‘De wereld op zijn kop’ en ‘Dit zijn werkelijk verbijsterende tijden’, schrijven beleggers dinsdag over de enorme klap die WTI-olie een dag eerder kreeg. Experts spreken van een “super contango”.
Minus 37,63 dollar. Daarop sloot het termijncontract op West Texas ruwe olie maandagavond, terwijl dat van juni boven de 20 dollar bleef. ‘Vandaag was een verwoestende dag voor de olieindustrie’, verzuchtte een hedgefondsmanager maandagavond tegenover persbureau Bloomberg.
Niet alleen de oliemarkt kreeg klappen. Volgend op het nieuws daalde de highyieldmarkt met 7 procent in de Verenigde Staten. De schaliegas-industrie maakt doorgaans zo’n 12 procent uit van de Amerikaanse high yield markt, volgens data van Morningstar. Juist deze bedrijven gaan gebukt onder zo’n scherpe daling van de olieprijs.
‘Verbijsterende tijden’
Nooit eerder kwam deze situatie voor, memoreert hoofd multi asset Jeroen Blokland van Robeco dinsdagochtend in zijn daily sketch. ‘Houders van futurecontracten wilden gisteren betalen om van hun contracten af te komen, nu de vraag inzakt en de opslagcapaciteit nagenoeg vol is’, blikt hij terug. ‘Dit zijn werkelijk verbijsterende tijden.’
De wereld op zijn kop, vindt ook investment manager Simon Wiersma van ING. ‘Door de coronacrisis en de ‘olie-oorlog’ tussen Rusland en Saoedi-Arabië is er een overschot aan olie op de markt ontstaan’, schrijft hij dinsdag in zijn dagelijkse beursupdate. ‘Er wordt naar schatting per dag bijna dertig miljoen vaten ruwe olie meer geproduceerd dan geconsumeerd. En dat betekent niet alleen prijsdruk, maar ook overvolle opslagtanks. In de VS is er geen opslagruimte meer of alleen tegen woekerprijzen.’
Super contango
De ineenstorting van de olieprijs geeft volgens Matt Levine van Bloomberg de vreemde situatie weer die momenteel aan de orde is: één waarin mensen denken dat olie waarde heeft en wel willen wedden op toekomstige prijzen, maar niemand de olievaten daadwerkelijk wil hebben. Ze gebruiken geen olie en hebben geen plek om ze neer te zetten.
Levine sprak maandagavond in zijn opinie-nieuwsbrief van een “super contango”, doelend op de prijs van het termijncontract van juni die ver boven dat van mei ligt. De prijs voor het niet hebben van olie is momenteel hoog in vergelijking tot de waarde die mensen toedichten aan het bezitten van olie. Daarbij benadrukt de prijsdaling van 40 procent op maandag volgens Levine een snelgroeiende overvloed aan olie en snelgroeiende voorraden op de Amerikaanse hub in Oklahoma.
Plek van olie in de economie
Olie heeft een ‘rare’ plek heeft in de economie, aldus Levene, omdat oliebronnen niet makkelijk gesloten en opnieuw gestart kunnen worden, en allelei kartels en speltheorieën zijn betrokken bij de prijsvorming en productie. ‘Maar een pandemie doet gewoon iets geks met grondstoffenprijzen. De olieprijs naders niet het nulpunt omdat niemand olie nodig heeft. Maar mensen hebben gewoon veel minder olie nodig. Als je iets hebt dat mensen niet willen, dat níemand op dit moment wil, is het moeilijk er een normale prijs op te zetten.’
Kritiek op krantenkoppen
Kritiek op de schreeuwende headlines komt van fondsmanager Ralph Sandelowsky van Achmea IM. Hij beaamt in een artikel op LinkedIN dat maandag de geschiedenisboeken inging als de dag met de grootste prijsdaling van WTI ruwe olie ooit, maar benadrukt dat het recordverschil tussen het eerste en tweede contract op de curve aangeeft dat er iets aparts aan de hand is. Daarbij is WTI ruwe olie volgens hem al tijdens niet meer representatief voor de wereldwijde oliemarkt.
Volgens Sandelowsky hadden beleggers amper positie in het meicontract. ‘Het aanhouden van contracten tot aan expiratie vormt voor beleggers een dusdanig groot risico, dat zij het hier nagenoeg nooit op aan laten komen en ver voor expiratie hun posities al hebben doorgerold naar een ander punt op de termijncurve.’
Volgens data van de fondsmanager stond het aantal uitstaande contracten vrijdag nog op bijna 110 duizend, terwijl daar maandag nog een ruime 15 duizend van over was. Weinig marktpartijen hebben deze negatieve prijzen in hun portefeuilleoverzicht gezien, concludeert Sandelowsky. De benchmark van veel insitutionele partijen, de S&P GSCI index, maakte op 20 april al geen gebruik meer van het aflopende mei-contract.
Olieprijs dinsdag
Dinsdagochtend staat de olieprijs (WTI) op -3,43 dollar per vat, terwijl Noordzee-olie tegen 19,45 dollar per vat verhandeld wordt.