Factorbeleggen in obligaties komt meer in beeld bij zowel institutionele als wholesale beleggers. Het past in de verdergaande opmars van factorstrategieën in het algemeen. Hieruit blijkt dat factorbeleggen duidelijk steeds meer mainstream wordt.
Dit zegt Georg Elsaesser, senior portfoliomanager Quantitative Strategies bij Invesco, naar aanleiding van het verschijnen van de vierde Invesco Global Factor Investing Study. De studie is gebaseerd op interviews met ruim 240 institutionele en wholesale-factorbeleggers die gezamenlijk meer dan 2.500 miljard dollar beheren.
Een opvallende uitkomst van de studie is dat de toenemende interesse in factorbeleggen in obligaties gepaard gaat met een tekort aan passende producten. Volgens Elsaesser wijzen de resultaten van dit jaar erop dat beleggers steeds meer ervaring krijgen en daardoor de vraag naar strategieën voor vastrentende beleggingen waarschijnlijk verder zal toenemen. Tegelijk beschrijft bijna negen op de tien respondenten deze beleggingscategorie als niet goed gedekt door het huidige factoraanbod.
Ongeveer 70 procent van de institutionele beleggers en 78 procent van de wholesale beleggers beschouwt de aanpak nu als toepasbaar, tegen respectievelijk 62 en 57 procent in 2018. Hierbij wordt Yield/Carry gezien als de de “topfactor”, gevolgd door liquiditeit, waarde en kwaliteit.

Figuur: mogelijke factoren in obligatiebeleggingen
De verdere opmars van factorbeleggen in obligaties past volgens Elsaesser in een algemene trend, waarin factorbeleggen steeds meer mainstream wordt. ‘Factorbeleggers van het eerste uur willen meer doen met hun factorallocaties, zoals actieve en op maat gemaakte strategieën en uitbreiden naar vastrentende waarden. Bestaande factorbeleggers hebben hun allocatie verhoogd. Meer dan de helft van de respondenten is van plan de allocatie in de komende drie jaar te verhogen, dit patroon zal zich de komende jaren naar alle waarschijnlijkheid voortzetten.’
Uit het onderzoek blijkt daarnaast dat respondenten zowel het aantal factoren waarop ze zich richten, als het gebruik van strategieën gericht op meerdere factoren wederom hebben verhoogd. Ze hebben ook actiever beslissingen genomen over welke factoren moeten worden opgenomen of uitgesloten.
Een van de gevolgen is een vermindering van de exposure naar de factor Waarde en een gelijktijdige toename van het gebruik van andere factoren zoals Momentum, Kwaliteit en Lage volatiliteit. Ondanks enige twijfel over de vraag of de waardefactor even effectief blijft, blijft het nog altijd de meest populaire factor bij zowel wholesale als institutionele beleggers.

Figuur: factoren aandelenbeleggingen
De meerderheid van factorbeleggers kiest tegenwoordig voor een actieve strategie via gescheiden mandaten, gemengde fondsen en op de beurs verhandelde producten. Grotere institutionele en wholesale beleggers hebben hierbij een voorkeur voor gescheiden mandaten, terwijl middelgrote en kleine beleggers eerder kiezen voor gemengde beleggingsfondsen. Op de beurs verhandelde producten zijn bij alle type beleggers in trek als het gaat om de implementatie van actieve strategieën.
Waar beleggers nog steeds passief strategieën implementeren via een factorindex, geeft bijna de helft van de respondenten de voorkeur aan een maatwerkbenadering van indexontwerp. Dit heeft er volgens Elsaesser onder andere mee te maken dat beleggers steeds meer geloven dat het benutten van de voordelen van factorbeleggen deels afhankelijk is van een dynamische benadering van implementatie. ‘De meeste respondenten hanteren een langetermijnvisie ten aanzien van hun blootstelling aan factoren, maar dit betekent niet dat ze het zich kunnen veroorloven om een statische benadering van hun allocatie te hanteren.’