In de slagschaduw van de financiële markten groeit een nieuwe machtige subsector op: family offices. De 121 grootste single family offices beheren per eind 2019 samen 142,7 miljard dollar. De wereldwijde groei van deze vehikels reflecteert de werkelijkheid van nu: sterk toenemende inkomens- en vermogensongelijkheid.
Want deze cijfers, die afkomstig zijn uit het UBS/Campden Global Family Report 2020, vormen nog maar het topje van de ijsberg.
Veelzeggender is de data die de Amerikaanse Federal Reserve recent publiceerde: de top 1 procent in de Verenigde Saten beheert ongeveer 31,2 procent van de aandelenmarkt. De daaropvolgende 9 procent heeft 37,5 procent van het aandelenkapitaal in handen, de groep daaronder (van 50 tot 90 procent) bezit 29,8 procent ervan en de onderste 50 procent van de Amerikaanse bevolking heeft de overgebleven aandelen: 1,4 procent. Sterker nog: 40 procent van de ‘onderste regionen’ van de bevolking heeft niet eens 400 dollar beschikbaar om de meest acute problemen of tegenvallers op te vangen.
Deze inkomens- en vermogensongelijkheid heeft vele vaders, maar het beleid van centrale banken is er beslist één van. Zij houden de rentes extreem laag en scheppen daarmee asset bubbels waar iedereen met wat extra vermogen van kan profiteren - alleen mensen met veel vermogen een stuk meer. Die toenemende vermogensongelijkheid, die dit in Verenigde Staten maar ook elders teweegbrengt, krijgt tractie door de economische gevolgen van de corona uitbraak die vooral de onderkant van de samenleving het hardst raakt, zowel in hun gezondheid als in hun portemonnee.
Matrix-achtige setting
De bull markt waar nu - met enkele tussentijdse crises - al 13 jaar sprake van is, weerspiegelt dan ook de samenleving die deze heeft voortgebracht. In de jaren ‘70 van de vorige week kwamen beleggingsfondsen op, in reactie op de welvaart die de middenklasse ten deel viel door de economische boom. In de jaren tachtig volgde op de oliecrisis een economische crisis. Stagflatie werd in de VS overwonnen met hoge rentes, die gepaard gingen met bedrijfssluitingen en massawerkloosheid.
Uit die crisis bloeide het door Nobelprijswinnaar Milton Friedman gepredikte neoliberalisme op, geflankeerd door een centrale bankbeleid van rentes die aanhoudend werden verlaagd. Nu zijn we dan in een territorium beland waarvan vrijwel niemand weet hoe we daar ooit - zonder kleerscheuren - nog uitkomen.
Sommige commentatoren spreken van een Matrix-achtige setting, een schijnwereld, die bedoeld is om de hoog opgebouwde schulden en in het verlengde daarvan de markten onder controle te houden. De Federal Reserve draaide er in dat opzicht deze maand ook niet omheen: het rentebeleid wordt tot 2023 niet gewijzigd - “lower for longer”, heet dat in vakjargon, en is net zo als “yield curve control” een bewijs van de financiële repressie die door centrale bankiers in Washington, maar ook in Frankfurt en Tokio wordt gevoerd.
De logica van een single family office
De winnaars van die beleidskeuzes zijn families met hoge inkomens en opgebouwde vermogens, die hun geld hebben belegd in optimaal gediversifieerde portefeuilles van fixed income, aandelen, private equity en alternatives. De familievermogens groeiden wereldwijd vanaf de jaren ‘90 van de vorige eeuw zo sterk dat het aantal miljardairs jaarlijks toeneemt en dat hun gezamenlijke vermogen nu geschat wordt op grofweg 10.000 miljard dollar.
Het is bij dergelijke omvangrijke familievermogens dan ook vanzelfsprekend dat veel van deze high net worth individuals (HNWI’s) een eigen family office opzetten. Volgens UBS moet je daarvoor wel ten minste een vermogen hebben van 100 tot 150 miljoen dollar, want de operationele kosten van een dergelijk vehikel zijn hoog.
Nieuw is het concept overigens geenszins: John D. Rockefeller startte er al mee in 1882. Maar inmiddels, zo schatten consultants in, zijn er in de Verenigde Staten, Europa en in Singapore en Hong Kong al tussen de 5.000 en 10.000 family offices gevestigd, die samen goed zijn voor naar schatting 4.000 miljard dollar aan beheerd vermogen. Die ontwikkeling is vooral ook een reflectie van de globalisering en de snelle technologische ontwikkeling die het vermogen van de top van de wereld exponentieel heeft vergroot.
Dat family offices onder de superrijken zo populair zijn, heeft enerzijds ook te maken met de weerzin die de afgelopen twintig jaar jegens (zaken)banken is gegroeid. Die zouden te hoge, ondoorzichtige fees voor hun dienstverlening vragen en daarnaast ook te weinig innovatiekracht laten zien waar het om hun beleggingsexpertise, asset allocatie en portefeuilleconstructie gaat. Anderzijds heeft het ook te maken met een besef dat financiële markten gevaarlijk terrein kunnen worden door de combinatie van lage rente, hoge schulden, deglobalisering en existentiële risico’s als een wereldwijde klimaatcrisis.
Strategische asset allocatie
Family offices beschouwen strategische asset allocatie dan ook als het fundament voor zowel het behoud als de vermeerdering van hun kapitaal, zo valt in het Global Family Office Report van UBS en Campden te lezen. ‘Als je geknipt wordt, dan is het belangrijk dat je kunt terugvallen op het besef dat goede asset allocatie cruciaal is (-). Je moet vertrouwen op het proces. Ik denk daarom dat asset allocatie heel belangrijk is, niet alleen over de lange termijn, maar ook op het moment zelf’, zegt een vertegenwoordiger van een groot Amerikaans family office in het rapport.
De nadruk ligt op een brede spreiding, zodat de portefeuille “weatherproof” is, zo blijkt uit de onderstaande strategische asset allocatie, die een gemiddelde weergeeft van door UBS en Campden onderzochte family offices:
Traditionele asset classes: 59 procent, bestaande uit:
- 29 procent aandelen (23 procent ontwikkelde en 6 procent opkomende markten)
- 17 procent fixed income (11 procent ontwikkelde en 6 procent opkomende markten)
- 13 procent cash
Alternatieve asset classes: 35 procent, bestaande uit:
- 16 procent private equity ( 9 procent directe investeringen en 7 procent fondsen)
- 14 procent vastgoed
- 5 procent hedgefondsen
Overige: 6 procent, bestaande uit:
- 3 procent goud
- 3 procent kunst en antiek
Uit het onderzoek komt naar voren dat ondanks de op groei gerichte allocatie van family offices, begin 2020, een combinatie van risico-mitigatie strategieën hielp om zich te verdedigen tegen de snelle daling van de aandelenmarkten. Driekwart van de ondervraagden zegt in het Global Family Office Report dat het portfolio bleef performen in lijn met de gestelde benchmark. De drawdown was in de periode rond maart gemiddeld ongeveer 13 procent.
‘Diversificatie heeft zeker geholpen. In maart droogden de liquide markten op, en gingen zowel aandelen- als obligatiemarkten tegelijkertijd onderuit. Maar ons vastgoed had het voordeel dat het illiquide posities zijn, die niet op een dagelijkse basis worden gewaardeerd’, zegt een family office uit Hong Kong in het rapport. Meer dan 55 procent van de family offices heeft de herstelperiode in maart tot en met mei aangegrepen om de portefeuille te herbalanceren en in lijn te brengen met de lange termijndoelen.
Aanpassingen in de tactische allocatie
Uit het onderzoek komt naar voren dat family offices deze tijd als een economisch keerpunt beschouwen met vergaande gevolgen voor de financiële markten. Wat dat voor de asset allocatie betekent, werd de onderzoekers bij de gesprekken in mei nog niet duidelijk. Van de ondervraagde family offices zei 67 procent dat ze vooralsnog geen aanleiding zien de asset allocatie aan te passen.
Tactisch gezien deden ze wel aanpassingen, die vooral werden ingegeven door onzekerheid over de economische gevolgen van de coronacrisis: driekwart paste ten minste 15 procent van de portefeuille aan. De één probeerde te profiteren van dislocaties, de ander bouwde risico af en zocht (meer) exposure naar cash en goud.
Family offices hebben volgens UBS/Campden in de afgelopen 15 jaar een gemiddeld jaarlijkse rendement behaald van 7 procent, bij een volatiliteit van 6,9 procent.