Het kapitalisme heeft zich te ver doorontwikkeld en moet worden bijgesteld, zodat grotere groepen mensen van de globalisering profiteren. ‘De elite heeft zich er wel toe bekeerd, maar is de gemeenschap vergeten’, aldus globaliseringsexpert Dani Rodrik in een gesprek met Fondsnieuws.
President Donald Trump is een demagoog en een populist, die doet wat populisten doen als de grond onder hun voeten te heet wordt: proberen de democratie aan banden te leggen. Dat zegt Dani Rodrik, een van de belangrijkste en meest invloedrijkste economen van dit moment. Rodrik denkt dat Trump op enig moment de instituties zal proberen te ondergraven en de vrije pers zal willen elimineren.
Trump won de presidentsverkiezingen met een agenda van ‘America First’, waarin hij zich afzette tegen globalisering, outsourcing en immigratie. Toch verwacht Rodrik op dat punt geen belangrijke stappen van hem. Hij wijst erop dat Trumps beleid wordt ingefluisterd door twee bewindslieden die van Goldman Sachs komen, Mnuchin en Donovan, van wie de achterban helemaal geen belang heeft bij het opzeggen van handelsovereenkomsten of beperking van de liberale wereldorde.
‘Het populisme hing al langer in de lucht’
Toch verbaast de verkiezingszege van Trump Rodrik niet. Het populisme hangt in de Verenigde Staten al lang in de lucht: Ross Perot in de jaren tachtig was er een voorbeeld van en Pat Buchanan in de jaren negentig. Dat Trump slaagde, waar de andere Republikeinse presidentskandidaten indertijd faalden, verklaart hij uit de dialectiek die Trump koos.
Een samenleving kent drie groepen: de elite, de meerderheid en de minderheid. Stemmen kan je als populist winnen door de elite of de minderheid op de korrel te nemen, dat wil zeggen door een inkomens- of sociale klasse gerelateerde of een etnisch-nationale invalshoek te kiezen. Trump koos voor de laatste.
Dat het zover heeft kunnen komen, wijt Rodrik aan de grove beleidsfouten die met de deregulering en de liberalisering van de wereldeconomie onder president Reagan en daarna zijn gemaakt. Volgens hem hebben de technocraten en de plutocraten zich in de jaren negentig bekeerd tot de nieuwe wereldgemeenschap en zich afgekoppeld van de samenleving waar arbeidsplaatsen en stabiele inkomens implodeerden. ‘Zo zijn parallelle werelden ontstaan, die niets van elkaar meer begrijpen’. Dat heeft volgens Rodrik de weg geëffend voor populisten.
Rodrik schreef in 1997 Has Globalisation Gone Too Far, een boek dat verscheen op het moment dat Pim Fortuyn De verweesde samenleving schreef, dat een vrijwel identieke aanval was op politici en beleidsmakers die hun eigen land en hun eigen electoraat zouden hebben verraden. Fortuyn werd uitgemaakt voor fascist en Rodrik vond in wetenschappelijke kring ook maar beperkt gehoor.
Toch sprak hij toen al van een ‘trilemma’: globalisering, democratie en nationale soevereiniteit gaan niet samen. Volgens hem delft ten minste een van de drie in dit trilemma het onderspit. In de VS staat volgens hem de democratie op het spel en in de eurozone de nationale soevereiniteit. Wel is Europa beter geborgd tegen de opkomst van populisme doordat de verzorgingsstaten grotendeels intact zijn gebleven. Maar in de eurozone dreigt een ander gevaar, namelijk dat deze unie ‘incompleet’ is, zegt Rodrik.
‘Aan de ene kant is het veel te ver gegaan, en aan de andere kant juist helemaal niet.’ Hij acht daarvoor het Duitsland van Angela Merkel verantwoordelijk. Het heeft andere lidstaten harde bezuinigingen en structurele hervormingen opgelegd, maar Griekenland en Portugal zijn Duitsland niet. ‘Voor een duurzame unie is solidariteit nodig.’
Bad, very bad
Rodrik vindt dat Duitsland zeer sterk heeft geprofiteerd van zowel de eurozone met zijn lage eurokoers als van de globalisering en dat Duitsland met zijn recordoverschot op de lopende rekening daar nu iets voor terug moet doen: salarissen verhogen en andere lidstaten direct steunen. De Franse president Macron heeft dat ook met zoveel woorden verlangd. Rodrik denkt dat Merkel daar gevoelig voor is, mede ook door de druk van president Trump die Duitsland ‘bad, very bad’ noemde.
Rodrik denkt dat de ‘hyperglobalisering’ van technocraten en belangengroepen van bedrijven en financiële instellingen, die in achterkamertjes hun specifieke belangen verdedigden en neerlegden in handelsakkoorden, voorbij is. Kapitalisme óf de globalisering overleven wel, denkt hij.
In dat kader komt het gesprek op Albert Hirschman, een beroemde wetenschapper, van wie Rodrik de leerstoel op de Harvard University heeft bezet. Hirschman schreef het boek The Passions and the Interests. Daarin stelt hij dat ruim 500 jaar geleden in Europa de basis is gelegd voor wat de zegetocht van het kapitalisme zou worden.
‘Het is corruptie geworden’
De grondlegger ervan zou Machiavelli kunnen zijn. Hij ijverde voor de verering van het individu, dat zich van zijn omgeving onderscheidde doordat hij virtù (deugd) bezat. Dit werd door Machiavelli begrepen als doortastendheid, hetgeen óók inhield dat een heerser de hebzucht en de hypocrisie van zijn onderdanen mocht exploiteren om zijn doelen te bereiken. Het breken van zijn woord, wat in het tijdperk van de edelman nog ongehoord was, was geoorloofd als hij daarmee het grotere belang van de staat diende.
De acceptatie van het eigenbelang legde de basis voor een op transacties gebaseerd model: het marktkapitalisme. Maar nu is het ‘eigenbelang’ als bron van handelen volledig doorgeslagen, zegt Rodrik. ‘Het gaat aan zijn eigen succes ten onder. Het is gedegenereerd tot egoïsme. Het corrumpeert. Het is corruptie geworden.’
Maar het wezenskenmerk van het eigenbelang is dat machtige actoren, zoals multinationals, inzien dat nationale staten weer een grotere rol moeten krijgen. ‘Er is meer solidariteit en patriottisme nodig, want de elite is de gemeenschap vergeten.’