
Toen Friedrich Merz vorige week Mario Draghi’s beroemde woorden in de mond nam, wist hij precies welke reactie hij zou oproepen. Volgens Michael Hüther, een van de vier economen die Merz adviseert, is de uitspraak geen toevallige slip of the tongue.
‘Whatever it takes’ is geen neutrale uitspraak in Europa. Het is er een die financiële markten terugvoert naar de eurocrisis van 2012, toen de toenmalige ECB-president Draghi met deze drie woorden het vertrouwen in de euro herstelde en de markten kalmeerde. Maar waar Draghi de euro wilde redden, gebruikt de christen-democratische kandidaat-bondskanselier de frase in een andere context: de toekomst van de Duitse economie en defensie.
Hoe kwam Merz tot deze uitspraak, en welk signaal wilde hij werkelijk afgeven?
Volgens Michael Hüther, directeur van het Institut der deutschen Wirtschaft (IW) in Keulen en een van de vier economen die Merz adviseren, is de uitspraak geen toevallige slip of the tongue.
In gesprek met Investment Officer bevestigt Hüther dat hij samen met Clemens Fuest (ifo Instituut), Moritz Schularick (Kiel Instituut voor de Wereldeconomie) en Jens Südekum (Heinrich-Heine-Universität Düsseldorf) Merz bijstaat in het vormgeven van zijn economische agenda. Dit gezelschap werd na de verkiezingen samengebracht op initiatief van Jakob von Weizsäcker, de huidige minister van financiën van deelstaat Saarland en voormalig hoofdeconoom van het Duitse ministerie van Financiën.
Duitsland stuurt internationaal signaal
Hüther legt uit dat Merz’ uitspraak vooral een boodschap is voor de internationale gemeenschap. ‘Het is een sterk signaal aan Europa en internationaal over de verdedigingsbereidheid van het land’, zegt hij.
De ‘whatever-it-takes’ uitspraak ‘is een sterk signaal aan Europa en internationaal over de verdedigingsbereidheid van het land’.
Dit sluit aan bij het bredere economische plan van Merz, waarin een historisch groot investeringspakket van 500 miljard euro is opgenomen, afgestemd met de sociaaldemocraten in de Bundestag. Naast die toezegging heeft Merz ook fors meer ruimte bedongen voor defensie-investeringen. Deze aanpak moet Duitsland uit decennia van onderinvesteringen halen, de infrastructuur moderniseren en de defensie-uitgaven fors verhogen.
Volgens Hüther is dit geen vrijblijvende retoriek. Duitsland heeft volgens hem jarenlang te weinig geïnvesteerd en moet de komende jaren een inhaalslag maken. ‘Ons land heeft ongeveer 2.000 euro per hoofd van de bevolking per jaar extra nodig om op het Europese investeringsniveau te komen’, stelt hij. Dat betekent een verhoging van 473 euro per persoon per jaar vergeleken met de huidige situatie. Het plan, een “fiscaal voorstel van historische proporties”, moet daar daarmee een omslagpunt vormen, aldus Hüther.
Breuk met begrotingsorthodoxie?
De grote vraag is of Merz daadwerkelijk in staat is om met het Duitse begrotingsdogma te breken. Zijn voorganger als CDU-leider, Angela Merkel, hield jarenlang vast aan de ‘Schwarze Null’ en de strikte schuldenrem. Maar Hüther wijst erop dat Duitsland nu in een andere economische en geopolitieke situatie zit. ‘Het niet investeren in infrastructuur en defensie zou een veel groter risico zijn’, zegt hij.
‘De huidige crisis van geopolitieke verschuivingen, economische neergang en een steeds gevaarlijker wordende klimaatcrisis vereist een grote sprong in de fiscale uitgaven.’
‘De huidige crisis van geopolitieke verschuivingen, economische neergang en een steeds gevaarlijker wordende klimaatcrisis vereist een grote sprong in de fiscale uitgaven. Regeringen zijn grondwettelijk verplicht om te zorgen voor essentiële collectieve goederen zoals defensie en openbare infrastructuur. Het voorgestelde fiscale programma zou de Duitse economie daarom in een meer concurrerende en veilige richting kunnen sturen.’
Merz’ economisch plan is in veel opzichten een mix van keynesiaans stimuleringsbeleid en klassiek aanbodbeleid. De infrastructuurinvesteringen zijn bedoeld om de langetermijnproductiviteit te verhogen, terwijl de defensie-uitgaven als een directe impuls voor de economie zullen werken. Volgens berekeningen van Hüther en zijn collega’s kan de Duitse economie hierdoor veel sneller groeien dan de 1.3 procent die de Europese Commissie verwacht voor volgend jaar.
‘We verwachten een bbp-groei van 5 procent in 2026 dankzij deze enorme toename van de investeringen en de industriële productie’, aldus Hüther.
Nieuwe wind in Berlijn
De aankondiging van Merz is afgelopen week met veel enthousiasme ontvangen op de financiële markten. Een dag na zijn uitspraak steeg de rente op de tienjarige Duitse staatsobligaties met 30 basispunten, de grootste stijging op één dag sinds de val van de muur in 1989. Er waait een nieuwe wind in Berlijn. Dat is duidelijk.
‘Als Duitsland niet zou investeren in defensie en infrastructuur, zou dat een nog groter risico met zich meebrengen.’
Hüther ziet de hogere rente op Duitse, en Europese, staatsobligaties, niet als een probleem. ‘Als Duitsland niet zou investeren in defensie en infrastructuur, zou dat een nog groter risico met zich meebrengen. Duitsland heeft de zwakste economie in de eurozone. Investeringen zijn hard nodig, en dat lukt niet met een restrictieve fiscaal beleid.’
‘Het loslaten van de zeer strakke en inflexibele regels van de schuldenrem is een historische noodzaak, gezien de geopolitieke dreiging van Russische agressie enerzijds en de structurele onderinvestering in publieke infrastructuur anderzijds.’
Andere problemen nu ook aanpakken
Om de economie echt te laten floreren moet Duitsland ook bureaucratie verminderen, zijn pensioenstelsel hervormen en de productiviteit verhogen, zo stelt Hüther.
‘De demografische verandering betekent elk jaar een grotere belasting voor de sociale zekerheid en de overheidsfinanciën. Zonder een dringende hervorming van het pensioenstelsel en een toename van het aantal werkuren zullen we dit probleem niet kunnen oplossen. Het is onaanvaardbaar dat Zwitsers ongeveer honderd uur meer werken dan Duitsers, dat is twee uur meer per week.’
Lees verder op Investment Officer:
- Duitsland wil veiligheid versterken, maar Bunds verliezen hun glans
- CPB-directeur Hasekamp moet waarschuwen
- Europa: het nieuwe Rijk van het Midden