Financieel planners en beleggingsadviseurs doen er goed aan om in hun advisering aan klanten een onzekerheidsmarge in te bouwen nu rendementen op obligaties en aandelen gedurende langere tijd lager zullen zijn dan voorheen.
Dat advies gaf Lukas Daalder vorige week financieel planners mee in een presentatie voor het beleggingsplatform Oakk. ‘Als je je doelwaarde niet wilt aanpassen, dan moet je meer sparen’, hield de beleggingsstrateeg van BlackRock zijn gehoor voor.
Daarbij tekent hij aan dat nu de rente zo laag staat er maar weinig vreugde te halen is uit een belegging in obligaties. Dat je er zelfs geld op kan verliezen. Maar toch is er nog steeds een goede reden om deze te kopen, oordeelt Daalder. Het werkt als een buffer voor als de financiële markten onverhoops onderuit gaan. ‘Obligaties voegen zelfs met een negatieve rente nog iets toe’, zegt hij.
Alles draait om rentevisie
Voorts wijst Daalder erop dat op de markten de consensus is dat dit wel de bodem moet zijn. ‘Maar iedere keer blijkt toch dat dat niet het geval is. Het kan heel goed zijn dat de rente over 5 jaar op 1 procent staat, maar -1 procent kan ook. Met andere woorden: je moet toch met een behoorlijke marge rekening houden.’
Daalder vindt dat je als doelbelegger bij lagere rendementen gedwongen wordt meer opzij te zetten. Hij stelt dat de zekerheid afneemt, ook voor mensen die via een fonds een pensioen opbouwen. ‘Ik zou zeggen dat je naast je pensioen aanvullend nog iets extra opzij moet opzetten.’
Daalder distantieert zich van de zwart-wit opvattingen onder economen over het beleid van de ECB. ‘Het debat is zeer gepolariseerd. Maar het is niet A of B. Er zijn vele varianten. Kijk bij voorbeeld naar het feit dat de vraag veel hoger is dan het aanbod. Iedereen wil in veilige staatsobligaties beleggen, zoals Duits en Nederlands staatspapier. Maar daar is steeds minder van’, benadrukt de BlackRock-strateeg.
Schuldenaar wordt bevoordeeld
De ECB komt op basis van een eigen studie tot de conclusie dat het effect van het kwantitatieve beleid (QE) rond een groei van tussen de 0,75 en de 0,95 procent ligt. Als dat effect van 2600 miljard QE zo gering is, zo leggen we Daalder voor, waarom is dat beleid dan überhaupt door de ECB gevoerd?
‘Ja, inderdaad dat vraag ik me ook wel af. Als je eurozonebreed kijkt, dan zijn overheden door het ECB-beleid in staat meer stimuleringsbeleid te voeren. Want lagere rentelasten op de staatsschuld creëren wat extra ruimte. Dat werkt goed voor Italië, maar veel minder voor Nederland. Voor Nederland veroorzaakt het een pensioenprobleem. We hebben een grote pot met geld gespaard, maar nu de kapitaalrente omlaag is gegaan, wordt niet de spaarder maar de schuldenaar bevoordeelt.’
Contraproductief effect in Nederland
Die lage rente heeft voor Nederland geen toevoegde waarde. Integendeel, zegt Daalder, lage rente zorgen voor lagere rendementen en dus worden mensen gedwongen aanvullend te sparen - een reactie die 180 graden afwijkt van wat de ECB beoogt, namelijk het aanwakkeren van consumptie.
Daalder houdt er rekening mee dat deze situatie nog lang blijft voortbestaan door langere termijntrends als vergrijzing, veel vraag naar en weinig aanbod van veilig staatspapier en lagere economische groei. ‘Voila, dat is de Japanificatie van de eurozone’, zegt Daalder. Toch stelt hij dat je de situatie tussen Japan en ankerland Duitsland niet één-op-één kunt vergelijken.
‘Zo hebben beide te maken met lage inflatie en vergrijzing, maar verder gaat de vergelijking mank: Japan heeft een staatsschuld van meer dan 200 procent, voor Duitsland is dat 63 procent. Dat is een wezenlijk verschil. Als de markten het vertrouwen verliezen dat de overheid de schuld niet meer kan opkopen, dan zal dat in Japan zijn.’