Toch zijn er voor beleggers nog altijd redenen om smallcaps in hun portefeuille aan te houden.
Dat schrijft Yoram Lustig van T. RowePrice in een marktrapport.
Lustig is hoofd multi-asset solutions EMEA bij het fondshuis en wijst in de publicatie op het in de jaren negentig gevestigde ‘drie-factoren-model’ van economen Eugene Fama en Kenneth French dat ervan uitgaat dat drie risicofactoren verantwoordelijk zijn voor het rendement op een portefeuille: marktrisico, omvangrisico en waarderisico. Het idee is dat beleggers voor dat genomen risico, extra worden gecompenseerd in de vorm van rendement.
Lustig wijst erop dat kleinere bedrijven om verschillende redenen een risicovollere belegging vormen dan hun grotere tegenhangers. Bij kleinere bedrijven kost het meer tijd en geld om geschikte informatie over de onderneming te vinden, de liquiditeit van de aandelen van deze bedrijven is meestal kleiner dan die van grote bedrijven en het bedrijfsrisico is over de bank genomen groter. ‘Daardoor zijn kleinere bedrijven vaak gevoeliger voor economische neergang en een teruglopende vraag. Het risico van pijnlijke verliezen in slechte tijden wordt in theorie goedgemaakt door hoge rendementen in goede tijden.’
Echter, als hij de prestaties van grote bedrijven tegenover die van kleine bedrijven zet, merkt hij dat kleine bedrijven dan wel hogere rendementen hebben gehaald sinds 1979, maar dat ze sinds 2006 geen relatieve premie hebben opgeleverd. ‘Is de premie voor omvang verdwenen?’, vraagt de strateeg zich af.
Reden voor afbreuk
Volgens hem zijn er drie mogelijke redenen zijn voor de breuk van de omvangspremie: de rally in technologieaandelen, het lagerenteklimaat en de dollarzwakte. ‘Als je naar de sectorblootstelling kijkt van largecaps en smallcaps is het meest opvallende verschil hun exposure naar tech. Bij largecaps is tech goed voor een percentage van 25, bij smallcaps is dat maar 15. De enorme outperformance van techbedrijven de laatste tien jaar - voornamelijk Facebook, Apple, Amazon, Netflix en Google - kan in zekere zin de recente kracht van largecaps verklaren.’
Ook het lagerenteklimaat kan een katalysator zijn geweest volgens Lustig. Kleine bedrijven hebben de neiging beter te presteren in de nasleep van een beleidsverkrapping, met stijgende rentes tegen een achtergrond van economisch herstel. ‘De afgelopen tien jaar staan juist in het teken van aanhoudende lage rentes. Daarnaast floreren bedrijven die hoge dividenden betalen in een omgeving als deze, doorgaans de largecaps.’
En omdat grote bedrijven meestal meer exporteren dan kleinere bedrijven, verslechtert een sterke dollar de concurrentiepositie van grote Amerikaanse bedrijven, aangezien hun producten en diensten dan duurder worden. ‘Intussen zijn kleinere bedrijven - die vooral afhankelijk zijn van binnenlandse verkoop - minder gevoelig voor de dollar. De dollar heeft lange periodes van zwakte gekend, wat grote bedrijven concurrerender heeft gemaakt.’
What’s next?
Maar, Lustig is wel degelijk van mening dat een portefeuille altijd een strategische allocatie naar smallcaps moet bevatten. ‘Niet voor diversificatie, maar ook omdat kleine bedrijven de neiging hebben sneller te groeien dan hun grotere soortgenoten. Sommige smallcaps van vandaag, zijn de grote namen van morgen.’
Bovendien kan het volgende decennium er weer heel anders uitzien, benadrukt de strateeg. ‘Technologiebedrijven kunnen duur worden door hoge waarderingen en reguleringstegenwind. Daarnaast stijgen de Amerikaanse rentes en sterkt de dollar al aan sinds april. Voeg daar de grotere impact van Amerikaanse belastingverlaging op kleine bedrijven dan op grote bedrijven aan toe, en het klimaat kan weer ondersteunend zijn voor de kleine bedrijven.’