Steeds meer werknemers staan voor de keuze om hun pensioenpot ook na pensionering te blijven beleggen. Het aanbod van ‘doorbelegproducten’ is beperkt, maar de verschillen zijn aanzienlijk.
Sinds een paar jaar kunnen sommige werknemers kiezen of ze, als ze met pensioen gaan, een vast bedrag per maand willen krijgen of liever een variabele uitkering. Die laatste is afhankelijk van de beleggingsresultaten. Dit is nieuw voor de Nederlandse pensioensector. Een vaste, gegarandeerde uitkering op basis van rente was jarenlang de standaard. Zolang de rente maar hoog genoeg was, waren zowel verzekeraars als gepensioneerden daar dik tevreden mee.
De keerzijde van de lage rente
Door de lage rente zakten de vaste uitkeringen echter razendsnel. ‘Vroeger rekende ik nog met een factor 20’, zegt Michael Bieger van Apple Tree Financieel Adviseurs. ‘Dat wilde zeggen dat een bijna-gepensioneerde werknemer met een ton kon rekenen op een uitkering van 5000 euro per jaar. Tegenwoordig reken ik met een factor 24’, aldus Bieger. De verwachte levenslange pensioenuitkering is daardoor aanzienlijk lager.
De overheid reageerde met de Wet verbeterde premieregeling, die sinds eind 2016 van kracht is. Deze reactie was ook ingegeven door druk vanuit de pensioensector. Met name Shell, dat een zogenoemde defined contribution-regeling (dc) had ingevoerd waarbij tijdens de opbouwfase een vast bedrag per maand wordt ingelegd en de uitkering afhankelijk is van behaalde beleggingsresultaten, wilde gepensioneerde deelnemers de mogelijkheid bieden ook dan nog deels in aandelen belegd te blijven.
Doorbeleggen met de garantie op een levenslange variabele uitkering kan alleen bij een verzekeraar of pensioenfonds. Dat zijn de enige partijen die zogeheten langlevenrisico’s kunnen afdekken. Als een dc-pensioenfonds deze mogelijkheid niet biedt, mag de deelnemer uitwijken naar een verzekeraar.
Aanvankelijk hadden vier verzekeraars een doorbelegproduct op het menu. Dat aantal is geslonken tot drie aanbieders, nadat Delta Lloyd was ingelijfd door NN. ASR en Zwitserleven sleutelen nog aan hun producten.
Sportwagen of cabriolet
Hoewel er maar drie aanbieders zijn, verschillen de producten flink van elkaar. Zo belegt Aegon twee derde van het vermogen in aandelen, terwijl Allianz 68 procent steekt in vastrentende waarden en varianten met een gegarandeerde uitkering na twintig jaar aanbiedt. NN, dat na de fusie met Delta Lloyd met een nieuw product kwam, zet in op keuzemogelijkheden.
‘Voor het overzicht vergelijk ik de producten met auto’s’, zegt Jeroen Wolfsen van vergelijkingssite MoneyWise. ‘Het product van Aegon lijkt op een sportwagen. Je kunt hard, maar er zijn ook risico’s. Allianz is meer een cabriolet. Je kunt kiezen tussen het dak open of dicht. Je zit wél vast aan die keuze. NN is ook een cabriolet, maar daar mag je tijdens de rit het dak open of dicht doen.’
Om de kosten in de hand te houden, beleggen de verzekeraars de gelden in onderliggende indexfondsen, NN en Aegon in gelieerde fondsen en Allianz in fondsen van BlackRock en Lyxor.
‘De uitkering is bij aanvang ruim hoger dan bij een vaste uitkering bij de huidige rente. Dat spreekt uiteraard velen aan’, zegt Bieger. ‘Deze mensen moeten zich wel realiseren dat de hogere uitkering een voorschot is op later te behalen rendementen. Als het rendement tegenvalt, kan de uitkering ook dalen. Om dat te voorkomen, moeten de beleggingen met ten minste 2,5 procent renderen.’
Volgens Aegon is het als de klant het risico kan en wil nemen het beste om een aanzienlijk deel in zakelijke waarden, zoals aandelen en vastgoed, te beleggen. ‘Het inkomen uit een dc-pensioen moet je zien in relatie met andere pensioeninkomsten’, stelt Frits Bart, directeur pensioenen bij Aegon. ‘Iedereen ontvangt sowieso AOW en daarnaast hebben veel ouderen een min of meer gegarandeerd db-pensioen. Er moet een behoorlijk percentage van het dc-pensioen in aandelen zitten om te kunnen profiteren van de verwachte voordelen.’
Zoden aan de dijk
Stel dat een derde van je inkomen afhankelijk is van een doorbelegproduct, dan is het effect op je pensioen ook een derde van het percentage in zakelijke waarden, legt Bart uit. ‘Als het product voor 30 procent in aandelen belegt, is dat dus maar 10 procent. In een goed jaar leidt een rendement van 10% dan tot een stijging van je totale pensioeninkomen van 1%. Dat zet geen zoden aan de dijk.’
NN biedt een doorbelegproduct in vijf risicoprofielen die variëren van zeer defensief tot offensief. Het meest agressieve profiel komt in de buurt van Aegon: 60 procent zit in aandelen en vastgoed.
Allianz pakt de zaken anders aan. De meest offensieve variant zit voor 32 procent in aandelen. Verder stopt de variabele uitkering na twintig jaar en gaat over op een vaste uitkering. ‘Bij ons is het niet mogelijk dat de pot in een slechtweerscenario na pakweg twintig jaar leeg is’, zegt Patrick van Loosbroek, manager Leven bij Allianz. ‘Dat mag niet gebeuren bij een pensioenvoorziening.’
Aegon laat weten dat de pot ondanks het hoge percentage in aandelen nooit kan leeg raken in een pessimistisch scenario.
Wennen
De aanbieders verwachten dat de klanten moeten wennen aan dit product. Een reden is dat de uitkering niet intuïtief meebeweegt met de beleggingsresultaten. Na een goed beursjaar schiet de uitkering niet opeens omhoog.
Bart: ‘Dit jaar hebben we de eerste aanpassing gehad. Bij de meeste klanten is het pensioen iets gestegen als gevolg van goede beleggingsresultaten. De echte test is als we het een keer moeten verlagen. Dat zijn we in Nederland niet gewend.’
Volgens de aanbieders betekent een verlaging niet dat de deelnemer beter voor een vaste uitkering had kunnen kiezen. ‘Als de variabele uitkering een keer wordt verlaagd, is de klant meestal nog steeds beter uit dan met een vaste uitkering. Maar het is wel de vraag hoe deelnemers dit ervaren. Het lijkt of ze minder ontvangen. Dat is altijd teleurstellend, ook als je weet dat een vaste uitkering nog minder oplevert’, zegt Bart.