roland meerdter, megafondsen
i-PdfCdkK-XL.jpg

Succesvolle en te groot geworden beleggingsfondsen blijven niet succesvol en groot, maar kalven onherroepelijk af, stelt fondsexpert Roland Meerdter.

Ook trekken ze grote sommen geld aan. Zo groot soms,dat ze uitgroeien tot ware ‘blockbusters’. Vooral in de Verenigde Staten is dit geen onbekend verschijnsel. Voor beleggers schuilt hier echter een gevaar in, want ongebreidelde groei kan een nare keerzijde hebben.

Pimco onder vuur

Wie daar sinds kort over mee kan praten is Bill Gross. Decennialang zette hij met zijn Pimco Total Return Fund de toon als het op beleggen in staatsobligaties aankwam. Zijn obligatiefonds groeide zelfs uit tot het grootste beleggingsfonds ter wereld − tot afgelopen zomer.

Toen begonnen de rentes te stijgen en werd duidelijk dat hij als belegger niet onfeilbaar was. Dat beeld kreeg extra scherpte door een competentiestrijd met zijn co-head Mohamed El-Erian, die het hoofdkantoor aan de Amerikaanse Westkust met slaande deuren verliet.

Sindsdien ligt Gross’ harde managementstijl onder vuur en is er verontwaardiging over zijn jaarsalaris van 200 miljoen dollar. Klanten keren hem de rug toe met medeneming van tientallen miljarden dollars aan vermogen.

Default-optie

‘Fondsen worden, als ze eenmaal de megastatus hebben bereikt, de “default”-optie voor beleggers’, zegt Roland Meerdter, oprichter-eigenaar van het Amerikaanse onderzoeks- en advieskantoor Propinquity en recentelijk voor een ontmoeting met gatekeepers in Nederland.

Succesvolle en te groot geworden beleggingsfondsen blijven niet succesvol en groot, maar kalven onherroepelijk af, stelt fondsexpert Roland Meerdter.

‘Het risico lijkt beperkt − iemand anders heeft de due diligence immers al gedaan. Het fonds heeft bovendien een bewezen track record en de beheerder is een bekend en vertrouwd iemand.’ Maar naarmate de tijd verstrijkt daalt de ‘kwaliteit’ van de instroom voor het succesvolle beleggingsproduct.

Hot money

Er komt kort gezegd steeds meer en sneller ‘hot money’ het fonds binnenstromen van beleggers die willen meeliften op het succes. Maar zit het even tegen, dan doet het LIFO-principe zich voor: ‘last in, first out’. Dit type beleggers blijkt een bedrijfsrisico. Het blockbuster-fonds moet er extra cash voor aanhouden, waardoor het toekomstige rendementspotentieel afneemt.

Echt problemen ontstaan er, zo stelt Meerdter, als een blockbusterfonds in een neergaande markt wordt getroffen door een grote uitstroom, bijvoorbeeld als gevolg van een crash of marktrotatie. Terwijl de liquiditeit afneemt, moet het fonds gedwongen (soms grote) posities afbouwen, wat gepaard kan gaan met flinke verliezen.

Overigens gaan banken en vermogensbeheerders ook niet helemaal vrijuit. ’Eenmaal goedgekeurd of op het schap verschuift de focus vaak van het beleggingsproces van het fonds naar de resultaten. Hoe steviger een fonds zijn naam vestigt, hoe minder due diligence er nog wordt gedaan.’

Dat dat buitengewoon riskant is, blijkt volgens Meerdter wel uit het  feit dat de ondersteunende functies vaak niet (genoeg) meegroeien met het beheerd vermogen van het fonds.

Essentieel is dus hoe blockbusterfondsen (met 5 miljard dollar of meer onder beheer) enorme klappen kunnen opvangen.

Run op het fonds

Is de schade voor de achterblijvende beleggers te groot, dan ontstaat er een run op het fonds. Het Magellan-fonds van Fidelity bijvoorbeeld, een Amerikaans aandelenfonds dat stamt uit 1963, zag in 2012 een daling van bijna 80 procent van het beheerd vermogen ten opzichte van het gemiddelde in de tien jaar daarvoor.

Om überhaupt niet in die situatie verzeild te raken raadt Meerdter aan om een succesvol fonds op tijd dicht te gooien voor nieuwe beleggers. ‘Een fonds sluiten of de instroom afknijpen kan lastig zijn, omdat dit implicaties kan hebben voor het salaris van salesmensen, maar het is noodzakelijk om de integriteit van het beleggingsbeleid en de fondsbeheerder te bewaren.’

Author(s)
Categories
Access
Limited
Article type
Article
FD Article
No