Het gebrek aan beschikbare gegevens op bedrijfsniveau zal de belangrijkste uitdaging zijn voor vermogensbeheerders na de inwerkingtreding van de Informatieverschaffingsverordening (SFDR) voor de financiële sector. Deze richtlijn wordt per 10 maart 2021 van kracht.
Als de veror- dening On Sustainability related Disclosures in the Financial Services Sector (SFDR) in werking treedt, dan zullen de deelnemers aan de financiële markten geleidelijk aan verschillende duurzaamheidsindicatoren moeten bekendmaken, zoals duurzaamheidsrisico’s, negatieve impactindicatoren, afstemming van de portefeuille op de EU-milieutaxonomie en impactmeting voor ESG en duurzame producten. Maar vermogensbeheerders en financiële adviseurs worden dan geconfronteerd met implementatie-uitdagingen als gevolg van een gebrek aan uitgebreide, gestandaardiseerde en granulaire gegevens van de bedrijven waarin wordt geïnvesteerd.
Soortgelijke informatieverplichtingen gelden niet voor Europese bedrijven, aangezien de werkzaamheden om het toepassingsgebied te verbreden en de vereisten van de richtlijn inzake niet-financiële verslaglegging te standaardiseren net zijn begonnen en een eerste voorstel niet voor volgend jaar wordt verwacht,’ merkt Nathalie Dogniez (foto) op in een gesprek met investmentofficer.lu, het zusterplatform van Fondsnieuws in Luxemburg. Dogniez is partner bij PwC Luxemburg en voorzitter van het Sustainable Finance Committee van Alfi, de belangenvereniging van de financiële sector in Luxemburg.
Aannemende dat de herziene richtlijn in overeenstemming zal zijn met de SFDR-vereisten, zullen beleggers nog steeds alleen toegang hebben tot de gegevens van de bedrijven die onder de richtlijn vallen, dat wil zeggen bedrijven met meer dan 500 werknemers op het hoofdkantoor in de EU. Dogniez: ‘Wat de gegevens van kleinere bedrijven en bedrijven buiten de EU betreft, is het een kwestie van één op één met deze bedrijven in zee gaan’, aldus Dogniez. ‘De vermogensbeheerders hebben geen andere keuze dan deze gegevens te verkrijgen als ze niet volledig zijn.’
ESG-focus
Dogniez erkent dat het Europese initiatief voor de openbaarmaking van informatie over duurzaamheid met tegenvallers kan woden geconfronteerd om de belangrijkste doelstellingen ervan te bereiken, namelijk het voorkomen van greenwashing en het richten van voldoende investeringen naar de groene economie. Dat is vooral het geval als het voorbeeld van de EU op internationaal niveau niet op grote schaal wordt gevolgd. ‘We zien wereldwijd een toename van de niet-financiële verslaglegging, maar het is waar dat Europa hier voorop loopt’, zegt ze. ‘Maar er zijn al initiatieven op internationaal niveau om de niet-financiële verslaglegging te harmoniseren. Ik denk dat dit uiteindelijk ook zal gebeuren.’
Dit is niet noodzakelijkerwijs omdat de regelgeving hen hiertoe zal dwingen dit te doen, gelooft Dogniez. ‘Er is toenemende aandacht van zowel institutionele beleggers als bedrijven voor ESG-gerelateerde aangelegenheden. Beleggers zijn in toenemende mate op zoek naar meer gegevens om in hun besluitvormingsproces te verwerken en bedrijven zullen hierop reageren door dergelijke gegevens beschikbaar te stellen.’
Maar in de tussentijd zal het voor vermogensbeheerders een ‘uitdaging’ zijn om aan de eisen van de SFDR-verordening te voldoen, waarschuwt Dogniez. De aankomende regelgeving is dan ook een ‘game-changer’ voor beheerders en adviseurs. Zo zal volgens de SFDR een financieel adviseur bij zijn beleggingsbeslissingen en -advies rekening moeten houden met ESG-risico’s. Een aanstaande herziening van de Mifid II-tekst zal de adviseurs verplichten om bij het nemen van een beleggingsbeslissing rekening te houden met de duurzaamheidsvoorkeur van hun klanten. Het in aanmerking nemen van ESG-risico’s zal daarmee deel gaan uitmaken van de ¹de fiduciaire plicht van de deelnemers aan de financiele markten’.
Taxonomie
De beschikbaarheid van bedrijfsgegevens is ook essentieel voor de toepassing van de EU-verordening inzake groene taxonomie, die beleggers moet informeren of een specifieke belegging kan worden geclassificeerd als duurzaam. Beleggers moeten echter een behoorlijke inspanning leveren om hun weg te vinden in een wirwar van verschillende duurzaamheidsgerelateerde deadlines. Terwijl de SFDR-termijn al in maart volgend jaar ligt, is de termijn voor duurzame taxonomie pas op 1 januari 2022 vastgesteld.
Deze inconsequente deadlines waren één van de redenen waarom belangenvereneging Alfi vorige maand een beroep deed op de Europese Commissie om de toepassingsdatum van de SFDR uit te stellen tot 1 januari 2022, om deze in overeenstemming te brengen met de implementatiedatum van de duurzame taxonomie.
‘Voor ons zijn de taxonomie en de SFDR, evenals de overgangsbenchmark voor duurzame investeringen, allemaal stukjes van dezelfde puzzel. Je moet de taxonomie zien als een woordenboek dat je een definitie geeft om de informatieverplichtingen aan te kunnen vullen’, legt Dogniez uit.
De EU-taxionomie is specifiek gericht op milieu gerelateerde duurzaamheid: een belegging wordt in overeenstemming met de taxonomie beschouwd wanneer deze in belangrijke mate bijdraagt aan een van de zes door de Commissie vastgestelde milieudoelstellingen:
- beperking van de klimaatverandering
- aanpassing aan klimaatverandering
- duurzaam gebruik en bescherming van water en mariene hulpbronnen
- overgang naar een circulaire economie
- verontreinigingspreventie en -bestrijding
- bescherming en herstel van de biodiversiteit en de ecosystemen
EU Ecolabel
Beleggingsproducten die aan één of meer van de zes doelstellingen voldoen, zonder afbreuk te doen aan een van de andere doelstellingen, komen in aanmerking voor het nieuwe EU-milieukeurmerk. Dogniez steunt de invoering van een pan-Europees label omdat dit de distributie zal vergemakkelijken. Er zijn nu veel lokale keurmerken, waardoor het voor vermogensbeheerders moeilijk is om de producten grensoverschrijdend te distribueren.
Dogniez gelooft echter niet noodzakelijkerwijs dat het EU-milieukeurmerk in de plaats zal komen van lokale keurmerken zoals die van Luxflag, dat in 2006 mede door Alfi is opgericht. ‘We willen een harmonisatie van de regels voor deze keurmerken, maar dit zou ook kunnen gebeuren door harmonisatie van de bestaande keurmerken’, zegt ze.
Sociale taxonomie?
Het EU-milieulabel is, net als de taxonomie, uitsluitend gericht op het milieuaspect. Dogniez hoopt dat de groene taxonomie op enig moment wordt aangevuld met een sociale, zegt ze. ‘Er is op dit moment een milieucrisis, maar we mogen de S en ook de G van ESG niet vergeten. Mijn persoonlijke hoop is om een sociale taxonomie te hebben, zodra de milieutaxonomie er is, die zou moeten helpen om ongelijkheid aan te pakken en sociaal achtergestelde gemeenschappen te helpen.’
Pierre Oberlé van Alfi voegde eraan toe dat één recente positieve ontwikkeling aan de S-zijde de uitgifte is van de eerste obligatie in het kader van het SURE-programma van de EU (Support to mitigate Unemployment Risk in an Emergency), dat eerder dit jaar is ingesteld om banen en werknemers in heel Europa te helpen beschermen.
De sociale obligatie van 17 miljard euro is nu genoteerd aan de Luxemburgse beurs. De obligatie was 13 keer overtekend, wat de enorme steun van de beleggersgemeenschap weerspiegelt voor een sociale obligatie die de stijgende werkloosheid in de Europese landen als gevolg van de covid-19-pandemie zal bestrijden’, zegt Oberlé.