In het oog van de storm
i-Fjqcn75-L.jpg

Het groeiende besef dat klimaatverandering grote en soms onvoorziene beleggingsrisico’s met zich meebrengt, zorgt ervoor dat steeds meer spelers nu hun portefeuilles klimaatproof maken.

Dat het klimaat verandert, daar twijfelt haast niemand meer over. Zelfs in het Amerika van president en klimaatontkenner Donald Trump gelooft al 73 procent van de bevolking in ‘global warming’, zo bleek onlangs uit een jaarlijkse peiling van de Yale-universiteit. Maar wanneer is het verstandig de portefeuille tegen de negatieve impact van de opwarming van de aarde bestand te maken?

Het gaat immers om een langetermijntrend waarvan nog onduidelijk is hoe die zich verder zal ontwikkelen. Zal de wereld de komende decennia aanzienlijk meer opwarmen dan is afgesproken in het Klimaatakkoord van Parijs? Of zal de voortdurende prijsdaling van alternatieve energiebronnen er uiteindelijk voor zorgen dat een rampscenario wordt afgewend, en kan een afwachtende houding voorlopig geen kwaad?

Niet als het aan Pensioenfonds Horeca & Catering, DWS en Rabobank ligt. Pensioenfonds Horeca & Catering gaf onlangs State Street Global Advisors de opdracht om een 1,5 miljard euro grote aandelenportefeuille drastisch te decarboniseren, een besluit dat mede was ingegeven door de deelnemers in het fonds zelf.

‘Deelnemers vroegen ons erom’

‘Onze belangrijkste taak als pensioenfonds is te zorgen voor een goed pensioen voor al onze deelnemers’, licht senior investment manager Bas van Ooijen het besluit toe. ’Echter, een goed pensioen betekent voor ons ook dat we bijdragen aan een leefbare, duurzame wereld. Mede op basis van een onderzoek onder werkgevers en werknemers in de horeca en catering hebben wij vorig jaar besloten tot een aanscherping van ons maatschappelijk verantwoord beleggingsbeleid.’

Een van de thema’s in dat beleid is het aanpakken van klimaatverandering, onder andere door het fors terugdringen van broeikasgassen. Concrete doelstelling is om de CO2 -uitstoot van de volledige beleggingsportefeuille met 20 procent te verminderen in 2020.

Van Ooijen: ‘Als eerste stap hebben we nu een CO2-optimalisatie uitgevoerd binnen de portefeuille met large cap-aandelen uit ontwikkelde markten exclusief Amerika doorgevoerd. We beleggen concreet minder in CO2 -intensieve bedrijven en sectoren. Dit heeft de uitstoot van deze portefeuille met 70 procent gereduceerd en zorgt voor een daling van de uitstoot van de totale beleggingsportefeuille met circa 10 procent. Wij zoeken nog naar mogelijkheden om uitstoot te verminderen in het overige deel van de beleggingsportefeuille.’

De forse decarbonisatie van de large cap-portefeuille (het fonds heeft ook nog portefeuilles met small caps en aandelen uit opkomende markten) gaat volgens de investment manager niet ten koste van het risico- en rendementsprofiel. Die overtuiging wordt in de beleggingswereld steeds breder gedragen, waardoor het niet langer de vraag is waarom men duurzaam zou beleggen, maar waarom niet.

Desinvesteren kan ook als drukmiddel worden ingezet. Want als meerdere grote beleggers hun belang in broeikasgasintensieve bedrijven flink afbouwen of helemaal verkopen, dan doet dat pijn. Zo vertelde de Amerikaanse kolengigant Peabody Energy zijn aandeelhouders in 2014 al dat een desinvesteringscampagne gericht tegen het bedrijf de aandelenkoers onderuithaalde en het moeilijk maakte om nog kapitaal op te halen. Twee jaar later vroeg dit bedrijf faillissementsbescherming aan. 

DWS bewandelt liever het pad van engagement om verandering af te dwingen. ‘Wij blijven belegd in de olie- en gassector om de dialoog te kunnen voeren en erop aan te dringen dat ze hun vrije kasstroom gebruiken voor investeringen in hernieuwbare energiebronnen’, zegt Roelfien Kuijpers, wereldwijd hoofd verantwoord beleggen bij het fondshuis.

Het is volgens haar ook niet reëel om volledig uit de sector te stappen, omdat de wereldeconomie op dit moment nog sterk afhankelijk is van fossiele brandstoffen. ‘Wij willen vooral zien hoe bedrijven in deze sector binnen een vooraf gestelde periode de transitie naar een toekomstbestendig businessmodel maken.’

Niettemin noemt ze klimaatverandering een ‘existentieel risico’ dat beleggers dieper kan raken dan ze wellicht vermoeden. ‘We moeten hopen dat we de temperatuurstijging beperkt kunnen houden tot de 1,5 graden Celsius sinds de industrialisatie, maar wetenschappelijke rapporten die nu uitkomen achten de kans daarop vrij klein. In de afgelopen drie jaar is de wereldwijde CO2 -emissie verder toegenomen, nadat deze eerder was gestabiliseerd. Doen we niks, dan stevenen we af op 3 of misschien wel 4 graden temperatuurstijging tegen het eind van deze eeuw. Dat is echt catastrofaal.’

‘Energietransitie heeft nu al impact op aandelenmarkt’

Bij DWS houden ze zich al sinds 2005 bezig met de gevolgen van klimaatverandering voor beleggers. In eerste instantie lag de focus daarbij op de risico’s met betrekking tot de energietransitie, dus de overgang van een ‘high carbon’ naar een ‘low carbon’ wereld, zowel op landen- als op bedrijfsniveau. Kuijpers: ‘De komende twintig jaar gaat de wereld door deze transitie heen. Hoewel dit een lange periode is, is het goed om te beseffen dat het nu al een enorme impact heeft op de aandelenmarkt. Neem de afwaardering van de Duitse nutssector het afgelopen decennium. Of Tesla, dat een drie keer hogere marktwaarde heeft dan Ford terwijl het geen winst maakt. De laatste vertrouwt echter op het businessmodel van het verleden. De vraag is hoe snel dit soort bedrijven kan omschakelen.’

Dus de transitierisico’s spelen al, het gebeurt niet over twintig jaar, wil ze maar zeggen. ‘De aandelenmarkten verdisconteren dit soort langetermijntrends vaak lang van tevoren. Onze klanten denken nu ook na over de gevolgen voor bijvoorbeeld de olie- en luchtvaartsector.’ De energietransitie is echter niet het enige klimaatgerelateerde risico; sinds 2015 kijkt DWS ook naar fysieke klimaatrisico’s. Daarbij gaat het erom in welke mate bedrijven getroffen kunnen worden door extreme weersverschijnselen zoals orkanen, overstromingen en droogte. 

Dan blijken opeens ook bedrijven in heel andere sectoren kwetsbaar te kunnen zijn. ‘Neem energieleverancier PG&E, het grote verhaal dit jaar in Amerika, dat in Chapter 11 verkeert als gevolg van claims dat het bedrijf verantwoordelijk is voor de dodelijkste bosbranden in Californië ooit. Of de overstroming van een deel van Thailand in 2011, waar faciliteiten van veel grote chipproducenten in de wereld bleken te staan. Dit had een grote impact op de aandelenkoersen van deze bedrijven, maar ook op de technologiesector als geheel. Dit leidde bij DWS uiteindelijk naar het supplychainrisico. Je kunt als bedrijf zelf nog zo duurzaam bezig zijn, maar zijn alle bedrijven in de keten dat ook? Het gaat hierbij dan om zowel transitierisico’s als fysieke risico’s.’

‘Met wie we nu ook spreken, iedereen wil het met ons over deze drie klimaatrisico’s hebben. En hoe je dat in je portfolio kunt opnemen. Daarbij kijken wij naar deze risico’s voor al onze beleggingen, in alle beleggingscategorieën, van aandelen tot obligaties en alternatives.’

Dit leidt tot concrete beleggingsmandaten voor DWS. Zo vroeg een Europese verzekeraar de assetmanager twee jaar geleden of het zijn Aziatische aandelenportefeuille klimaatproof wilde maken. Samen met risicomanager Four Twenty Seven en een indexprovider is daar een index uitgerold die naar verwachting dit jaar geïmplementeerd zal worden. Ook voor andere klantsegmenten zullen soortgelijke producten beschikbaar komen.

Rabobank

Ook volgens Rabobank, dat steevast van een klimaatcrisis spreekt, moeten beleggers nu voorzorgsmaatregelen nemen, vooral wie in de olie- en gassector belegt. ‘Er wordt meer olie geproduceerd dan ooit en ook de vraag is groter dan ooit tevoren. Het fossiele tijdperk nadert echter zijn einde’, stellen de beleggingsstrategen van de bank in een recente visie op de markt. ‘Dat is niet alleen omdat er maatregelen genomen moeten worden om de klimaatcrisis te bezweren.’

‘We zijn inmiddels ook het moment gepasseerd dat elke extra vraag naar energie kan worden afgedekt met de groei van alternatieve brandstoffen. Als de vraag naar energie elk jaar met 1 procent stijgt, dan is bij een marktaandeel van 3 procent voor alternatieve energie een groeivoet van 30 procent al voldoende om te voorzien in die marginale vraag. Dat is het moment om terughoudend te zijn met traditionele aanbieders van energie (olieproducenten).’

Dat marktaandeel van 3 procent markeerde in het verleden vaak het omslagpunt. ‘De koers van Kodak piekte op het moment dat het aandeel van digitale camera’s maar net boven de 3% uitkwam. De koers van Nokia piekte zelfs al bij de lancering van de iPhone. Het vervoer per paard en wagen piekte toen het marktaandeel van auto’s op 3 procent lag. In de overgang van gas naar elektriciteit in het Verenigd Koninkrijk piekte de vraag naar gas in 1907 toen elektriciteit een aandeel had van 3 procent. Tien jaar later was de markt overgestapt op elektriciteit. Het kan verkeren.’

Author(s)
Categories
Target Audiences
Access
Limited
Article type
Article
FD Article
No