Kristjan Mee
i-fTvbkgr.jpg

Betekent het einde van de monetaire verruiming door de Europese Centrale Bank een streep door het rendement op obligaties? Of is het nog altijd mogelijk om in de nieuwe situatie te profiteren? Drie scenario’s en de gevolgen daarvan voor obligatiebeleggers.

‘Veel beleggers vrezen dat het einde van QE later dit jaar slecht nieuws voor vastrentende waarden kan betekenen’, schrijft Schroders-analist Kristjan Mee dinsdagochtend in een marktrapport. Maar tenzij de rente veel sneller stijgt dan nu verwacht wordt, kunnen obligatiebeleggers nog altijd positieve rendementen blijven verwachten volgens de analist.

Volgens Mee zijn er drie mogelijke manieren waarop de ECB aan de knoppen kan draaien. In twee van de drie door hem onderzochte scenario’s zullen bedrijfsobligaties een positef rendement op jaarbasis opleveren. Zelfs in een sterk stijgend renteklimaat zullen de verliezen over drie jaar naar verwachting relatief gering zijn, aldus de analist. 

1. Geleidelijke normalisering

De ECB beëindigt het QE-programma in 2018 en verhoogt de rente in het derde kwartaal van 2019. De rentestijging is relatief gematigd, aangezien de inflatie langzaam richting de 2 procent beweegt. Tegen juni 2021 stijgt het eenjaarsrendement van de Bund van -0,6 procent naar 0,8 procent en het tienjaarsrendement van 0,3 procent naar 1,7 procent. 

De rendementen zijn in dit scenario bijna nihil in de eerste twee jaar, merkt Mee op. In het derde jaar is het rendement positief met 1,4 procent, gesteund door een minder afgenomen duratie en hogere renteopbrengsten. Het geannualiseerde driejaarsrendement komt op 0,5 procent.

2. Snelle normalisatie

De inflatie neemt een verrassende opwaartse wending en de economische groei versnelt. De ECB wordt meer havik-achtig en is bereid om de rentetarieven te verhogen. Het rendement van de eenjarige Bund stijgt tot 1,7 procent en dat van de tienjarige Bund tot 2,1 procent.

De rendementen zijn in de eerste twee jaar negatief: -1,4 procent en - 0,4 procent. In het derde jaar worden de rendementen dankzij de veel hogere opbrengst weer positief, maar dat is onvoldoende om te voorkomen dat het driejaars geannualiseerde rendement negatief is met -0.4 procent. 

3. Trage normalisatie

Het herstel in de eurozone zet door, maar in een trager tempo, bijvoorbeeld als gevolg van politieke instabiliteit. De ECB schuift de eerste renteverhoging door naar 2020 en het rendement van de eenjarige Bund stijgt tot slechts 0,3 procent. Het rendement van de tienjarige Bund noteert dan 1,2 procent. 

Het langzamere tempo van de renteverhogingen kan kleinere duratieverliezen tot gevolg hebben, volgens Mee. ‘Toch zijn de driejaarsrendementen in beide scenario’s vrijwel identiek door de spreadvergroting die plaats zou vinden.’

Author(s)
Categories
Access
Limited
Article type
Article
FD Article
No