Grondstoffenmarkten verkeerden het afgelopen jaar in mineur, waarbij de scherpe daling van de olieprijs het meest in het oog sprong. Wordt 2015 het jaar van de ommekeer?
‘Op dit moment is het marktsentiment op de oliemarkt zo negatief’, zegt sectoreconoom Hans van Cleef van ABN Amro, ‘dat alle positieve argumenten voor een prijsherstel compleet worden genegeerd.’
De fundamentals kunnen volgens hem de huidige olieprijs niet rechtvaardigen. Toch voorziet Simona Gambarini (foto), grondstoffenanalist bij ETF Securities, geen herstel op de korte termijn.
‘Speculanten spelen momenteel een belangrijke rol in de scherpe prijsdalingen. Het duurt waarschijnlijk tot de tweede helft van het jaar voordat de olieprijs stabiliseert.’
Overschotten
Een wereldwijd achterblijvende vraag in combinatie met een stijgende niet-OPEC-productie, waarbij de Verenigde Staten hun olie-importen steeds meer vervingen door eigen productie, zorgde de af gelopen tijd voor overschotten. Van Cleef meent echter dat er al sinds 2012 sprake is van een overaanbod.
‘Wij riepen al twee jaar dat de prijs te hoog was. Maar in de zoektocht naar een nieuwe balans is de prijscorrectie te ver doorgeschoten.’ De prijs van een vat Noordzee-olie is sinds vorig jaar juni met ruim 55 procent gedaald.
‘Het is ook een redelijk kleine markt, met een veel geringere liquiditeit dan bijvoorbeeld de aandelenmarkt’, zegt de energieanalist. ‘De impact van speculatie is daardoor veel groter. Dat zagen we ook in 2008, toen speculanten in één keer uitstapten.’
Olietrackers
De invloed van speculanten zal echter afnemen, verwacht Gambarini. Zij vertelt dat olietrackers de laatste weken een ongekend hoge instroom hadden.
‘In nog geen twee weken tijd werd er alleen al 355 miljoen dollar ingelegd in de olie-longproducten van ETF Securities. Beleggers in deze producten zijn veelal vermogensbeheerders en particulieren met een langere horizon. Zij nemen blijkbaar een voorschot op herstel op de iets langere termijn. Hedgefondsen en actieve speculanten opereren juist op de termijnmarkten met een kortere beleggingshorizon.’
Deze termijnmarkten geven wel een indicatie waar de prijzen naartoe gaan. De ‘forward curve’, een grafische weergave daarvan, laat een termijnprijs zien van circa 60 dollar per vat Brentolie voor het eind van 2015.
Toch acht Van Cleef een verdere prijsdaling van nog eens 10 tot 15 procent niet onmogelijk. Al bespeurt hij steeds meer prijsopdrijvende signalen. ‘De productie zal afnemen. Zo wordt er in Libië al minder olie geproduceerd. In de VS neemt het aantal boorinstallaties af, en worden nieuwe olieprojecten uitgesteld.’
Wanneer de VS hun productie reduceren, zal dat ook leiden tot productiebeperkingen bij de OPEC-landen, stelt Gambarini. ‘Wat ervoor zou moeten zorgen dat in de tweede helft van het jaar de focus verschuift naar fundamentals.’
China
Zij verwacht dat het sentiment zal verbeteren zodra China duurzame groeicijfers toont. De lagere olieprijs is een stimulans voor de economische groei in olie-importerende landen, en dus de olievraag. Van Cleef verwacht ook dat dat een van de drijvers wordt voor een nieuw evenwicht in de loop van 2015 en 2016.
‘Bij een prijs van 80 dollar per vat voelen zowel consumenten als producenten zich comfortabel.’ Voor dit jaar voorspelt hij een gemiddelde prijs van 60 dollar per vat en van 75 dollar in 2016.
Gambarini is iets optimistischer en denkt dat 2015 toch het jaar van de grondstoffen wordt. Waarbij cyclische grondstoffen, waaronder olie maar ook industriële metalen, zullen profiteren van toenemende economische activiteit in met name China en de VS.
Niet houdbaar
Veel grondstoffen worden door overschotten momenteel verhandeld tegen prijzen die onder hun marginale productiekosten liggen. ‘Dat kunnen producenten even volhouden maar het is niet houdbaar op de langere termijn’, meent de grondstoffenanalist.
‘Niet winstgevende operaties zullen worden gesloten of ingekrompen, wat zal leiden tot een verminderd aanbod en een betere prijsperformance.’
Zij denkt dat de negatieve correlatie tussen de dollar en grondstoffenprijzen, waaronder olie, dit jaar losgelaten wordt. Ook al is de verwachting dat de Amerikaanse munt dit jaar nog sterker wordt.
‘De sterke dollar reflecteert de sterke groei van de Amerikaanse economie. Dat zorgt voor toenemende vraag naar grondstoffen.’ Tegelijkertijd zorgt de lagere olieprijs voor een stijging van het besteedbaar inkomen van consumenten.
De dalende olieprijzen zullen in 2015 ook een substantiële impact hebben op andere grondstoffenmarkten aangezien energie een van de grootste kostenposten is voor de productie van de meeste grondstoffen, geven de experts aan.
Koper en aluminium
Dat geldt met name voor energie-intensieve grondstoffen als de industriële metalen zoals koper en aluminium, vertelt Casper Burgering, eveneens sectoreconoom bij ABN Amro.
‘Maar het heeft bijvoorbeeld ook invloed op de prijs van staal. De pijpleidingen die worden gebruikt voor olietransport zijn gemaakt van staal. Afnemende investeringen in olieprojecten zorgen daardoor voor minder vraag naar staal, en dus een dalende prijs.’
Gambarini denkt dat vooral de prijzen van metalen die worden gebruikt in de auto-industrie, zoals palladium en platina, zullen opleven. ‘Daarnaast verwachten wij een toenemende vraag naar grondstoffen die worden gebruikt bij de productie van consumentengoederen. De Chinese autoriteiten beogen een versterking van de binnenlandse economie op basis van een duurzame vraag naar consumentengoederen.’
Nikkel zou daar bijvoorbeeld van kunnen profiteren. ‘Tegelijkertijd is het aanbod van deze grondstof behoorlijk beperkt door het exportverbod dat Indonesië vorig jaar afgekondigde, een maatregel die waarschijnlijk wordt gevolgd door de Filipijnse regering. Ook dat heeft een prijsopdrijvend effect.’
Dit artikel is gepubliceerd in de Fondsnieuws Investment Outlook.