Thomas Péan, Grégory Guionnet - DNCA
Thomas Péan, Grégory Guionnet - DNCA

Sinds deze maand beheert DNCA Finance de private mandaten van klanten van Bank Nagelmackers en in een volgende fase volgt ook het fondsbeheer. ‘België wordt een testmarkt voor ons lokaal zakenmodel’, zegt het dochterbedrijf van Natixis.

Het was intern bij Nagelmackers een grote schok toen de private bank in oktober 2025 aankondigde het discretionaire portefeuillebeheer en ook het fondsenbeheer te willen uitbesteden aan DNCA Finance. De instellingen zijn indirecte familie, want beide behoren tot BPCE, de op een na grootste bankgroep in Frankrijk. De alliantie ging begin deze maand officieel van start. Het team van DNCA Finance houdt zelfs kantoor in het Brusselse hoofdgebouw van Nagelmackers.

DNCA, dat op Europese schaal opereert, zet met de samenwerking een belangrijke stap op de Belgische markt. Maar de deal is meer dan een schaalvergroting: ze vormt ook een test voor zijn businessmodel in een markt waar kostenbewust beleggen en passieve producten sterk ingeburgerd zijn. 

Binnen het private vermogensbeheer betekent de operatie een verdrievoudiging in schaal, waardoor België een sleutelrol krijgt in de Europese strategie van de groep. Tegelijk onderstreept de overeenkomst de ambitie om niet langer uitsluitend vanuit Luxemburg of Parijs te opereren, maar ook lokaal aanwezig te zijn in markten waar voldoende omvang wordt bereikt. 

Delegatie van beheer, geen klassieke overname 

De overeenkomst is geen klassieke integratie, maar een delegatie van beheer. Nagelmackers blijft verantwoordelijk voor de relatie met de klant, terwijl DNCA instaat voor het portefeuillebeheer. Dat model combineert schaalvoordelen met lokale verankering, maar legt tegelijk meer operationele verantwoordelijkheid bij de beheerder. Het gaat immers niet om gestandaardiseerde portefeuilles, maar om honderden individuele mandaten met uiteenlopende profielen, historische keuzes en specifieke restricties. 

Volgens Thomas Péan (foto links), hoofd distributie voor de Benelux bij DNCA, ligt precies daar de kern van de uitdaging. ‘Voor de klant verandert er op het eerste gezicht weinig, maar achter de schermen moet het volledige beheerproces worden aangepast. Dat vergt niet alleen technische integratie, maar ook een intensieve samenwerking met de bank en haar medewerkers, die het eerste aanspreekpunt blijven voor de eindklant.’ 

Van Luxemburg naar Brussel

Binnen de Europese expansie neemt de Benelux al langer een strategische plaats in. Voor de deal met Nagelmackers beheerde DNCA er ongeveer 2,6 miljard euro, voornamelijk via Luxemburg en professionele klanten. De overeenkomst met Nagelmackers geeft die aanwezigheid een duidelijke impuls en zorgt voor een structurele verankering van DNCA op de Belgische markt. 

Voor DNCA past de operatie in een bredere strategie om dichter bij de eindklant te opereren en minder afhankelijk te zijn van grensoverschrijdende distributie. De groep bouwt in Brussel een lokaal team uit met zowel Franstalige als Nederlandstalige profielen. Tot voor kort gebeurde de distributie in België grotendeels vanuit Luxemburg, maar volgens de groep volstaat die aanpak niet langer in een markt met uitgesproken lokale verschillen en specifieke verwachtingen van klanten en distributeurs. 

De combinatie van schaalvergroting en fysieke aanwezigheid moet DNCA toelaten nauwer samen te werken met distributeurs en sneller in te spelen op opportuniteiten in private vermogensbeheer, waar persoonlijke relaties en vertrouwen een doorslaggevende rol spelen.

600 mandaten

De echte test ligt in de implementatie. DNCA neemt ongeveer 600 mandaten over, elk met een eigen historiek en structuur. Een abrupte herstructurering zou niet alleen operationeel complex zijn, maar ook het vertrouwen van klanten onder druk zetten. 

Volgens Grégory Guionnet (foto rechts), hoofd private vermogensbeheer bij DNCA, kiest de groep daarom bewust voor een geleidelijke aanpak. ‘Eerst wordt in kaart gebracht hoe de portefeuilles vandaag zijn opgebouwd, waarna stap voor stap accenten worden verschoven in lijn met de beleggingsvisie van DNCA. Die progressiviteit moet vermijden dat klanten worden geconfronteerd met bruuske veranderingen, maar betekent tegelijk dat het tijd zal kosten vooraleer de impact van de nieuwe strategie volledig zichtbaar wordt.’ 

‘De overgang is niet alleen een technische operatie, maar ook een relationeel proces waarbij vertrouwen moet worden opgebouwd’

Thomas Péan, hoofd distributie Benelux DNCA Finance

In die overgangsfase speelt de private banker een centrale rol. Hij of zij blijft het eerste aanspreekpunt voor de klant en vormt de brug tussen de strategie van DNCA en de uiteindelijke portefeuille. 

‘De mate waarin die bankers de nieuwe aanpak begrijpen en kunnen vertalen naar hun klanten, zal in grote mate bepalen hoe vlot de overgang verloopt’, klinkt het bij Péan. DNCA zet daarom sterk in op aanwezigheid op het terrein en intensieve begeleiding, met frequente contacten en een duidelijke nadruk op uitleg rond de gemaakte keuzes en de onderliggende beleggingsvisie. ‘De overgang is daarmee niet alleen een technische operatie, maar ook een relationeel proces waarbij vertrouwen stap voor stap moet worden opgebouwd.’ 

Actief beheer onder druk van ETF’s 

De context waarin DNCA deze stap zet, is fundamenteel veranderd. In een sector waar passieve producten zoals ETF’s steeds meer marktaandeel winnen, blijft de groep resoluut kiezen voor actief beheer. Die keuze is volgens Guionnet geen defensieve reflex, maar een strategische overtuiging. ‘Als je wil opvallen tegenover passieve oplossingen, moet je alfa genereren. Dat is de essentie van ons vak.’ 

In bepaalde markten kan passief beheer perfect zinvol zijn, gaat hij verder, vooral waar efficiëntie en liquiditeit hoog zijn. Maar volgens hem blijven er duidelijke zones waar actief beheer een meerwaarde kan bieden, met name in obligaties en minder efficiënte aandelenmarkten. ‘Het gaat er niet om passief en actief tegenover elkaar te plaatsen, maar om de juiste combinatie te vinden.’ 

Die visie vertaalt zich ook in de praktijk. Hoewel DNCA zelf geen passieve producten aanbiedt, worden ETF’s in bepaalde portefeuilles wel gebruikt, bijvoorbeeld om snel marktblootstelling op te bouwen of tactisch in te spelen op schommelingen. 

België stelt zakenmodel op de proef 

De Belgische markt is gevoeliger voor kosten en heeft een sterkere traditie van passief beleggen dan bijvoorbeeld Frankrijk. Dat betekent dat DNCA zich expliciet moet bewijzen als actieve beheerder in een omgeving waar ETF’s vaak het uitgangspunt vormen.

‘De boodschap rond actief beheer moet daarom scherper en concreter worden gebracht. Niet als alternatief voor passief, maar als complementair model dat in bepaalde segmenten duidelijke meerwaarde kan creëren’, benadrukt Péan. Vooral in obligaties en Europese aandelen ziet DNCA ruimte om zich te onderscheiden, maar die overtuiging moet in België sterker worden onderbouwd dan in markten waar actief beheer historisch meer ingeburgerd is. 

Naast kosten speelt ook fiscaliteit een belangrijke rol in het gedrag van Belgische beleggers. Recente hervormingen zoals de meerwaardebelasting zorgen voor extra voorzichtigheid en beperken de ruimte om portefeuilles snel te herschikken. Dat heeft directe gevolgen voor de implementatie van de strategie. In plaats van snelle ingrepen kiest DNCA voor een stapsgewijze aanpak, waarbij fiscale implicaties en bestaande posities zorgvuldig worden meegenomen. ‘De integratie wordt daarmee geen eenmalige operatie, maar een proces dat zich over meerdere maanden zal uitstrekken’, zegt Péan.

Author(s)
Access
Members
Article type
Article
FD Article
No