i-Vpprd8t-L.jpg

Brexit zal nooit gedaan worden. Zelfs als het einde van de overgangsperiode met een minimale verstoring kan worden overbrugd, wijst het ontbreken van een institutionele onderbouwing van de betrekkingen tussen het Verenigd Koninkrijk en de EU op tientallen jaren van onderhandelingen over talrijke beleidsgebieden, waaronder financiële diensten. Welkom tot een lange Brexit.

Donderdagavond werd bekend gemaakt dat er een Deal was bereikt tussen de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk, maar ondanks het 1246 pagina’s dikke akkoord is het volgens de critici toch een dunne handelsdeal, waarin zowel opvalt wat er wel en wat er niet in staat. 

Voor de korte termijn zullen er weinig gevolgen zijn voor de financiële dienstensector. Hoewel deze sector een belangrijk onderdeel van de Britse economie vormt, heeft de regering niet getracht te onderhandelen over een betere toegang tot de EU-markt. In plaats daarvan is er een reeks ad-hoc afspraken ontstaan om de activiteiten op korte termijn aan weerskanten van het Kanaal te regelen, en het bedrijfsleven heeft zich dienovereenkomstig aangepast, schrijft Stephan Evans van Investment Officer, het zusterplatform van Fondsnieuws in Luxemburg.

Zo heeft het Verenigd Koninkrijk op het gebied van vermogensbeheer een relatief liberaal standpunt ingenomen met de in november aangekondigde regeling voor tijdelijke handelsvergunningen (TMPR). Hierdoor krijgen in de EU gevestigde icbe’s en AFI’s paspoorten voor beleggingsdienstverlening in het VK tot drie jaar vanaf begin 2021, op voorwaarde van goedkeuring door de wet- en regelgever.

De EU heeft niet op basis van wederkerigheid gehandeld. Britse vermogensbeheerders moeten dezelfde stappen ondernemen als hun collega’s in landen als de VS en Zwitserland. Hoewel dit een adequate tijdelijke oplossing is, is dit op de langere termijn moeilijk houdbaar en vormt het dus een potentieel instabiele basis voor toekomstige betrekkingen.

Lange termijn vraagtekens

‘Een Britse beheerder hoeft alleen maar een fonds op te richten in Luxemburg of Ierland en een daar geregistreerde beheermaatschappij aan te stellen die het portefeuillebeheer naar het Verenigd Koninkrijk zal delegeren’, zegt Gilles Dusemon, partner in de Private equity & real estate praktijk van het advocatenkantoor Arendt & Medernach. Dat zou voldoende zijn voor de oprichting van een fonds, maar de problemen ontstaan wanneer er nieuwe beleggingen worden gezocht, zowel voor retail-icbe’s als voor alternatieve fondsen.

Volgens de bestaande regels ‘zou de beheerder van het Verenigd Koninkrijk alleen maar een manier moeten vinden om zijn distributienetwerk binnen de EU te organiseren, terwijl dit voorheen misschien vanuit het Verenigd Koninkrijk was georganiseerd’, voegt Dusemon eraan toe. ‘Maar dit is een aanzienlijk probleem, aangezien een groot deel van de Britse vermogensbeheersector is opgebouwd rond het bedienen van de EU vanuit Londen. Dit in vergelijking met de Zwitserse en Amerikaanse spelers, waarvoor deze markt een extra voordeel biedt.’

Hij noemt twee opties voor het Verenigd Koninkrijk. De regering zou per land kunnen onderhandelen over toegang, maar Dusemon zegt dat dit ‘belastend en inefficiënt’ zou zijn. Of de Britse regering zou de EU kunnen overhalen om ‘gelijkwaardigheid’ te verlenen aan Britse spelers. Na het ontvangen van politieke steun voor deze stap, zou de implementatie vereisen dat de EU-autoriteiten in staat zijn om te controleren of de Britse regelgeving op hetzelfde niveau is als die van het Europese vasteland, of dat zij er op vertrouwen dat deze gelijk is. Het valt nog te bezien of Britse politici bereid zijn deze toegang te verlenen, gezien de mate waarin het recente politieke gemanoeuvreer het vertrouwen tussen de onderhandelingspartijen eeft geschaad.

Er zijn meer dan veertig ‘dossiers’ in de financiële sector die de EU in haar macht heeft om het Verenigd Koninkrijk wel of niet toegang toe te geven. Hierover zou een besluit kunnen worden genomen in het kader van bredere onderhandelingen of per geval. De ‘handel in visserijquota op basis van gelijkwaardigheid’, zo karakteriseerde Nicolas Mackel dit half grappend tijdens zijn toespraak tot de virtuele ALFI-conferentie in Londen op 23 november.

Degenen die pleiten voor openheid en behoud van een groot deel van de status-quo, wijzen op de voordelen voor de algemene economische groei van de opbouw van pan-Europese en mondiale financiële markten. De voorstanders van protectionisme hebben de neiging wantrouwig te staan tegenover de financiële sector, met name wanneer deze het voorvoegsel “Angelsaksisch” draagt. Tot januari van dit jaar was het Verenigd Koninkrijk de leider van de EU-factie die zich inzet voor openheid, maar zolang Brexit zich ontvouwt, zal de manier veranderen waarop de regelgeving wordt geschreven en uitgevoerd.

Goede vroege signalen?

Degenen in het ‘open’ kamp zouden kunnen worden aangemoedigd door het feit dat de EU in september eenzijdig heeft besloten om in de EU gevestigde banken toegang te geven tot in het Verenigd Koninkrijk gevestigde clearinginstituten, in ieder geval tot medio 2022. Londen is een mondiaal centrum voor derivatenclearing, met bijvoorbeeld de LCH van de London Stock Exchange Group die ongeveer 90 procent van alle in euro’s luidende renteswaptransacties cleart. Hoewel beleidsmakers in de eurozone zenuwachtig zijn over deze belangrijke transacties die buiten het regelgevingskader van de EU plaatsvinden, zijn zij op hun hoede voor het verstoren van deze vanuit systeemdenken belangrijke activiteit.

‘Ook in de financiële sector is er veel goodwill waarop kan worden voortgebouwd. ‘Ik denk dat er vertrouwen is tussen de toezichthouders’, merkte Sheila Nicoll, hoofd overheidsbeleid bij de vermogensbeheerder Schroders, op tijdens de recente ALFI-conferentie in Londen. Ze suggereerde dat dit een goed uitgangspunt is, hoewel ze erkende dat de politiek zou kunnen ingrijpen om deze zorgvuldig opgebouwde relatie onder druk te zetten. Ze riep alle spelers in de sector op om ‘dat vertrouwen te ontwikkelen en te consolideren door ons verstandig te gedragen en de toezichthouders gerust te stellen dat we alles doen wat in ons vermogen ligt om het hen naar de zin te maken’.

Politiek heeft prioriteit 

Toch doemt het schrikbeeld van politieke interventie op. Terwijl sommigen het institutionele, legalistische karakter van de EU frustrerend vinden, dient dat om de politieke overwegingen in de besluitvorming te verminderen. Het Verenigd Koninkrijk leeft in een wereld waarin om redenen van verkiezingspolitiek de belangen van de Britse visserijsector (2,3 miljard euro aan export in 2019 volgens de Britse regering) lijken te prevaleren boven die van de financiële diensten (735 miljard euro aan beheerd vermogen in Britse fondsen die in Luxemburg zijn gevestigd, volgens Luxemburgse toezichthouder CSSF).

‘Onderhandelingen tussen staten zijn eerder een machtsstrijd dan een debatwedstrijd’, stelt Alexander Clarkson, een wetenschappelijke docent Duitse en Europese studies aan het King’s College in Londen. Aangezien de EU ongeveer zes keer zo groot is en dus zes keer zo machtig als het Verenigd Koninkrijk, moeten de financiële dienstverleners aan de andere kant van het Kanaal hopen dat de regering van Boris Johnson haar strategie snel kan aanpassen aan deze veranderde machtsdynamiek.

Als dit niet gebeurt, kan de oorzaak van de “openheid” in de besluitvormingsorganen van de EU worden geschaad. De Europese financiële dienstensector zou in het kruisvuur terecht kunnen komen als er in de komende decennia over “een lange Brexit” blijvend wordt onderhandeld.

Author(s)
Categories
Target Audiences
Access
Limited
Article type
Article
FD Article
No