Het wordt wel de ‘meest gehate’ en ‘de meest heftige rotatie’ in dertig jaar genoemd - die van vorige week toen aandeelhouders in de Verenigde Staten in drie dagen tijd massaal hun groeiaandelen inruilden voor waardeaandelen.
Aanleiding voor de rotatie was volgens JP Morgan een combinatie van gunstige economische data, monetair en fiscaal stimuleringsbeleid, stabilisering in de yields en een handelsconflict dat iets van zijn scherpe kantjes lijkt te verliezen.
In nog geen drie dagen tijd leverden momentum (of groei-) aandelen hun outperformance van de afgelopen vijf maanden tegenover waarde-aandelen in, schreef strateeg Dubravko Lakos-Bujas in een notitie aan klanten. Momentum-aandelen leverden in 72 uur 10 procent in, terwijl waarde-aandelen 7 procent konden bijschrijven.
‘De correlatie tussen waarde en momentum is nu op het laagste punt in dertig jaar, wat erop wijst dat waarde-aandelen de afgelopen tijd te nadrukkelijk in de verkoop waren gegaan’, schreef Lakos-Bujas aan zijn klanten. Hij voegde er de waarschuwing aan toe dat een dergelijke scherpe rotatie op de markten doorgaans wijst op langdurige underperformance van momentum-aandelen en een outperformacne van waarde-aandelen. In de regel gaat die ontwikkeling gepaard met een vlakke tot stijgende aandelenmarkt.
Bewijs van rotatie
Zo steeg vorige week maandag de iShares Edge MSCI USA Value Factor ETF met 1,8 procent, terwijl zijn tegenhanger, de iShares Edge MSCI USA Momentum Factor ETF met 1,7 procent daalde. Volgens Bespoke Investment Group was dit de slechtste dagprestatie van momentum versus waarde sinds de lancering van deze index in 2013. Dinsdag en woensdag zette die stijging van waarde tegenover momentum door.
Analisten van JP Morgan raadselen nog over de interpretatie van deze ontwikkeling. Enerzijds is het een positief signaal van het macro-economische sentiment, anderzijds wijst het erop dat de consequenties hiervan voor de S&P 500 als geheel negatief zijn, omdat momentum (dwz groei-) aandelen de afgelopen jaren een zeer sterke impact op zijn outperformance hebben gehad.
iShares Edge MSCI USA Momentum Factor ETF behaalde in de afgelopen 5 jaar een cumulatief rendement van 130 procent, tegen 108 procent voor de bredere S&P. Vorige week maandag deden de slechtse aandelen in de S&P het beter dan de koplopers in diezelfde index. Ook de kleine beursgenoteerde bedrijven in de Russell 2000 deden het vorige week beter. Dat wordt opgevat als een ander bewijs van de rotatie die beleggers inzetten.
Analyse zakenbanken
‘The million dollar-question’ voor beleggers is natuurlijk of deze als ‘kort’, ‘hevig’ en als ‘naar’ beschreven rotatie voortgezet wordt. De zakenbanken denken daar uiteenlopend over. JP Morgan denkt dat de extreme, in de afgelopen jaren opgebouwde divergentie tussen momentum- en waarde-aandelen naar een nieuw evenwicht zal gaan. Bank of America Merrill Lynch stelt zich op het standpunt dat beleggers het vermogen onderschatten van centrale banken om aandelen te laten floreren door een “liquidity supernova”, waardoor aandelen in het algemeen, maar waarde in het bijzonder het goed zullen doen.
De Zwitserse zakenbank UBS komt tot een ander inzicht: groei-aandelen hebben in de afgelopen zo’n sterk prijsmomentum gehad, omdat beleggers massaal in beleggingsfondsen stapten, toen groeibedrijven schaars dreigden te worden. Als de historie een leidraad is, dan is de recente groeivertraging in productie een signaal da groeiaandelen ten opzichte van defensieve waarden gaan underperformen. UBS heeft in deze fase van de cyclus een voorkeur voor consumentengoederen, gezondheidszorg, utilities en vastgoed.