i-c3PPd5r-L.jpg

Spanje zou dit jaar wel eens tot de groep semi-kernlanden binnen de eurozone kunnen toetreden. Bij deze groep, waar Frankrijk en België toe worden gerekend, hoort een lager renteverschil met kernland Duitsland en dus een hogere koers van de Spaanse staatsobligaties.

Het oordeel van kredietbeoordelaar S&P, later deze maand, kan fungeren als katalysator, aldus Rebecca Braeu, hoofd staatsobligaties en strategie bij Standish, een van de boutiques van vermogensbeheerder BNY Mellon IM.

Nu wordt Spanje nog tot de perifere landen gerekend, samen met bijvoorbeeld Portugal en Italië. Sinds de Europese schuldencrisis zijn in veel van deze landen ingrijpende hervormingen doorgevoerd. Samen met een sterke economisch groei heeft dit er toe geleid dat de groep van bijna-kernlanden stevig is gegroeid.

Wanneer wordt gekeken naar de economische situatie is dit ook voor Spanje het geval, concludeert Braeu in deze marktvisie die vandaag is toegevoegd aan de database van Fondsnieuws. Ze verwacht dat de markt dit standpunt zal delen het komende jaar. Een potentiële katalysator is de periodieke herziening van het oordeel door kredietbeoordelaar S&P, op 23 maart. Het oordeel is nu BBB+ (met positief vooruitzicht), maar gezien de positieve groeivooruitzichten en de verminderde spanningen rond Catalonië is Standish van mening dat er genoeg reden is het oordeel omhoog bij te stellen naar A-. 

Fitch heeft deze stap al eerder gezet. Zodra een tweede toonaangevende kredietbeoordelaar Spanje boven BBB+ waardeert, zal de markt Spaanse staatsobligaties gaan prijzen als een staatsobligatie met de rating A, aldus Braeu. Het renteverschil met Duitsland (voor tienjarige staatsobligaties) zou daardoor moeten dalen tot 58 punten.

Author(s)
Categories
Access
Limited
Article type
Article
FD Article
No