Vorige week maakte Spanje bekend dat de economie vaart krijgt. Vergeleken met een jaar geleden produceert het land 0,5 procent meer goederen en diensten. Dat duidt inderdaad op herstel.
Misschien dat de uittocht van Spanjaarden, per jaar emigreert bijna 1 procent van de bevolking omdat banen dun gezaaid zijn, binnenkort stopt.
Toch blijft het herstel breekbaar. Zo lag het nominale bruto binnenlands product 0,1 procent lager dan een jaar geleden. Hoewel Spaanse bedrijven dus meer fabriceren, is hun omzet afgenomen doordat hun verkoopprijzen meer zijn gedaald dan hun productie is gestegen.
Welkom deflatie
Je kunt het vergelijken met een winkelier die zijn klanten met vollere boodschappentassen ziet vertrekken, maar minder geld in zijn kassa overhoudt. Welkom deflatie.
Je hoort vaak zeggen dat deflatie, ofwel een daling van de consumptieprijzen, slecht is omdat gezinnen hun bestedingen dan zouden uitstellen. Als je weet dat spullen morgen goedkoper zijn, stel je aankopen een dag uit, zo is de redenering. Ik vind dat een vreemd verhaal. Ten eerste geven gezinnen de bulk van hun geld uit aan consumptie die noodzakelijk is, of het nu gaat om levensmiddelen of de vervanging van een kapotte wasmachine. Ten tweede zie je dan over het hoofd dat deflatie slecht nieuws is vanwege de gevolgen voor producenten.
Deflatie kan bedrijven in het nauw brengen omdat dalende prijzen de winstmarges onder druk zetten als de kosten, vooral de lonen en de rente op bedrijfsfinanciering, gelijk blijven of minder dalen dan de afzetprijzen. Hoe meer schuld een bedrijf heeft, hoe gevaarlijker een scenario wordt waarin de prijzen dalen terwijl de rente gelijk blijft.
Spaanse handelstekort
In 2011 en 2012 is de Spaanse industriële productie, exclusief de bouwsector, in totaal met 10 procent gekrompen. Na een stagnatie in 2013 toont de industrie weer een bescheiden opleving, maar niets om over naar huis te schrijven. Diegenen die zeggen dat Spanje het ergste achter de rug heeft, wijzen op het sterke herstel van de exportsector. Inderdaad exporteren Spaanse bedrijven 7 procent meer dan een jaar geleden.
Echter, dit herstel stamt van een halfjaar terug. De laatste zes maanden is de Spaanse export gelijk gebleven. Daarmee is voorlopig een eind gekomen aan de verbetering van de Spaanse handelsbalans. Die vertoont nog steeds een tekort terwijl een overschot nodig is om de buitenlandse schuld terug te betalen.
Sanering overheidsfinanciën
De groei die Spanje sinds het begin van 2014 heeft geboekt, was vooral te danken aan een verhoging van de overheidsuitgaven. In een land dat zijn begrotingstekort moet verminderen, is dat een ongezonde ontwikkeling. Immers, de Spaanse staatsschuld is sinds de kredietcrisis van 2007 opgelopen van 36 procent van het nationaal inkomen naar bijna 100 procent. Het is hoog tijd dat de Spaanse regering de overheidsfinanciën saneert. En juist dat blijft uit.
Ogenschijnlijk daalde het begrotingstekort van 10,8 procent in 2012 naar 6,6 procent in 2013, maar dat lukte slechts dankzij een greep van 2 procent in het pensioenreservefonds, een greep van 1 procent in een fonds om openstaande rekeningen aan overheidsleveranciers te betalen en het afkappen van het begrotingsjaar per eind november. Uitgaven in december telden dus niet mee. Bij nader inzien bestond de tekortvermindering uit een sterk staaltje creatief boekhouden.
Zwakke concurrentiepositie
Wie denkt dat Spanje uit het dal is geklommen, moet met beter bewijs komen dan de officiële statistieken over economische groei en overheidsfinanciën. Wie goed kijkt, ziet dat Spanje nog steeds het klassieke patroon volgt van een land met een hoge schuld en een zwakke concurrentiepositie: deflatie die het schuldprobleem verergert. De enige ontsnapping uit deze schuldenval bestaat uit giften van noordelijke europartners.
Bruno de Haas is hoofd research en beleid van Media Pensioen Diensten. Tevens is hij auteur van het zojuist verschenen boek ‘Laat de leeuw niet in zijn hempie staan. Waarom de euro ons zal opbreken’.
Bent u beleggingsprofessional en wilt u ook een bijdrage leveren aan de discussie over de euro en de vraag of het herstel in de eurozone echt doorzet, stuur uw stuk redactie@fondsnieuws.nl. Artikelen mogen maximaal 500 woorden lang zijn en moeten zijn voorzien van de contactgegevens van de auteur, inclusief een portretfoto. Plaatsing van een bijdrage is ter beoordeling aan de (hoofd)redactie.