Nederlandse beleggingsinstellingen die beleggen in minder traditionele, en veelal minder liquide, beleggingscategorieën zijn de afgelopen jaren fors gegroeid.
Sinds 2014 is de omvang van alternatieve beleggingsfondsen toegenomen met 73 procent tot 150 miljard euro, blijkt uit cijfers van De Nederlandsche Bank (DNB).
Het aandeel van alternatieve beleggingsfondsen in het totaal van de Nederlandse beleggingsinstellingen is gestegen van 13 procent naar 17 procent.

De groei van fondsen die beleggen in onder meer private equity, woninghypotheken, grondstoffen, hedgestrategieën en infrastructuur houdt verband met de lage rente-omgeving. Ook kunnen ze volgens DNB diversificatievoordelen bieden.
In het derde kwartaal waren het vooral de grondstoffondsen, woninghypotheekfondsen en infrastructuurfondsen die sterk groeiden. Hedgefondsen zien dit jaar uitstroom.

Het beheerd vermogen van alle in Nederland gevestigde beleggingsfondsen steeg in het derde kwartaal met 2,9 procent naar een recordomvang van 870 miljard euro.
De grootste toename trad op bij de aandelenfondsen; hun balanstotaal steeg met 4,6 procent naar 321 miljard euro. Het vermogen van de obligatie- en vastgoedfondsen steeg minder hard, respectievelijk met 0,6 procent naar 277 miljard euro en met 0,7 procent tot 115 miljard euro.
De omvang van de gemengde fondsen, die beleggen in een combinatie van verschillende activa zoals aandelen en obligaties, bleef onveranderd op 18 miljard euro.
De stijging van het totale vermogen van Nederlandse beleggingsinstellingen was voor het merendeel het gevolg van een netto-instroom van 18 miljard euro.
Het overgrote deel hiervan was afkomstig van pensioenfondsen, wat volgens DNB in belangrijke mate samenhing met door beleggingsinstellingen uitgekeerde dividenden die door de pensioenfondsen werden geherinvesteerd.

Het rendement in het derde kwartaal van 2,3 procent werd net als in het voorgaande kwartaal afgezwakt door wisselkoersverliezen, waardoor het uiteindelijk behaalde resultaat +1,4 procent bedroeg.